Irak-crisis komt oliemarkt slecht uit

ROTTERDAM, 3 SEPT. De olieprijzen waren in Singapore al fors gestegen vannacht, maar toen het bericht doorkwam dat Amerikaanse bommenwerpers waren opgestegen van het stille-oceaaneiland Guam deden handelaren er nog eens 22 dollarcent bovenop. Op de Simex-termijnmarkt deed ruwe olie daardoor even 23,50 dollar. Daarmee raakte olie het hoogste peil sinds vijf jaar, toen de Golfoorlog de prijs even tot boven de veertig dollar tilde.

Vanmorgen viel de olieprijs in Europa terug tot 22,50 dollar bij de handel in Londen. Dat is nog steeds een halve dollar hoger dan het slot van gisteren, toen de prijs ook al met 1,21 dollar was gestegen. En handelaren zetten zich schrap voor wat de rest van de dag, met name de handel in New York, zal brengen. Omdat de Amerikaanse markten gisteren wegens een vrije dag waren gesloten, heeft de Amerikaanse handel pas vanmiddag de eerste kans om in zijn volle omvang op de Irak-crisis te reageren.

Het huidige conflict in Irak komt voor de oliemarkt op een slecht moment. Hoewel er altijd wel een prijseffect is bij onrust in het Midden-Oosten, valt de nieuwe Irak-crisis in een wereld-oliemarkt waar een groter dan verwachte vraag naar olie- en olieprodukten vergezeld gaat van lage voorraden bij overheden en raffinaderijen. De prijs van olie was daardoor het hele jaar al veel hoger dan aanvankelijk verwacht.

Oliegigant Shell baseerde zijn bedrijfsvoering in 1996 begin dit jaar op een geraamde olieprijs van tussen de 16 dollar en 17 dollar per vat. Shell weerspiegelde daarmee de algemene verwachting in de oliesector. Maar de strenge winters in zowel Noord-Amerika als Europa vergrootten de vraag naar brandstoffen sterk, en tilden de prijs van olie al in het eerste kwartaal in de richting van 19 dollar per vat. In de zomer werd de fakkel overgenomen door een veel hoger dan verwachte Amerikaanse economische groei, en daarmee een blijvend grote vraag naar olieprodukten.

Aan de vraagkant spelen ook voorraadeffecten mee. Volgens de jongste gegevens van het Internationaal Energie Agentschap bedroeg de olievoorraad in de hooggeïndustrialiseerde landen in het tweede kwartaal van dit jaar 88 dagen van gemiddeld verbruik. Tot eind vorig jaar was de voorraad altijd 90 dagen of hoger. Hoewel ook Europa onder een voorraad van 90 dagen zit, wordt het gemiddelde vooral omlaag getrokken door de Verenigde Staten, waar eind maart voor slechts 82 dagen in voorraad was, tegen 90 dagen vorig jaar. Sindsdien is de voorraad in Europa verder gedaald, terwijl die in de VS slechts licht is gestegen.

Uit efficiency-overwegingen houden met name Amerikaanse raffinaderijen steeds minder hoge voorraden aan: werkloze olie in opslag houdt kapitaal vast dat elders winstgevend zou kunnen worden aangewend. Juist die lagere voorraden zorgden er dit jaar voor dat de prijs van olie veel sterker luistert naar fluctuaties in vraag en aanbod. De voorraadbuffer is immers minder groot dan voorheen.

Toen de Verenigde Naties Irak eerder dit jaar toestemming gaven tot beperkte leverantie van 2 miljard dollar aan olie in tweemaal negentig dagen voor humanitaire doeleinden, zette de oliemarkt zich aanvankelijk schrap voor het prijsverlagende effect van het extra aanbod. Maar door de combinatie van hoge vraag en lage voorraden op de wereldoliemarkt werd er gaandeweg steeds meer op het Iraakse aanbod gerekend. In juli bedroeg de dagelijkse wereld-olieconsumptie 72,5 miljoen vaten. Berekend is dat de wereldwijde vraag naar olie daarmee dit jaar 500.000 vaten per dag hoger is dan werd aangenomen.

Tegen de huidige olieprijs zou de nu geblokkeerde Iraakse verkoop zijn neergekomen op precies die hoeveelheid per dag gedurende een half jaar, en had zo de olieprijs kunnen stabiliseren.

Olie-analisten verwachten dat de olieprijs ook in de rest van dit jaar, wanneer het noordelijk halfrond de winter weer nadert, op een peil van rond 20 dollar kan blijven. Het Irak-effect speelt daar een rol bij. “Als de olie-voor-voedsel overeenkomst lang wordt uitgesteld, dan heeft dat een duurzaam prijsverhogend effect tot in het volgende jaar,” zegt een oliehandelaar. Wat er in de tussentijd kan gebeuren als de huidige crisis rond Irak verder oploopt kan hij niet zeggen. “Dan kan er van alles gebeuren. Een groot deel van de prijsvorming bij crises als deze is psychologie.” Het opdrijven van de prijs komt volgens hem tot nu toe voornamelijk van Aziatische kant. In Azië ligt de grootste afzetmarkt voor met name Iraanse olie, en die afhankelijkheid is nog sterker geworden nadat Iran zijn leveranties steeds meer naar Azië heeft verplaatst door de Amerikaanse boycot van het land. Vrees dat de huidige crisis leidt tot Iraakse obstructie van de scheepvaart in de Arabische Golf, waar Iraanse leveranties door worden verscheept, speelt dan ook een voorname rol bij de huidige olie-onrust in Azië.

Vannacht kwam het bestuur van de Taiwanese staatsoliemaatschappij bijeen om de mogelijkheid te bespreken de officiële olievoorraden te verdubbelen van 30 dagen gemiddeld verbruik tot 60 dagen. Tijdens de Golfcrisis in 1990-1991 nam Taiwan een soortgelijke maatregel.