Geen gemorrel met 'Maastricht'

De Economische en Monetaire Unie is de belangrijkste reden geweest waarom de VVD-fractie akkoord is gegaan met het Verdrag van Maastricht. De voordelen van de EMU liggen dan ook voor de hand. Het verminderen van wisseltransactiekosten levert voor burgers en bedrijven besparingen op.

Dit is een licht bekorte versie van de toespraak die hij vanmiddag heeft gehouden ter gelegenheid van de opening van de nieuwe vestiging Van Lanschot Bankiers in Rotterdam.

Handel en investeringen binnen Europa zijn natuurlijk gebaat bij het verdwijnen van koersfluctuaties. Concurrerende devaluaties zijn binnen het EMU-gebied niet meer mogelijk. De euro wordt een speler van formaat op de valutamarkt, waardoor onze afhankelijkheid van de grillen van de dollar zal afnemen.

Maar er zijn ook nadelen en risico's aan de muntunie verbonden, met name op het vlak van de rente. Het Nederlandse renteniveau behoort al jaren - ja, zelfs eeuwen - tot de laagste van Europa. Burgers en bedrijven profiteren daar dagelijks van. Waar in Europa kan men een twintigjarige hypotheek tegen een vaste rente van zeven á acht procent afsluiten? De kans dat de Eurorente straks even laag zal zijn als de rente op de gulden nu, moet in eerste instantie klein worden geacht. De Europese Centrale Bank zal eerst zijn geloofwaardigheid moeten bewijzen en dat kan tijd kosten.

De kans is dus reëel dat Nederland - zeker in de beginfase - een hogere prijs voor deelname aan de EMU zal betalen dan landen met een minder goede monetaire reputatie. De risico's rond de EMU moeten dus tot een minimum worden beperkt. De eerste voorwaarde daarvoor is dat de EMU van start gaat met een geloofwaardig stabiliteitspact, zoals eerder door Duitsland is voorgesteld. Dit voorstel komt voort uit de gerechtvaardigde zorg dat er te weinig instrumenten zijn om na totstandkoming van de EMU de budgettaire discipline af te dwingen.

Daarom heeft de Duitse minister van Financiën Waigel geopperd dat na 1999 de lidstaten naar een structureel begrotingstekort van één procent van het bruto binnenlands produkt zouden moeten streven. Ook zouden landen die de EMU-criteria overtreden, automatisch boetes moeten worden opgelegd.

Maar nog belangrijker dan het stabiliteitspact is dat de EMU-criteria bij de totstandkoming van de muntunie geen geweld wordt aangedaan. Want indien de besluitvorming in het voorjaar van 1998 plaatsvindt in een sfeer van zompige compromissen, zal de EMU van meet af aan met een tekort aan geloofwaardigheid kampen.

Helaas is het risico groot dat inderdaad met de EMU-criteria de hand zal worden gelicht. Op dit moment voldoen slechts drie kleine lidstaten aan de EMU-criteria, namelijk Ierland, Luxemburg en Denemarken. Voor de start van de muntunie is dat bepaald geen kritische massa. De twee sleutellanden, Frankrijk en Duitsland, verkeren beide in grote budgettaire problemen.

Frankrijk heeft zeer harde maatregelen nodig om in 1997 op een tekort van drie procent uit te komen. Of dat zal lukken, wordt alom betwijfeld. En de Duitse staatsschuld zal volgens huidige inzichten in 1997 niet alleen boven de 60 procent uitkomen maar ook stijgende zijn. Dat is flagrant in strijd met het Verdrag van Maastricht. Voor zowel Chirac als Kohl zou uitstel of afstel een politiek drama betekenen. In brede kring leeft dan ook de verwachting dat de EMU-criteria om politieke redenen zullen worden omzeild.

Ook De Nederlandsche Bank lijkt op een rekkelijke interpretatie van het Verdrag van Maastricht te anticiperen. Ondanks de uiterst onzekere situatie laat DNB keer op keer weten het zeer waarschijnlijk te achten dat een EMU zal onstaan van tenminste Frankrijk, Duitsland, de Benelux, Ierland en Oostenrijk. Ook Finland worden door DNB goede kansen toegedicht, hoewel dit land momenteel zelfs geen lid is van het Europees monetair stelsel. De vraag is dan waartoe dit soort peptalk dient.

De Bundesbank zwijgt als het graf als het gaat om mogelijke EMU-kandidaten. Voor wie de druk op de ketel wil houden, lijkt die sfinx-achtige houding een stuk verstandiger. Wat dit betreft is het bemoedigend dat bankpresident Duisenberg, in zijn meest recente speech van 29 augustus in Oostenrijk, afgezien heeft van speculaties over de samenstelling van de EMU-kopgroep.

De Nederlandsche Bank lijkt er ook van uit te gaan dat België een coulante behandeling zal krijgen. Het is inderdaad moeilijk denkbaar dat België - zetel van de Europese instellingen - niet mee zal doen. En wij hopen van harte dat onze zuiderburen er alsnog in zullen slagen aan de criteria te voldoen. Maar hun toetreding zou niet geloofwaardig zijn indien hun staatsschuld - die meer dan twee keer zo hoog is als Maastricht voorschrijft - niet echt fors omlaag gaat. Dan kunnen wij net zo goed heel Zuid-Europa onmiddellijk laten meedoen. Als wij eenmaal aan het schuiven gaan, is het einde zoek.

De meest onrustbarende tendens die zich op dit moment voordoet, is dat het stabiliteitspact op een onwenselijke manier wordt gebruikt. Met het oog op landen met begrotingsproblemen zei bankpresident Duisenberg onlangs het volgende: “Wanneer een lidstaat zich in het kader van het stabiliteitspact verplicht heeft om het structurele begrotingstekort in enkele jaren terug te brengen tot om en nabij begrotingsevenwicht, zou dit een positieve factor kunnen zijn bij de beoordeling van de toestand van de overheidsfinanciën.” Volgens de heer Duisenberg kunnen dus met plechtige beloftes voor de toekomst tekortkomingen in het heden worden gecompenseerd.

Ook dit lijkt niet verstandig. Wie laat een aangeschoten automobilist doorrijden als hij belooft in de toekomst niet meer te drinken? Op deze manier degenereert het stabiliteitspact tot een versoepelingspact. Onze inspanningen zouden er nu juist op moeten zijn gericht zo dicht mogelijk bij letter en geest van het EMU-verdrag te blijven.

Alle lidstaten kunnen winnen bij de EMU, maar Nederland heeft - met zijn lage rente en inflatie - het meest te verliezen. En hoe meer de EMU wordt beheerst door morsige compromissen, des te groter zal ons verlies worden. Daarom moeten de Nederlandse monetaire- en begrotingsautoriteiten níet meedoen aan de neiging tot oprekking van het EMU-verdrag.

Voorafgaande aan de ultieme besluitvorming in Brussel zal in de Tweede Kamer nog een debat plaatshebben. Voor de VVD-fractie heeft dat debat veel politieke betekenis. Want hoewel Nederland formeel niet over een opting-out beschikt, zal in dat debat de Tweede Kamer in politieke zin wel over toetreding tot de EMU oordelen. Het is ondenkbaar dat het kabinet zo'n historisch besluit tegen de zin van de Kamer zou nemen. In feite is ook verdeeldheid binnen de paarse coalitie over dit historische besluit ondenkbaar.

De kans daarop acht ik overigens klein. Premier Kok heeft opgemerkt gemorrel aan de criteria een 'politieke doodzonde' te vinden. Hij heeft ook gezegd liever voor uitstel van de EMU te willen kiezen, indien onvoldoende landen aan de criteria voldoen. Met deze ferme houding is de VVD-fractie het van harte eens. Wij gaan er van uit dat het kabinet deze strikte opvattingen in Europees verband overtuigend zal uitdragen. Wij hebben in Nederland nogal eens de neiging onze internationale invloed te overschatten. Maar op monetair gebied hebben wij een goudgerande reputatie en die moeten wij maximaal uitbuiten.

Daarom kan Nederland zich niet bij voorbaat neerleggen bij een politieke deal tussen Duitsland en Frankrijk. De VVD vindt dat Nederland zijn eigen lijn moet trekken. De opgave van de gulden is een te belangrijk besluit om aan de Frans-Duitse as over te laten.