Doodziek en beeldschoon

Proof Positive, The Morgan Agency,129 West Wilson Street (Suite 202),Costa Mesa, CA 92627 Tel: 001-714-574-1100

David Herndon-White zou een heel gewoon, gemiddeld fotomodel kunnen zijn. Een blonde, breeduit lachende jongen van 35 jaar wiens armen en schouders regelmatig sportschoolbezoek verraden. “Ik zie er gezond uit”, zegt hij als ik hem de hand schud, “maar ik heb full blown aids.” Herndon-White kreeg drie jaar geleden enkele virusinfecties achter elkaar en verloor zoveel gewicht dat hij vreesde voor zijn leven. Dankzij een intense, kostenverslindende medische behandeling kwam hij er weer bovenop. Nadat hij een speciaal voedingsmiddel had geslikt om zijn gewicht terug te krijgen kreeg hij de kans als model te figureren in een advertentie voor dit produkt.

Herndon-White werkt voor Proof Positive, een afdeling voor fotomodellen met HIV of aids binnen het Californische modellenbureau Morgan. Tweeëneenhalf jaar geleden kreeg Morgan van een New-Yorks reclamebureau de vraag of het ook 'een echt HIV-model' kon leveren voor een reclame van Advera, een voedingsmiddel dat veel gebruikt wordt door seropositieven. Morgan plaatste een oproep waarop zoveel reacties binnenkwamen dat het bureau besloot een aparte divisie voor modellen met HIV of aids te beginnen. “Er verdwenen hier in de reclame- en filmindustrie langzamerhand zoveel modellen, agenten en visagisten van het toneel door de ziekte, dat bij ons de behoefte opkwam iets voor die mensen te doen”, zegt Morgan-directeur Keith Lewis in zijn kantoor in Costa Mesa, langs de freeway ten zuiden van Los Angeles. “We wilden met name laten zien dat niet iedereen met aids er zo afgetakeld en zielig uitziet als de televisie- en fotobeelden van het afgelopen decennium suggereren. Men vergeet dat de meerderheid van de mensen met aids er net zo gezond uitziet als u en ik.”

Een belangrijke omstandigheid bij het ontstaan van Proof Positive was dat de markt met speciale medicijnen, voedingsmiddelen en verzekeringen voor seropositieven steeds verder uitdijde. De kennis over de ziekte nam immers toe en patiënten bleven langer leven. Jaarlijks geven seropositieven nu meer dan 10 miljard gulden uit om hun gezondheid op peil te houden. De farmaceutische industrie wilde voor haar advertenties steeds vaker modellen gebruiken die zelf HIV hadden.

Proof Positive had enige aanlooptijd nodig. “Toen we het in gang zetten, gingen er modellen weg bij ons bureau omdat ze niet naast iemand met aids wilden zitten”, vertelt Lewis. De eerste zes maanden gaf Morgan weinig ruchtbaarheid aan het nieuwe initiatief, maar in de afgelopen twee jaar groeide het aantal mannen en vrouwen dat vast verbonden was aan Proof Positive uit tot 85. Sommigen van hen hebben al acht jaar aids. Onder de vaste modellen bevindt zich ook een aantal kinderen, die door hun ouders zijn aangemeld bij Morgan: een van elf, een van dertien en zes tussen vijftien en achttien jaar. Verder wordt over de hele Verenigde Staten gebruikgemaakt van de diensten van 650 seropositieve free lancers. Zij worden vooral ingezet voor representatieve activiteiten op grote manifestaties als Day of Compassion (21 juni) of World Aids Day (1 december).

Proof Positive levert veel modellen voor medicijnenreclames. Soms wordt in het televisiespotje of in de advertentietekst uitgelegd dat de persoon op de foto seropositief is, soms niet. “We sturen ook modellen met HIV op pad voor MacDonald's of Ford”, vertelt Lewis. “Als de opdrachtgever er niet naar vraagt zijn we niet verplicht te vertellen dat een model seropositief is. Meestal doen we dat overigens wel.” Lewis zorgt ervoor dat zijn modellen nooit al te lang hoeven vliegen, soms halve in plaats van hele dagen kunnen werken, en dat er op de set altijd gedistilleerd water aanwezig is. “Op transcontinentale vluchten bevinden zich in een druk bezet toestel veel ziektekiemen, terwijl de lucht lange tijd niet ververst wordt. Mensen met HIV hebben dan een grotere kans een infectie op te lopen.”

Naast het foto- en filmwerk worden veel modellen ingezet voor het sprekersbureau van Proof Positive, dat mensen uitzendt om lezingen te houden voor scholieren en studenten. Zo bezoekt David Herndon-White eens in de maand een universiteit. “Daar houd ik een soort spreekbeurt in de human sexuality class. Ik vertel over aids en HIV, maar pas na dertig minuten zeg ik dat ik het zelf heb. Dan zie je die kinderen wakker schrikken. Meestal ben ik de eerste persoon met aids die ze ontmoeten. Zo worden ze persoonlijk geconfronteerd met de ziekte. HIV isn't cool, talking about it is.”

In hun streven te laten zien dat mensen met HIV en aids er niet alleen maar zielig en afgetakeld uitzien, slaan de modellen van Proof Positive nog wel eens door naar de andere kant. Sommigen proberen koste wat kost hun schoonheid en (uiterlijke) gezondheid te behouden. Zo beulde Jim Howley, wiens beschermende T4-cellen onder de cruciale grens van 200 zijn gezakt (in de Verenigde Staten de grens waaronder men van aids spreekt), zijn lichaam net zo lang af tot hij kon meedoen aan de Iron Man-triathlon op Hawaii. Howley besteedt jaarlijks 100.000 dollar aan medicijnen en volgt zulke agressieve doktersbehandelingen dat hij tijdelijk blind werd. Hij had een oogtransplantatie nodig om het zicht terug te krijgen, maar daar is op Howleys reclamefoto's - voor sportfietsen en hartmeters - niets van te zien.

De vraag dringt zich op: waar ligt de grens? Hoe lang kan iemand met aids als model blijven werken? Op Lewis' gezicht verschijnt een vermoeide grimas bij deze vraag. “Als mensen er ziek uitzien, zijn ze niet gezond genoeg. Als ze uitgeput zijn, gaan wij ze niet boeken. Wanneer ze dan het hele land door vliegen, kunnen ze zo tbc krijgen.” Morgan is er wel eens van beschuldigd de seropositieve modellen uit te buiten, maar daar wil Lewis niets van weten. “Ze zijn volkomen vrij om te beslissen. Bovendien ontlenen ze enorm veel hoop aan dit werk, het geeft ze weer perspectief in hun leven.”