Begrip bij buren voor actie van Saddam

ROTTERDAM, 3 SEPT. Het idee van een militaire strafactie tegen Saddam Hussein is in omliggende landen met zeer gering enthousiasme ontvangen. Amerikaanse inspanningen lokale bondgenoten tot medewerking te bewegen, hebben de afgelopen dagen bijzonder weinig opgeleverd. Er is veeleer sprake van begrip voor de Iraakse militaire actie in het de facto onafhankelijke Koerdische noorden van het land.

Sommige naaste Amerikaanse bondgenoten hebben de kortstondige bezetting van de Koerdische stad Arbil, op verzoek van de Koerdische leider Barzani, zelfs uitgesproken positief begroet.

Al-Ittihad, bijvoorbeeld, een semi-officiële krant in de Verenigde Arabische Emiraten, die tijdens de Golfoorlog nog meevochten met de geallieerden, noemde het Iraakse offensief “een uitdrukking van Iraks pogingen de soevereiniteit over zijn grondgebied te herstellen”. Volgens de krant geniet de Iraakse militaire actie “de steun van brede segmenten van de Koerdische machten en elementen”. Zo'n commentaar op de voorpagina van de krant kan worden beschouwd als weergave van het regeringsdenken in de Emiraten.

Nu zijn verscheidene Golfstaten - Saoedi-Arabië uitgezonderd - de laatste tijd beduidend warmer gaan denken over Saddam Hussein. De Bahreinse krant Al-Ayyam wees er onlangs bezorgd op dat in Noord-Irak “een nieuw front in de strijd tussen Iran en de VS om invloed in Noord-Irak” was ontstaan. Als enige oplossing zag de krant dat Noord-Irak aan de centrale autoriteiten in Bagdad wordt teruggegeven. In Qatar denkt men er hetzelfde over.

Maar ook de Jordaanse koning Hussein, die een jaar geleden, na het overlopen van de schoonzoons van Saddam Hussein, radicaal met zijn oude bondgenoot in Bagdad brak en de harde Amerikaanse lijn omarmde, weigerde gisteren mee te gaan met eventuele strafacties van Washington. De koning zei tegen een hoge Amerikaanse afgezant in Amman dat hij een interventie in de interne Iraakse aangelegenheden niet zou tolereren.

Pag.5: Omgeving kan leven met Saddam Hussein

Jordanië steunt, aldus de koning, “het broederlijke Iraakse volk en zijn (Iraks) legitieme soevereine rechten over zijn grondgebied”.

Koning Hussein had Irak twee weken geleden nog de schuld gegeven van de broodoproer in enkele steden in het zuiden van Jordanië, en - ofschoon de beschuldigingen in de brandhaarden zelf met ongeloof waren ontvangen - twee Iraakse diplomaten uitgewezen. In feite echter zijn de Jordaanse betrekkingen met Saddam Husseins Irak de laatste maanden langzaam weer wat warmer geworden. Het Jordaanse weekblad Shihan meldde begin juni al dat beide landen ernaar streefden hun betrekkingen te verbeteren. De respectieve ambassadeurs, die in april ter onderstreping van wederzijds ongenoegen tijdelijk naar huis waren teruggeroepen, waren toen al naar hun posten teruggekeerd. De Jordaanse regering heeft ook geweigerd nieuwe kantoren te openen voor Iraakse oppositiepartijen.

Een ander land dat al enige tijd voorzichtig wat nader tot Irak komt, is de traditionele Ba'ath-rivaal Syrië. Een subtiel blijk daarvan was de aanwezigheid van een Syrische diplomaat in juli op een receptie van de Iraakse ambassade in Teheran. De Syrische ambassadeur in de Iraanse hoofdstad zei later: “We zijn gericht op pan-Arabische solidariteit en we willen Irak terug in de Arabische gelederen.” Op de receptie waren onder anderen verder diplomaten uit Qatar, Jordanië en Iran aanwezig.

Saddam maakt op dit moment een relatief goede tijd door. Steeds meer landen in de regio vinden eigenlijk dat het nu, zes jaar na de bezetting van Koeweit maar eens afgelopen moet zijn met de sancties tegen Bagdad. De Iraakse bevolking heeft genoeg geleden, vinden zij en zij kunnen best leven met de in vergelijking met vroeger aanzienlijk verzwakte Iraakse leider, zeker zolang zijn bewapeningsprogramma's in de gaten worden gehouden door de Verenigde Naties. De omliggende landen prefereren een dictatoriale heerser in Bagdad, ook als die Saddam heet, die het land bijeenhoudt boven een democratische zwakkeling. De verwijzingen naar een terugkeer van de Koerden onder de centrale autoriteiten in Bagdad weerspiegelen de bijna eensgezinde angst in de regio voor een uiteenvallen van Irak en een daaruit voortvloeiende destabilisering van de regio, met alle oorlogsgevaar vandien. De groeiende Iraanse bemoeienis in Noord-Irak aan de zijde van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani heeft die angst zeker versterkt. De Islamitische republiek Iran is niet erg populair in de Arabische wereld, en haar ambities worden gevreesd.

Iraakse leiders hebben recentelijk met hun waarschuwingen tegen Iran op deze angst ingespeeld. “Iran, dat nog altijd zieke, expansionistische dromen koestert, probeert vaste grond onder de voet te krijgen in Noord-Irak door te profiteren van de abnormale situatie die daar heerst”, aldus dezer dagen de Iraakse minister van buitenlandse zaken, Mohammed Said al-Sahaf. Hij beschuldigde Iran ervan “een Amerikaans plan in Noord-Irak uit te voeren”.

Tegen deze regionale achtergrond kon Saddam Hussein best een kortstondig militair avontuur riskeren. De vooralsnog beperkte Amerikaanse vergeldingsactie heeft geen wezenlijke militaire gevolgen en zal de regionale sympathie voor Irak hoogstens versterken, zeker als Washington daarnaast de olie-voor-voedsel deal tussen de VN en Irak dwarsboomt. Een avontuur ook dat formeel niet in strijd was met zijn internationale verplichtingen en eventuele Iraanse verlangens naar de rijke olievelden in Noord-Irak de kop indrukt. En dat het Iraakse staatsgezag misschien een beetje verder noordwaarts uitbreidt. Want het staat nog maar te bezien of het Iraakse leger uiteindelijk helemaal naar zijn uitvalsbases terugkeert.