Zesenveertigste Berliner Festwochen slaan culturele brug tussen Duitsland en Frankrijk; De ziel van twee lastige buurlanden blootgelegd

Ter gelegenheid van de Berliner Festwochen is de tentoonstelling Marianne en Germania van 15 sept t/m 5 jan in de Martin-Gropius-Bau, Fasanenstrasse, Berlin te zien. De Berliner Festwochen duren tot 30 sept. Inl 0049-30254890.

BERLIJN, 2 SEPT. “De Duitsers”, schreef de Franse staatsman Vicomte de Chateaubriand in 1821, “doen er goed aan bruggen over de Rijn te bouwen.” Zo'n brug ontstaat deze week. In de 46ste Berliner Festwochen, die vandaag worden geopend, moet de culturele entente cordiale met Frankrijk worden bezworen.

Toneelvoorstellingen, concerten, films en literatuur staan tijdens deze Festwochen vier weken lang in het teken van Duitsland en Frankrijk. Théâtre du Soleil speelt Tartuffe, de schrijver Michel Tournier neemt deel aan de gerenommeerde lezingencyclus Berliner Lektionen, de actrice Hanna Schygulla zingt Chansons van Jean-Marie Sénia. En dit is nog maar een greep uit een rijk overladen programma.

Hoogtepunt is de tentoonstelling Marianne en Germania, de nationale vrouwelijke symbolen van respectievelijk Frankrijk en Duitsland. De expositie geeft aan de hand van 650 objecten - beelden, schilderijen, muziekstukken, gedichten en karikaturen - een treffende indruk van de Duitse en Franse mentaliteitsgeschiedenis in de periode tussen 1789 en 1889.

Een bewogen periode die gekenmerkt werd door sociale revoluties, oorlogen, de bezetting van Berlijn door Napoleon, het einde van de monarchie, staatsvorming en Bismarcks grootmachtenpolitiek. De expositie verbeeldt de ambivalente relatie tussen Frankrijk en Duitsland, heen en weer geslingerd door aantrekkingskracht en misverstanden, voorbeeld- en vijandbeeld, door liefde en haat.

“De twee landen hebben elkaar in het verleden enorm verheerlijkt maar ook verguisd”, zegt Marie-Louise von Plessen, die de expositie heeft samengesteld. Ze is historica en heeft tal van internationale culturele exposities op haar naam staan (over onder meer Bismarck, Mozart en Rusland). “Frankrijk en Duitsland hebben elkaar sterk geïnspireerd op het gebied van literatuur, filosofie en muziek. Maar uit deze expositie blijkt dat er ook periodes zijn geweest waarin een volstrekt verkeerd beeld van elkaar werd gegeven dat tot verstoorde verhoudingen leidde”, aldus Von Plessen.

In de negentiende eeuw werd de beeldvorming in Frankrijk over Duitsland vooral beïnvloed door het beroemd geworden boek De l'Allemagne van Madame de Staël. Zij was de dochter van een invloedrijk minister van Lodewijk XVI en wordt als een van de eerste 'intellectuele' vrouwen beschouwd.

Het boek van Madame de Staël is een verslag van journalistieke reizen in Duitsland tussen 1803 en 1808. Ze bezocht talloze theater- en muziekvoorstellingen, lezingen en discussieerde met grote schrijvers en filosofen zoals Goethe.

Het thema van haar boek gaat over de vrijheid van denken, schrijven en oordelen en dat was reden voor Napoleon, die haar eigen salon in Parijs als een broeinest van 'subversieve' ideeën beschouwde, De Staël te verbieden nog in Frankrijk te komen. De expositie heeft enkele van de treffende typeringen die Madame de Staël geeft over Frankrijk en Duitsland eruit gelicht.

“Met recht zouden we kunnen zeggen dat de Fransen en de Duitsers zich aan twee tegengestelde uiteinden van de ethische keten bevinden, aangezien de eersten objecten buiten henzelf als de drijvende kracht van alle ideeën beschouwen, en de tweeden ideeën als de drijvende kracht van alle gevoelens. Weliswaar kunnen deze twee naties het op het sociale vlak redelijk goed met elkaar vinden, maar op het gebied van de literatuur en de filosofie zijn groter uitersten nauwelijks denkbaar. Het intellectuele Duitsland is in Frankrijk nagenoeg onbekend; zeer weinig schrijvers bij ons hebben zich ermee beziggehouden. Wel is het zo dat een veel groter aantal erover oordeelt.” (uit De l'Allemagne, 1810)

De Staël was in de ban van de Duitse romantiek, vereerde Herder, Goethe en Schiller en beïnvloedde daarmee in belangrijke mate de beeldvorming in Frankrijk, meent Von Plessen. Dank zij de Duitse emigranten in Parijs - zoals Heinrich Heine en Richard Wagner - werden de Duitse geest en muziek in Parijs overigens ook salonfähig en Victor Hugo, de vertegenwoordiger van de Franse Romantiek, hield op zijn beurt een lofzang op Duitsland in geschriften die naar aanleiding van verschillende Rijnreizen waren ontstaan.

Groot was dan ook de ontzetting onder Franse schrijvers en intellectuelen, toen in 1870 oorlog tussen Frankrijk en Duitsland uitbrak. Gustave Flaubert schreef in juni 1871 aan een vriend: “De doctoren in de filosofie die spiegels met pistoolschoten vernietigen en klokken stelen, liggen me zwaar op de maag. Dit is iets nieuws in de geschiedenis. Ik heb tegen deze heren zo'n diepe wrok dat je me nooit in het gezelschap van een Duitser zal zien.”

En Victor Hugo herinnerde Edmond de Goncourt er in 1870 aan dat “de ideale, bedachte wereld van Werther, Charlotte, Hermann en Dorothea, de hardste soldaten heeft voortgebracht, de listigste diplomaten, de doortrapste bankiers.”

Eenzelfde ontgoocheling had bij de Duitse intellectuelen plaats die zich onder invloed van de oorlog tot patriotten ontpopten, zegt Von Plessen. Zo had Ludwig von Beethoven aanvankelijk zijn Eroica-Sympfonie op. 55 opgedragen aan Napoleon ('intitolata Bonaparte'). Maar de bezetting van Berlijn en Napoleons eigenhandige kroning schokte de musicus dermate dat hij delen uit de partituur schrapte en vervolgens de Es-Dur-sympfonie opdroeg aan vorst Lobkowitz.

“Naïeve beeldvorming van elkaar kan desastreuze gevolgen hebben. Dat is nog steeds een actueel thema”, meent Von Plessen. “Nu de grenzen in Europa wegvallen, is het des te belangrijker de nationale wortels niet te ontkennen. Het kan vooroordelen verminderen en meer begrip voor elkaars politieke stelsels bevorderen.”

De expositie Marianne en Germania, die vergezeld gaat van een interessante catalogus over de Frans-Duitse geschiedenis, legt een stukje bloot van de nationale ziel in de twee buurlanden. De karikaturist Ernst Maria Lang uit München zette Marianne en Germania gezusterlijk naast elkaar als drijvende krachten achter een verenigd Europa.