'Veiligheidsdienst ontvoerde Martin Bormann uit Berlijn'

AMSTERDAM, 2 SEPT. Martin Bormann, de bij verstek ter dood veroordeelde rechterhand van Hitler, is volgens de voormalige Britse geheime agent Christopher Creighton niet in 1945 bij de val van Berlijn omgekomen, maar door de inlichtingendienst van de Britse marine ontvoerd en tot 1959 in Zuid-Engeland verborgen.

Daarna zouden de Engelsen hem hebben geholpen naar Paraguay te ontkomen, waar hij begin jaren zeventig zou zijn overleden. Creighton beweert dat in zijn vandaag verschenen boek 'Operatie JB' (James Bond), waarin hij een minutieuze beschrijving geeft van Bormanns ontsnapping uit de commandobunkers in de tuin van de door het Russische leger omsingelde Rijkskanselarij. In een twaalf nachten durende ontsnappingstocht zou Bormann volgens Creighton door een onder zijn commando staande afdeling van de 'Sectie M', de 'onzichtbare' tak van de inlichtingendienst van de Britse marine, over de rivieren de Spree en de Havel in veiligheid zijn gebracht en aan de Elbe aan het Britse leger zijn overgedragen. Volgens de schrijver werd Bormann op last van premier Churchill en president Truman aan zijn berechting in Neurenberg onttrokken, omdat de Geallieerden hem nodig hadden om de miljarden die Hitler c.s. in het bezette Europa hadden buit gemaakt in handen te krijgen. Alleen met Bormanns handtekening konden zij de geheime bankrekeningen openen waarop de nationaal-socialisten hun bijeengestolen vermogen in Zwitserland hadden ondergebracht.

Creighton heeft dit jaar pas medewerking van de 'Sectie M' gekregen om zijn verhaal over de ontvoering van Bormann te publiceren. Eerdere pogingen strandden op officiële veto's en werden bemoeilijkt door ambtelijke ontkenningen van het bestaan van de 'Sectie M', die is genoemd naar majoor Desmond Morton, die in 1932 met particuliere financiële steun van koning George V een geheime cel binnen de inlichtingendienst van de Britse marine oprichtte.

Hoewel Creighton zijn relaas over de ontvoering van Bormann niet heeft kunnen documenteren, doordat ook de archieven van de 'Sectie M', overeenkomstig de beschikkingen van zijn oprichter, 'onzichtbaar' zijn gemaakt, heeft hij in zijn boek brieven van Churchill, Mountbatten en Ian Fleming afgedrukt die zijn verhaal op hoofdpunten ondersteunen.