VAN TOFFEE TOT TENNISKAMPIOEN

'Big' Lindsay Davenport is de nieuwe ster van het Amerikaanse vrouwentennis. De 20-jarige won een gevecht met de weegschaal en veroverde in Atlanta de olympische titel. Ze begon de US Open als een van de favorieten.

Een jaar geleden dreven tennisfans op Flushing Meadow in New York nog de spot met Lindsay Davenport. De logge tred van 'Big Lindsay' gaf aanleiding voor vele schampere opmerkingen. Twaalf maanden ouder en tien kilo lichter was de Amerikaanse de afgelopen week de ster van de US Open. De olympisch kampioene was hotter dan hot en kreeg de meeste aandacht van alle speelsters. De fans die haar vorig jaar nog uitlachten, bedelden dit keer om een handtekening.

Lindsay Davenport (1,89 meter, nu 74 kilo) was als kind al fors. Haar vader Wink, in 1968 een olympisch volleyballer, hoopte dat zijn jongste dochter net als haar twee oudere zusters zou gaan volleyballen. Maar de 7-jarige Lindsay ging liever met haar moeder mee naar de tennisbaan. Ze had talent en werd als 8-jarige toevertrouwd aan de befaamde Californische tennisleraar Robert Lansdorp, die eerder Tracy Austin en Pete Sampras groundstrokes leerde slaan.

Op haar veertiende werd Davenport opgenomen in de Amerikaanse jeugdploeg. “Ze was lang, ze leek een stuk toffee dat eindeloos was uitgerekt”, zegt Lynne Rolley, de coach van de jeugdploeg. “Als ze boog na het serveren, knikte ze met haar knieën als een jong veulen. Ik was altijd bang dat ze niet meer overeind zou komen. Er waren heel wat pessimisten die zeiden dat haar lichaam ongeschikt was voor toptennis.”

Het eerste succes kwam pas toen Davenport lichamelijk volgroeid raakte. In 1992 won ze de juniorentitel bij de US Open. Een half jaar later werd ze professional. Haar ouders wilden voorkomen dat Lindsay het zoveelste verwende kindsterretje zou worden en eisten dat zij ook school zou afmaken. De studie stond sportieve prestaties enige tijd in de weg, maar Davenport hield er wel een nuchtere kijk op de tenniswereld aan over. “Het is goed om mensen in je omgeving te hebben die de juiste verhoudingen aangeven”, zei ze twee jaar geleden in The Los Angeles Times. “Anders ga je denken: 'Ik ben geweldig, ik heb een tenniswedstrijd gewonnen'. De realiteit is dat het 99 procent van de mensheid helemaal niets interesseert.”

Davenport verdiende dit jaar al ruim een miljoen gulden aan prijzengeld. Het interesseert haar weinig. “Het is zo abnormaal. Tennis is de enige sport waarin een 14-jarige zoveel geld kan verdienen dat hij voor zijn hele familie kan zorgen. Dat bederft kinderen, meteen of anders tien jaar later”, zegt de inwoonster van Newport Beach, Californië. Davenport woont bescheiden en bezit twee honden, een rottweiler en een Duitse herder. Ze leest graag Robert Ludlum en slapen is haar grootste hobby.

Op de baan verbergt ze haar emoties achter een stoïcijns masker. Een vuist ballen na een belangrijk punt is een belediging voor je tegenstander, leerde ze van haar vader. Als ze vroeger een lijnrechter uitschold, kreeg ze thuis op haar donder. Buiten de baan wordt ze het liefst met rust gelaten. “Ik voel me ongemakkelijk als ik veel aandacht krijg. Als ik mensen op straat hoor fluisteren 'Dat is Lindsay Davenport', weet ik me geen houding te geven. Het is niet dat ik verlegen ben, maar ik ben nu eenmaal erg gesloten.”

Eind vorig jaar wilde Davenport stoppen met tennis. Ze kreeg longontsteking en was steeds geblesseerd. Maar ze was vooral het gezeur over haar 'gewichtsprobleem' beu. “Als ik ergens kwam, kreeg ik meteen te horen dat die blessures aan mijn omvang te wijten waren”. Haar beste vriendin en dubbelpartner Mary Joe Fernandez sprak haar moed in. Zij verzekerde Davenport dat ze vroeg of laat een grand-slamtoernooi zou winnen.

“Ik hield nog wel van tennis, maar ik was ongelukkig”, zei Davenport vorige week in een vraaggesprek met The New York Times. “Steeds kreeg ik te horen dat ik te dik was en niet fit genoeg. Het is heus niet zo dat ik de hele dag cheeseburgers eet. Vanaf de kleuterschool ben ik altijd de grootste van de klas geweest. Van jongs af aan ben ik eraan gewend dat de toeschouwers op de tennisbaan liever een schattig klein meisje zagen winnen. En niet dat lange, grote kind aan de andere kant van het net. Ik weet dat ik niet snoezig ben. Lange tijd deed me dat verdriet. Eind vorig jaar werd ik er ziek van, dat die gevoelens me zo dwars bleven zitten.”

Na de bemoedigende woorden van Fernandez meldde Davenport zich bij een sportschool. Een docent liet haar hardlopen met gewichten van tien pond aan ieder been. Toen ze klaagde dat het zo zwaar was, verwijderde de docent tot haar oplichting de gewichten. Plotseling ervoer de tennisster hoe bevrijdend het voelt om minder zwaar te zijn.

Ze trainde en trainde, at ook wat minder, en verloor tien kilo overgewicht. “Ik kon opeens bij ballen waar ik vroeger niet eens op liep”, zei Davenport deze week. “En hoe fitter ik mij voelde, hoe meer zelfvertrouwen ik kreeg.”

De inspanningen wierpen vrucht af. In januari haalde Davenport de finale in Sydney, in maart verloor ze in Key Biscane pas in de halve finale van Steffi Graf. Maar de gehoopte doorbraak in een van de grand-slamtoernooien bleef uit. In Parijs verloor ze in de kwartfinale van Conchita Martinez, Wimbledon eindigde in een drama. In de tweede ronde verloor ze van de Oekraïense Larisa Neiland.

Davenports wereld stortte na die onverwachte nederlaag in, weg was haar zelfvertrouwen. Op weg naar Japan, voor een landenwedstrijd om de Federation Cup, huilde ze aan een stuk door. Ditmaal was het Billie Jean King die op haar inpraatte. De coach van de Amerikaanse ploeg sprak urenlang met Davenport en overtuigde haar dat ze bij de Olympische Spelen revanche kon nemen.

In Atlanta kwam Davenport probleemloos de eerste vier ronden door. In de halve finale moest ze uitkomen tegen boezemvriendin Mary Joe Fernandez. Het was alsof ze tegen haar zuster speelde, de moeilijkste wedstrijd uit haar loopbaan. “Lindsay is een gevoelig meisje”, sprak vader Wink na afloop, “Ze wilde vandaag winnen, maar tegelijkertijd wilde ze Mary Joe niet verslaan.” Na de zege huilde zijn dochter in de kleedkamer om het verdriet dat ze Fernandez had aangedaan. Twee dagen later, na de olympische finale, huilde Davenport opnieuw. Dit keer tranen van geluk omdat het Amerikaanse volkslied voor haar werd gespeeld. Voor het eerst was ze er in geslaagd Arantxa Sanchez Vicario te verslaan, en voor het eerst won ze een grote titel.

Davenport was afgelopen week bij de US Open publiekstrekker nummer één. Ze speelde al haar partijen op centre court. Het Louis Armstrong Stadium liep gisteravond voor de vierde keer tot de bovenste ring toe vol. De olympisch kampioene moest uitkomen tegen Linda Wild, uit Hawthorn Woods in Illinois. Wat kon haar gebeuren tegen de nummer 32 van de wereld? Sinds Wimbledon was Davenport ongeslagen en won ze zestien partijen en twee toernooien op rij. Slechts twee keer verloor ze dit jaar een partij tegen een speelster van buiten de top-3. En in de eerste drie ronden op Flushing Meadow verspeelde ze slechts tien games. “Als ik ooit een goede kans heb een grandslamtoernooi te winnen dan is het nu”, zei ze vrijdag na haar zege op de Francaise Anne-Gaelle Sidot. “Ik ben in de vorm van mijn leven.”

Het liep anders. Het dieet dat haar tien kilo lichter maakte, de intensieve training die haar olympisch goud bracht en het zelfvertrouwen dat ze in Atlanta opdeed, betekenden gisteravond opeens niets meer. Linda Wild ging furieus van start, nam een 5-0 voorsprong in de eerste set en timmerde Davenport in de derde set met 6-0 van de baan. “Dit is een grote teleurstelling, het leven gaat door”, was alles wat een verwarde Davenport na afloop kon uitbrengen.