Oranje trui voor Sörensen revanche op mislukt seizoen

LANDGRAAF, 2 SEPT. De Limburgse heuvels zijn niet hoog genoeg voor het wielerpeloton. In de Amstel Goldrace worden de renners de laatste jaren via België omgeleid, in de Ronde van Nederland moesten enkele Duitse bulten als scherprechter dienen. Het dilemma voor elke wielerorganisatie: hoe maak je de koers zo hard mogelijk? De coureurs worden steeds sterker, dezelfde heuvels vormen een steeds minder groot obstakel.

Het uitstapje over de grens bracht zaterdag niet het gewenste effect. Organisator Paul Nouwen sprak na afloop weliswaar over de Limburgse koninginnerit, in praktijk bracht de etappe van Roermond naar Landgraaf geen verandering teweeg in de top van het klassement. De Duitse krachtmens Olaf Ludwig won de dagprijs. De Deense allrounder Rolf Sörensen behield zijn voorsprong van twee seconden in het eindklassement.

Voor de 31-jarige Deen is de oranje trui een bescheiden revanche op een teleurstellend seizoen. Sörensen had pech in de voorjaarsklassiekers, onder meer wegens een handblessure. In de Tour de France won hij weliswaar de etappe naar Superbesse, hij had de zege graag ingeruild voor een gouden medaille in Atlanta. De zilveren plak was een schrale troost voor de wegkapitein van de Raboploeg.

Voor de Nederlandse formatie is de oranje trui van Sörensen van grote publicitaire waarde. Toen hij afgelopen donderdag slechts drie strafseconden kreeg opgelegd nadat hij het parcours had afgesneden, moest de jury het ontgelden. De Nederlandse ploeg werd bevoordeeld, de Nederlandse ronde moest en zou een oranje getinte winnaar opleveren. De kritiek van de buitenlandse ploegen vond gehoor bij Theo de Rooy, de ploegleider van Sörensen.

“Of ze zeggen niks of ze gooien Rolf eruit. Dit is een halve maatregel.” De Rooy nam zijn kopman overigens weinig kwalijk. “Het gebeurt in de hitte van de strijd. Ik heb in het verleden genoeg koersen gewonnen door hier en daar wat af te snijden.” Sörensen zelf was zich van geen kwaad bewust, toen hij de verkeerszuil langs de verkeerde kant had gepasseerd. “Tijdens de koers houden we ons niet aan de verkeersregels. Stel je voor dat we voor elk rood stoplicht zouden stoppen.”

Sörensen is geen renner voor het hooggebergte, zijn lichaam lijkt gegoten voor de Ronde van Nederland. In de vlakke ritten kan hij als geen ander tempo maken, in de korte tijdrit hoeft hij voor weinig specialisten onder te doen, in de heuvels komen zijn beperkte klimmerskwaliteiten nog lang niet aan het licht. Rijdend in een uitgedund peloton, uit de wind gehouden door zijn ploeggenoten, bleef hij zaterdag tot de finishlijn zonder problemen aan het wiel van zijn enige concurrent Lance Armstrong.

De Amerikaan begreep al gauw dat hij in Limburg weinig kon klaarspelen. Met speels gemak bestegen de coureurs de theoretische obstakels. De Cauberg was in het verleden nog een gevreesde klim, zij leverde heroïsche verhalen op. Tegenwoordig rijden de professionals bijna fluitend door Valkenburg en omstreken. De wielersport is geëvolueerd, de geografie kan het nauwelijks bijbenen.

Om de spanning te verhogen worden steeds meer wielerkoersen in de slotfase voorzien van een soort criterium. Bij de finish moeten de coureurs een paar extra rondjes rijden. Zo krijgt de Waalse Pijl zijn moeilijkheidsgraad door de steeds maar terugkerende Muur van Huy. “Als het moet laten ze ons ook nog over een vuilnisbelt rijden”, verwoordde Jelle Nijdam de angst voor vlakke ritten. “Maar wat is er nou tegen een goeie waaier?”

De Ronde van Nederland wordt gekenmerkt door een vlakke aanloop, met winderige en regenachtige omstandigheden. Na een korte tijdrit halverwege de week valt de beslissing bijna altijd in Limburg, waar het nationale secondenspel nog enig aanzien krijgt. De afgelopen jaren was Valkenburg de finishplaats. In de buurt van het kuuroord waren er altijd wel een paar lastige klimmetjes te vinden.

Om andere gemeenten tegemoet te komen heeft de organisatie besloten elke drie jaar van start- en finishplaats te wisselen. Dit jaar was Landgraaf de aankomstplaats. De plaatselijke initiatiefnemers kregen een pluim voor hun logistieke optreden, maar in sportief opzicht viel er onder de rook van Heerlen geen eer te behalen. Het glooiende landschap werkte op de lachspieren bij de erkende klimmers.

Voor een geaccidenteerd terrein moet de organisatie uitwijken naar België en Duitsland, luidt de mening van Jan Raas. De winnaar van 1979 zou de Ronde van Nederland willen veranderen in een drie-landenwedstrijd, zeker nu de Belgische en de Duitse ronde van de internationale kalender zijn geschrapt. De manager van de Raboploeg ziet geen heil in een vlakke aanloop, hij wil strijd in Limburg en omstreken. “Een week lang klimmen en dalen, dan pas spreek je van een interessante wedstrijd.”

Het voorstel van Raas is goedbedoeld maar heeft weinig kans van slagen, gezien de vele trotse gezichten in het winkelcentrum van Landgraaf. “Een mooi parcours, een mooie winnaar en een mooie rondemiss”, sprak een plaatselijke official met gevoel voor overdrijving.