Nieuw instituut voor jonge filmers

AMSTERDAM, 2 SEPT. Staatssecretaris Nuis (OCW) opende zondag in Amsterdam het Maurits Binger Film Instituut, een postdoctoraal 'center of excellence', waar jonge professionals uit de filmwereld onder begeleiding van internationale docenten aan tevoren geselecteerde projecten in het scenariostadium kunnen werken.

Het instituut, vernoemd naar de Haarlemse filmproducent en -regisseur Maurits H. Binger (1868-1923), is het voorlopig resultaat van een langdurig streven naar de vestiging van een 'filmwerkplaats' in Nederland. Mede onder invloed van de gezamenlijke Nederlandse filmproducenten, die oneigenlijke concurrentie met overheidsgeld vreesden, is het de werkplaats niet toegestaan zelf te produceren.

Onder de directie van de Amerikaans-Nederlandse Jeanne Wikler is het Maurits Binger Film Instituut nu toch tot stand gekomen. Gedurende twee semesters per jaar zullen steeds vijftien deelnemers en een aantal toehoorders zich bekwamen. Tot de uitgenodigde gastdocenten behoren de Duitse regisseuse Margarethe von Trotta en de Hongaarse regisseur István Szabó.

De eerste deelnemers zijn op een na Nederlandse ingezetenen. Van hen werden acht scenarioprojecten geselecteerd, waarvan er twee al bij externe producenten zijn ondergebracht. De enige tegenprestatie die van die producenten gevraagd wordt is het verlenen van een naamsvermelding van het instituut in de credits en het beschikbaar stellen van publiciteitsmateriaal.

De titels van de acht geselecteerde projecten zijn nog niet openbaar: “Daarover moet ik eerst nog overleg voeren met onze advocaat”, meldde de directeur op de openingsavond. Later bleek de openbaarheid van de namen van de projecten geen bezwaar; ze zouden op te vragen zijn via Internet. De MBFI-site leek alleen vandaag nog niet bereikbaar.

Onder de deelnemers bevinden zich regisseurs als Mark de Cloe (voormalig winnaar van de Grolschprijs), Dana Nechustan (Tuschinski Award 1994), Annick Vroom en Ike Bertels, jonge producenten als Marc Bary en Leontine Petit, en scenaristen als Scato van Opstall en de voornamelijk als literator bekendstaande Oscar van den Boogaard. De toehoorders zijn allen afkomstig uit literaire kringen en worden geacht op deze wijze meer ervaring op te doen in het filmmétier.