Netanyahu: ontmoeting met Arafat is ophanden

TEL AVIV, 2 SEPT. De Israelische premier Benyamin Netanyahu zal binnen enkele dagen de door hem verfoeide Palestijnse leider Yasser Arafat ontmoeten. Dat heeft hij gisteren aangekondigd met een kleine slag om de arm: “...als de ontwikkelingen het toelaten - en inderdaad zijn er thans allerlei ontwikkelingen.”

Zijn ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie bevestigden, evenals hoge Palestijnse functionarissen, dat de ontmoeting zéér nabij is. Bovendien suggereerde de Israelische minister voor Interne Veiligheid, Avigdor Kahalani, dat sjeik Ahmed Yassin, de geestelijk leider van de moslim-fundamentalistische beweging Hamas, die in 1989 tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld, binnenkort op vrije voeten zal worden gesteld.

Gisteren kwam The Jerusalem Post met de primeur dat naaste medewerkers van Arafat en Netanyahu de afgelopen twee weken in het diepste geheim met elkaar hebben onderhandeld en een principe-overeenkomst hebben gesloten, die overigens niet op papier wordt vastgelegd. De Egyptische ambassadeur in Tel-Aviv, Mohammed Bassiouni, zei echter vanochtend dat de zaak nog niet helemaal rond is. Israel staat op heronderhandelingen inzake de hergroepering van zijn militairen in Hebron, terwijl de Palestijnen hiervan niets willen weten. Zodra deze kwestie geregeld is zullen Arafat en Netanyahu bijeenkomen, aldus de ambassadeur.

Namens Arafat worden de onderhandelingen gevoerd door Mahmud Abbas (beter bekend als Abu Mazen) en Mohamed Dahlan, hoofd van één van Gaza's veiligheidsdiensten. Aan Israelische kant zijn de onderhandelaars Dori Gold en kolonel Shimon Shapira, respectievelijk Netanyahu's raadgevers voor Palestijnse zaken en veiligheid. De onderhandelingen zijn tot stand gekomen door bemiddeling van de Noor Terje Larsen, die de activiteiten van de VN in de Palestijnse autonome gebieden coördineert, en zijn echtgenote Mona Juul, eveneens een diplomaat. Beiden waren de drijvende krachten achter de geheime Israel-PLO-onderhandelingen van 1993, die tot de Eerste Principeverklaring van Oslo en de wederzijdse erkenning van Israel en de PLO leidden. Volgens het akkoord zoals dat door The Jerusalem Post is gemeld en dat de ontmoeting van Arafat met Netanyahu moet inleiden, zal Israel het aantal Palestijnse gastarbeiders verhogen van 35.000 tot ten minste 50.000 en de opening toestaan van het Palestijnse vliegveld Dahaniya in de Gazastrook, op voorwaarde dat Israel daar de veiligheidscontrole in handen heeft, precies zoals bij de grensovergangen te land. Bovendien zouden beide partijen onderhandelingen openen over veranderingen van de afspraken die ten aanzien van de 'hergroepering' in Hebron werden gemaakt. Als die onderhandelingen succesvol verlopen, verplicht Israel zich krachtens het Tweede Oslo-akkoord van september vorig jaar tot verdere hergroeperingen, ditmaal in 'zone-C', dat wil zeggen in de 70 procent van de Westelijke Jordaanoever die nog geheel onder Israelisch bestuur is. Deze nieuwe hergroepering, door 'Oslo-2' niet nader gedefinieerd, zou op 7 september moeten beginnen, maar die datum is nu van de baan. Israel zou volgens de 'non-paper' - diplomatiek jargon voor een mondelinge overeenkomst, die naar behoefte door één van de partijen of door beide kan worden nagekomen dan wel ontkend - hebben beloofd dat Arafat geen problemen meer zal ondervinden met zijn helikopter-vluchten tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever.

Pagina 5: Nieuwe zuurstof voor het vredesproces

Het Palestijnse Gezag verplichtte zich anderzijds opnieuw zijn instellingen in Oost-Jeruzalem gesloten te houden.

De onderhandelingen over het mini-akkoord en de aanstaande ontmoeting tussen Netanyahu en Arafat moeten het Israelisch-Palestijnse vredesproces, dat in grote ademnood is gekomen, weer een beetje zuurstof toedienen.

Arafat was zó razend geworden over Netanyahu's vertragingstactieken in het onderhandelingsproces en een reeks vernederingen aan zijn adres, dat hij de afgelopen dagen tot tweemaal toe zijn volk opriep zich gereed te maken voor hervatting van de intifadah, de opstand tegen Israel. Toen hij woensdag met zijn helikopter onderweg was naar Ramallah om daar een bijeenkomst bij te wonen van de Palestijnse Wetgevende Raad, kreeg zijn piloot van de Israelische verkeersleiding opdracht om niet verder te gaan, maar drie kwartier rondjes te vliegen boven het strand van Tel Aviv. Een misverstand, zei men later van Israelische kant. In werkelijkheid had een hoge Israelische regeringsfunctionaris in opdracht van Netanyahu duidelijk gemaakt wie zowel in Israel als in Palestina de baas is.

Arafat, die - overigens precies zoals Netanyahu - gewend is zijn eigen status en imago zo veel mogelijk op te blazen, was buiten zichzelf van woede. Na zijn landing had hij het over “die verdomde Netanyahu, die denkt mij te kunnen vernederen”. Hij, Arafat, zou Netanyahu nu een lesje leren. Daarop volgden zijn oproepen aan de Palestijnse bevolking om donderdag te staken, vrijdag massaal naar de Aqsa-moskee in Jeruzalem te komen en zondag in de Heilige Grafkerk in grote getale samen te komen.

Arafats geduld was op. Een week eerder had Netanyahu hem op het laatste moment verboden met zijn helikopter naar de Westelijke Jordaanoever te vliegen en daar ex-premier Shimon Peres te ontmoeten. Weliswaar was die actie meer bedoeld om Peres een hak te zetten, maar voor de president van Palestina gold dat argument niet. Zijn medewerkers lieten weten dat zo'n behandeling van Arafat een vernedering was van het gehele Palestijnse volk.

De gevoelens van machteloosheid en gekrenkte trots werden des te erger toen het aangekondigde massale protest in Jeruzalem - op vrijdag van de moslims in de Aqsa-moskee en gisteren van de christenen in de Heilige Grafkerk - een flop bleek te zijn. Slechts een paar honderd kerkgangers - minder dan op andere zondagen - gingen naar de Heilige Grafkerk, hoewel niemand, voor zover bekend, door het Israelische leger of de politie werd weggestuurd.

Faisal Husseini, de belangrijkste PLO-functionaris in Jeruzalem, legde dan ook na afloop aan een groepje journalisten uit dat Arafats oproep helemaal niet bestemd was geweest voor alle Palestijnen, maar uisluitend voor de leiders van de Palestijnse gemeenschap in Jeruzalem, “om de wereld te laten weten dat moslims en christenen niet vrij zijn naar hun heilige plaatsen te gaan.” Als de PLO gewild had, had zij met gemak vele tienduizenden kunnen mobiliseren, maar zij had ervoor gekozen de spanningen niet verder op te voeren.

Husseini herhaalde een al eerder door Arafat geuit dreigement de Palestijnse staat te zullen uitroepen, met Jeruzalem als hoofdstad, als de regering-Netanyahu de onderhandelingen blijft blokkeren en doorgaat met haar nederzettingenpolitiek in de bezette gebieden. De PLO riep al acht jaar geleden - in november 1988 - de Palestijnse staat uit met Jeruzalem als hoofdstad. Toen had de PLO echter nog geen grondgebied, nu wel.

De overeenkomst, waarover nu de laatste onderhandelingen worden gevoerd, zou een grote overwinning betekenen voor Netanyahu, die de afgelopen weken door de crème van de Israelische journalistiek van arrogantie was beschuldigd, evenals van desastreus politiek beleid en blindheid voor de gevaren die Israel bedreigen, als hij het vredesproces verder zou saboteren. Het waren moeilijk te weerleggen aanklachten. Want hoewel Netanyahu niet moe werd te verkondigen dat hij zich stipt aan de Oslo-akkoorden zou houden, liet hij in de praktijk het tegendeel zien. Hij deed alles om Arafats droom - een Palestijnse ministaat in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, met Jeruzalem als hoofdstad - nu al in rook te doen opgaan. Maar hij moest heel behoedzaam te werk gaan, omdat hij de Amerikanen niet al te zeer voor het hoofd wil stoten.

Evenmin wilde hij de Europese donorlanden, die de bijna-failliete Palestijnse economie steeds minder ondersteunen, in de gelegenheid stellen Israel de schuld te geven van de dood van het vredesproces. En ten slotte wil hij ook niet de vrede met Jordanië en Egypte al te zwaar belasten. Het dreigement van Egyptes president Mubarak dat de voor november in Kairo geplande economische topconferentie voor het Midden-Oosten niet zal doorgaan, is in Jeruzalem hard aangekomen. Nu al blijken potentiële buitenlandse investeerders in Israel een veel afwachtender houding in te nemen. Investeringen in een klimaat van non-vrede, misschien zelfs van dreigende oorlog, zijn voor hen niet interessant.

Alles bij elkaar genomen, zijn de concessies die Netanyahu thans volgens de 'non-paper' aan Arafat heeft gedaan minimaal, omdat Israel op dit moment vrijwel alle kaarten in handen heeft. Maar een ontmoeting met Arafat zou voor Netanyahu een gigantische sprong over zijn eigen schaduw betekenen. Hij won onder andere de verkiezingen met een reclamespot, waarop zijn verslagen voorganger Shimon Peres en Arafat hand in hand verschenen.

Afgezien daarvan, zei Netanyahu nog vorige week tegen vrienden dat hij Arafat niet alleen ziet als Israels grootste vijand, maar ook als de moordenaar van zijn broer Yonathan, die om het leven kwam bij de militaire bevrijdingsactie op het Oegandese vliegveld Entebbe van door Palestijnen en linkse Duitsers gegijzelde Israeliërs.

Als Netanyahu morgen of overmorgen Arafat een hand geeft, wil dat nog niet zeggen dat het vredesproces is gered. Maar het toont wel aan dat de leider van Arafats meest onverzoenlijke vijanden in Israel niet in staat is het tij te keren. Op lange termijn is het een signaal aan de gehele Israelische bevolking dat men met de Palestijnen zaken moet doen - of men het nu leuk vindt of niet.