Nederland-Brazilië

Het Nederlands elftal verzuimde in de openingsfase Brazilië op achterstand te zetten. De Brazilianen, die vaak werden teruggedrukt op eigen helft, waren wel doeltreffend bij een van de eerste gevaarlijke aanvallen. Giovanni profiteerde op een moment dat doelman Edwin van der Sar op het verkeerde been stond.

Een kwartier later ontsnapte Oranje aan een grotere achterstand toen Frank de Boer een schot van Ronaldo uit het lege doel kopte. Guus Hiddink constateerde achteraf dat Nederland in de eerste helft te gemakkelijk balverlies leed, te veel ruimte weggaf in de mandekking en in de laatste dertig meter de opbouw stokte.

Dat ging in de tweede helft beter. De gelijkmaker was een aanval uit het boekje. Jonk passte ouderwets op Bergkamp die voorgaf op Ronald de Boer. De Ajacied schoot de bal overtuigend in. Twee minuten later keek het Nederlands elftal al weer tegen een achterstand aan. Een schot van Leonardo werd niet bij de dichtstbijzijnde doelpaal verwacht waar Goncalves de bal nog eens van richting veranderde. Een actie van Bergkamp in de laatste minuut redde Oranje. Hij werd door André Luis vlak voor de lijn van het strafschopgebied onderuit gehaald, maar de Schotse arbiter Dallas wees vanaf een meter of twintig naar de penaltystip. Seedorf overlegde met Bergkamp, maar achter hun rug had invaller Jean-Paul van Gastel de bal al op de stip gelegd. De broers De Boer lieten het graag aan de Feyenoorder over “want Jean-Paul is een zekerheidje”. Dat bleek te kloppen: 2-2.