Moslims even terug in Drina-dal

SARAJEVO, 2 SEPT. Honderden moslims zijn deze zaterdag naar het aan de grens met de Servische Republiek gelegen Grebac gekomen voor een verkiezingsbijeenkomst van de regerende Partij van Democratische Actie, de SDA, de belangrijkste partij van de moslims. Zwijgend slenteren ze in de regen over een modderig bergpad op weg naar het podium waar straks hun president, Alija Izetbegovic, zal spreken.

Het lijkt een tafereel uit de oorlog, de stoet vrouwen, kinderen en soldaten, sommigen invalide, die zich voortbeweegt in het bergachtige bos tussen Sarajevo en het in de Servische Republiek gelegen stadje Foca.

De meesten woonden voor de oorlog hier in het dal van de Drina, maar zijn door de Bosnische Serviërs verdreven. Ze wonen nu in door moslims gecontroleerde steden als Sarajevo en Zenica.

Over een kronkelige smalle bergweg door de corridor van Sarajevo naar Gorazde, de moslim-enclave in het oosten van Bosnië, komen ze na een lange reis voor het eerst weer in de buurt van hun oude woonplaats.

Voor soldaten is dit een weerzien met de frontlinie, waar ze hebben gevochten tegen de Bosnische Serviërs. De nostalgische waarde van de reis is op zichzelf belangrijker dan de aanleiding ervoor: de verkiezingen op 14 september. Stemmen doen de meeste moslims toch al op de SDA, de partij die hen door de oorlog heeft geleid.

In de druilerige regen heeft de menigte zich op een groot grasveld verzameld rondom een podium waar uit de boxen Arabische liederen klinken. Pal tegenover het podium staat de Zevende Brigade van het Bosnische leger in het gelid. In dit elite-korps dienen alleen moslims.

Gekleed in spierwitte karate-achtige pakken vormen ze in de sombere menigte een lichte vierkantige vlek. Hun in het zwart geklede aanvoerder houdt een donkergroene vlag op met daarop een koran-tekst. Zwaarbewapende soldaten bewaken iedere meter van het terrein.

De bevelhebber van het Bosnische leger, generaal Rasim Delic, begroet vanaf het podium zijn 'geliefde soldaten' en noemt het een eer te staan op de plek waar zulke dramatische gevechten tegen de Bosische Serviërs hebben plaatsgehad. “We moeten ons beraden op wat we nu gaan doen. Ons doel is bekend: een verenigd Bosnië”, zegt hij. De Zevende Brigade schreeuwt in koor 'Allahu akbar', God is groot. “We mogen de slachtoffers nooit vergeten”, zegt Delic. “Ons leger zal zorgen voor vrede en vrijheid in Bosnië. Wij zullen het leger versterken om Bosnië te herenigen.”

Dan betreedt ex-onderminister van Defensie van Bosnië Cengic het podium. Het is mede aan zijn contacten met Iran te danken dat de moslims in de oorlog ondanks het wapenembargo toch over wapens konden beschikken. “Wij hebben geleerd dat anderen ons niet verdedigen en dat we voor onszelf moeten opkomen. Bosnië is van ons. We zullen vechten, dit is ons land. We geven het niet op. We willen terug naar onze huizen, onze steden, onze tuinen. We zullen terugkomen naar het dal van de Drina, er zit niets anders op.”

Als eindelijk Alija Izetbegovic, de president, gekleed in legeruniform, het podium betreedt barst gejuich los. “Alija, Alija!”, zo wordt gescandeerd.

Pagian 4: 'Compromis is geen rechtvaardigheid'

“Ik ben hier gekomen met een gevoel van droefheid en trots. Deze plek herinnert aan het lijden, maar ook aan het verzet”, zegt de president. “Grebac is een heilige plaats. Mensen zijn hier gestorven om te leven.” De menigte roept: “Alija, we staan aan je zijde.” Hij gaat verder: “In 1992 hadden wij 20.000 soldaten, in 1993 hadden we er 100.000, in 1994 200.000. Het wonder van Bosnië is geschied”.

Hij noemt het verdrag van Dayton een compromis. “En compromissen zijn geen rechtvaardigheid”. Maar de vrede in Bosnië is goed, zegt Izetbegovic. “We konden ons niet nog meer doden veroorloven.”

Hij vertelt zijn kiezers dat zij op 14 september alleen moeten stemmen als dit 'een stap voorwaarts' betekent. En dat is alleen het geval als het zogeheten P-2 formulier, waarmee kiezers de kans krijgen in hun nieuwe woonplaats te stemmen, wordt afgeschaft. Want Izetbegovic wil juist dat zijn volk teruggaat om te stemmen in de plaatsen waar het vroeger woonde. “Het belangrijkste is dat wij het recht hebben om terug te gaan naar de dorpen waaruit wij door de Cetniks (Serviërs, red.) zijn verdreven. Zonder terugkeer van de vluchtelingen is integratie van Bosnië een illusie.”

Naast het podium staan in een rijtje zeven mannen in rolstoelen opgesteld. Ekren Imamovic is een van hen. Hij is uit Sarajevo naar Grebac gekomen om de plaats terug te zien waar hij heeft gevochten en waar zijn zoon is gestorven. Hij raakte in 1992 aan beide benen gewond door een granaat. Wat verwacht Imamovic van de SDA van Alija Izetbegovic? “Een verenigd Bosnië”, zegt Imamovic. Hij zegt dat hij ondanks alles geen haat voelt. “Ik ben moslim, maar ik respecteer ook de andere religie.”

Hij vindt president Izetbegovic 'de juiste man' omdat hij 'iedereen gelijk behandelt'. Op de vraag wie de mannen zijn in de witte karate-pakken met de groene banden om hun hoofd, die zoëven op een drafje langsmarcheerden, antwoordt hij dat hij dat niet weet.

Soldaat Radis Hodzic, in gangbaar legeruniform, wijst vanaf een heuveltop waar hij heeft gevochten. “Daar in die heuvels zaten de Serviërs”, en hij wijst naar rechts en dan naar links. “Ze zaten overal.” In het dal lag zijn bataljon. “Wij hebben ervoor gezorgd dat voorraden met munitie uit Sarajevo in Gorazde terechtkwamen. En ik heb hier vrouwen en kinderen weggedragen die waren doodgevroren.”

Op wie zal hij over twee weken stemmen? “Ik stem voor mijzelf, voor mijn huis, mijn erf, mijn landbouwmachines. Ik ben hier geboren, mijn familie was van hier. Ik kan mijn land vanuit hier zien, maar het doet pijn in mijn hart, want ik kan er niet heen. Ik kan niet anders stemmen dan als patriot.”

Even verderop tuurt de voormalige soldaat Asman Zagorac met een grote groene verrekijker naar de heuvels in de verte. “Ik kijk naar de plaats waar ik ben geboren”, zegt hij. “Maar ik kan mijn huis niet zien. Het is platgebrand.”

Na afloop van de bijeenkomst in het verlaten bergland hobbelen de tientallen volgeladen bussen - na een half uur oponthoud, want de gepantserse auto van de Iraanse ambassadeur moet er eerst door - terug over de bergweg door de corridor richting Sarajevo. Vanaf een door IFOR-soldaten zwaarbewaakte grensovergang is te zien hoe gestalten - Serviërs - zich voor de ramen verdringen om het vertrek van de moslims gade te slaan.