Melkert: tussen kunstbaan en wenkend perspectief

Minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) krijgt kritiek op de drie banenplannen die zijn naam dragen. Wat is het verschil tussen Melkert I, II en III?

DEN HAAG, 2 SEPT. De Algemene Rekenkamer velde vorige week een vernietigend oordeel over de Melkert II-regeling. Daar komt eind deze maand een rapport van de controleur van 's Rijksfinanciën overheen, waarin de Melkert I-banen ervan langs krijgen. De Melkert III-banen gaan vooralsnog vrijuit. Die zijn nog zo nieuw dat de Rekenkamer er geen rapport aan heeft kunnen wijden.

Kern van de kritiek is dat Melkert zijn plannen onvoldoende heeft voorbereid, dat de regelingen ondoorzichtig zijn en dat bestaande banen worden verdrongen. Logisch dat de Rekenkamer zoiets zegt, is het verweer van Melkert en zijn ambtenaren, want de regelingen zijn nieuw en de Rekenkamer heeft haar onderzoek gedaan toen Melkert I en II nog op gang moesten komen.

Eind 1994 lanceerde Melkert zijn plan om in de kabinetsperiode tot 1998 zo'n 60.000 banen te creëren. Vooral langdurig werklozen zouden die banen moeten bezetten. Voor langdurig werklozen met een bijstanduitkering die nergens aan de slag kunnen kwam Melkert met de mogelijkheid hen 'activiteiten' te laten verrichten met behoud van uitkering.

De Melkert I-regeling ging begin 1995 in negentien grotere gemeenten van start. Melkert I-banen zijn extra reguliere banen in de collectieve sector. Extra, want ze mogen geen bestaande banen verdringen, iets dat voor alle typen Melkert-banen geldt en de reden dat cynici het over 'kunstbanen' hebben.

De helft van de geplande 40.000 banen van gemiddeld 32 uur moet in de zorgsector ontstaan, de andere 20.000 betreft functies als stadswacht, straatveger of groepshulp in de kinderopvang. Inmiddels doen 48 gemeenten aan Melkert I mee. Verwacht wordt dat dit jaar 15.000 banen beschikbaar komen, bovenop de 5.000 in 1995.

Een gemeente of zorginstellig die een langdurig werkloze weet te plaatsen krijgt een rijksbijdrage van 40.000 gulden. Aan loon gaat een bedrag op tussen de 26.500 en 32.500 gulden. De rest van het geld is om de kosten te dekken die nodig zijn voor begeleiding en plaatsing van de betrokkene.

Het verschil tussen Melkert I- en Melkert II-banen is de sector waarin de langdurig werkloze komt te werken. De laatste categorie dient in de marktsector terecht te komen, in de horeca bijvoorbeeld, de tuinbouw of de schoonmaakbranche. Melkert II-banen zijn naar verwachting een goed middel om het zwartwerken in deze branches te lijf te gaan. 'Witte werklozen' kunnen namelijk tegen concurrerende loonkosten worden ingezet.

Bijzonder is dat de regeling geen cent extra hoeft te kosten: de langdurig werkloze levert zijn uitkering feitelijk in bij een werkgever, want deze krijgt een overheidssubsidie die even groot is als het bedrag dat aan uitkering komt te vervallen. Maximaal is dit een bedrag van 18.000 gulden dat de werkgever ten hoogste twee jaar ontvangt. Deze moet de subsidie ten minste tot het minimumloon aanvullen.

De Melkert II-regeling, die mikt op 20.000 banen voor 1998, zit nog in een experimentele fase. Een uitkering is bedoeld als bestaansvoorziening, zo is de tot nu toe gangbare opvatting, niet als middel om banen te financieren. Op basis van deze proef moet duidelijk worden of deze andere opzet functioneert.

Vergelijkbaar met vrijwilligerswerk zijn de Melkert III-banen. Klanten van de Gemeentelijke Sociale Dienst die daar de deur al jaren platlopen, moeten in de visie van Melkert hun zicht op werk niet verliezen. De kans hierop is echter groot: het uitzicht op een baan wordt immers kleiner naarmate iemand langer werkloos is. Zelfs het wenkende perspectief van de Melkert I en II-regelingen is voor hen verdwenen.

In de nieuwe Bijstandswet, die 1 januari dit jaar inging, is de mogelijkheid opgenomen om deze 'blijvers' via experimenten toch 'sociaal te activeren'.

Dat alles met behoud van uitkering en zonder dat bestaand werk in gevaar komt. Doel is de kans op betaald werk voor de perspectief-armen te vergroten en de perspectieflozen niet het idee te geven dat ze sociaal geïsoleerd zijn.

Het plan is nog zo nieuw dat niet helemaal duidelijk is wat deze mensen precies moeten doen. 'Nuttig werk in de eigen buurt, in het toezicht en andere vormen van dienstverlening', is de omschrijving van het ministerie.

De gemeente is verantwoordelijk voor de bijstandsuitkeringen en moet dus zelf met voorstellen komen voor Melkert III-experimenten, vindt de naamgever van het plan. Twee gemeenten hebben zich aangemeld voor een experiment. De Rekenkamer zal ongetwijfeld bij hen op bezoek komen.