Lijden aan het leven

Feuilletons: Jeroen Brouwers. Uitg. Noli me Tangere, onder protectoraat van uitg. Atlas. 114 blz., Prijs ƒ 25,-.

Een blaadje maken! Het begint als de scholier vijftien, zestien of zeventien is. Op school is De Nieuwe Gids gepasseerd, de scheldkritieken van Lodewijk van Deijssel, gevolgd door de Vijftigers en de Maximalen en Gimmick! van Joost Zwagerman. Dat wil hij ook! Met wat vrienden en vriendinnen zijgt hij neer in een café en hij begint een blaadje. Maar na een paar nummers merkt de scholier dat steeds meer vrienden afvallen - school, uitgaan, verkering - zodat hij op een gegeven moment het blaadje in zijn eentje zit te maken. Manhaftig verzint hij nog wat extra pseudoniemen en gaat door: eindelijk de eenzaamheid van de echte schrijver.

Het is tamelijk ongebruikelijk dat een gevestigd schrijver in z'n eentje een tijdschrift maakt, en op deze manier 'opnieuw begint'. Nu wordt dat weer een stuk normaler als het Jeroen Brouwers betreft - Brouwers, hét idool van alle vijftienjarige blaadjesmakers die op hun kamertjes pseudoniemen zitten te bedenken. Zelf gaat hij zo ver niet meer: in het colofon van Feuilletons (zomer 1996) staat dat het blad een 'Periodiek verschijnende uitgave van werk van Jeroen Brouwers' is, die minstens twee maal per jaar zal verschijnen. Brouwers die op zijn 56ste opnieuw een tijdschrift begint - het doet een beetje denken aan die spotprent op de evolutie, waarin je de rechtopstaande mens in een zestal stappen ziet veranderen in een soort amoebe: 'Ik ga weer terug!'

Een eenmanstijdschrift als Feuilletons past echter uitstekend in de cultus die Brouwers de afgelopen decennia rond zichzelf heeft opgeroepen. In al zijn werk poseert hij als de archetypisch-romantische schrijver, waar pubers zo op vallen: eenzaam, afkerig van de wereld en wanhopig op zoek naar vergetelheid. Ondertussen blijkt ook uit zijn dagboekaantekeningen dat hij zo beroemd is dat zijn geheime telefoonnummer binnen een week niet geheim meer is, er telkens mensen bij hem op de stoep staan om wie hij niet gevraagd heeft, en een opkoper zijn oude boeken wel voor een habbekrats wil meenemen: “Zonder jou erin te kennen en zonder dat je de catalogus zelfs maar onder ogen krijgt, (-) biedt boekenboer je hele afgedankte lectuurtroep te koop aan, met jouw naam als kwaliteitsmerk op de kaft: 'Uit de bibliotheek van...' Titel per titel keurig beschreven. 'Ernstig beschadigd'. 'Vermicelliresten en bloedworstvlekken tussen de pagina's'. 'Afgeknipte teennagel als bladwijzer'. 'Titelpagina ontbreekt'.”

Brouwers lijdt aan het leven en in Feuilletons is hij weer goed op dreef. Het allermooiste is wel de naam die hij heeft verzonnen voor het uitgeverijtje dat het blad zal verspreiden: Noli me tangere - 'raak me niet aan'. Het is Brouwers in een notendop: eenzaam en lijdend, maar ook onaantastbaar hoog boven de mensheid verheven.

Feuilletons bestaat uit drie delen: 'Journalen', 'Letteren en Wijsbegeerte' en 'Gezond leven'. Het eerste deel bevat dagboekaantekeningen, het tweede essays over Elsschot, August Borms en Rudy Kousbroek; het derde beschouwingen over een boek van schrijver Horacio Quiroga, over zelfmoord van beroemde koks, en het verbod op roken. Niet alle onderwerpen worden even zinderend behandeld (vooral de standaard-polemiek tegen Rudy Kousbroek gaat vervelen), maar daar staat tegenover dat Brouwers nog steeds een van de beste stilisten uit de Nederlandse literatuur is. Zijn zinnen sprankelen en dansen en dat maakt het altijd een plezier om Brouwers te lezen. Jammer blijft het daarom dat hij dat prachtproza in dienst stelt van die eeuwige monomane pose. Zinnen als: “Onbegrijpelijk hoe een schrijver hier kan leven zonder de dagelijks te verdringen neiging om uit de dakgoot te springen”, gaan op den duur vervelen.

Blijft de vraag waarom Brouwers ervoor kiest zijn dagboekaantekeningen en essays in tijdschriftvorm te verspreiden en niet in essaybundels en Privé-domeindelen, zoals een schrijver van zijn 'statuur' dat normaal zou doen. Ik denk dat dat komt doordat Brouwers zijn status alleen maar kan handhaven door er tegenin te gaan. Zijn schrijverschap bestaat nu eenmaal bij de gratie van het romantische beeld van de schrijver die worstelt met zichzelf en in zijn eentje blaadjes maakt - de pose van de eeuwige puber. En wie Feuilletons uit heeft kan dan ook maar een ding concluderen: dit is een superieure schoolkrant.