Kunstminnaar werd alsnog ondernemer en wil zijn Ster

Op 6 april 1993 stond J. Ritman, maecenas en eigenaar van het familiebedrijf De Ster (wegwerpservies voor vliegtuigen en ziekenhuizen), met lege handen na een conflicht met zijn huisbank ING Bank, die hem zijn bedrijf kostte. Volgende week zien zij elkaar weer. In de rechtszaal. Ritman wil ING dwingen om hem zijn Ster terug te verkopen.

ROTTERDAM, 2 AUG. Zij dachten dat zij van mij af waren, maar in de tussentijd ben ik een echte ondernemer geworden en nu kan ik bijna 500 miljoen gulden op tafel leggen om De Ster (360 miljoen gulden omzet, ongeveer 700 medewerkers) terug te kopen. In kleine kring is maecenas en manager J. Ritman strijdvaardig, maar zijn adviseurs willen hem tot de rechtszaak volgende week het liefst buiten de publiciteit houden.

Ritman heeft een kort geding tegen zijn voormalige huisbank ING Bank aangespannen om een bod op De Ster te mogen doen. Hij heeft een consortium van investeerders gevormd onder leiding van de investeringsmaatschappij Hal (van de Rotterdamse familie Van der Vorm) en met enkele klinkende Nederlandse namen als financiële partners. Het enige probleem is dat ING niet met hem wil praten over een verkoop, omdat De Ster officieel niet meer in de etalage staat. ING heeft het dossier dicht geslagen, na verschillende pogingen om de fabrikant van wegwerpservies voor vliegtuigen en ziekenhuizen te verkopen.

Het leuren met De Ster duurt in feite al drie jaar, sinds Ritman en ING op 6 april 1993 lijnrecht tegenover elkaar stonden. Voor de kunstliefhebber Ritman is het niet moeilijk de ware aard van het conflict te duiden. Zijn relatie met de voormalige NMB Bank verliep niet alleen zakelijk voorspoedig, met de topbankiers van de NMB kon hij het ook in het persoonlijk vlak uitstekend vinden. De samensmelting van financieel gewin met het maatschappelijk nut van een kunstverzameling en giften voor goede doelen en projecten was voor NMB-topman W. Scherpenhuijsen Rom vanzelfsprekend. Diens onverwachte val in 1992, toen een oude beleggingsaffaire een einde maakte aan zijn positie als bestuursvoorzitter van ING Groep, ondermijnde ook Ritmans relaties met zijn huisfinancier.

Begin 1993 barstte de bom. De Golfoorlog had de winstgevendheid van de De Ster aangetast. Ritman dacht zijn problematische kredieten met de bank opnieuw te hebben geregeld, en was akkoord gegaan met een vergaande inkrimping van zijn kunstaankopen en zelfs met zijn eigendom van De Ster. De bank wilde het krediet beperken en wilde geld zien. Ritman zou een minderheid van de aandelen wel willen verkopen, maar de bank sloot zelfs een meerderheid niet uit.

Op 6 april kreeg Ritman de keus: een totale financiële reorganisatie, waarbij de bank de macht zou overnemen in het bedrijf, of uitstel van betaling voor De Ster. Ritman vreesde voor de banen van zijn 700 medewerkers, ging akkoord en dacht - of hoopte in elk geval - dat zijn uitschakeling slechts tijdelijk zou zijn. “Ik moest het harmoniemodel aanvaarden”, zou hij later zeggen. In het contract werd een clausule opgenomen dat Ritman zelf ook een bod zou mogen uitbrengen als De Ster verkocht werd. Hij verliet het stadspaleis aan de Amsterdamse Bloemgracht waar De Ster kantoor hield.

Het argument dat ING gebruikte voor de ongewone “ontruimingsactie” was dat Ritman door was blijven gaan met kunstaankopen ondanks afspraken over het tegendeel. Dat ontkent Ritman nu. Hij ziet de machtwisseling in de top van de financiële groep als de ware reden: eerst werd schoon schip gemaakt met de oude ING-top, daarna volgden hun vertrouwde klanten.

ING werd geen rechtstreeks eigenaar van De Ster, dat zou problemen kunnen opleveren met het beleid van de Nederlandsche Bank die banken niet graag meerderheidsbelangen in bedrijven ziet nemen. Naast De Ster stonden nog twee aparte BV's: een met een voor Nederland unieke bibliotheek op het terrein van alchemie, mystiek, hermetica en rozenkruizers, de ander met een verzameling kunst en Rembrandt-etsen. De kunst is vorig jaar via Sotheby's verkocht, de bibliotheek bevindt zich, zo blijkt uit de dagvaarding tegen ING, deels bij het veilinghuis Christie's.

De Ster en de kunst BV's werden eigendom van een stichting, De Storm genaamd. Ritman kreeg een plaats in het bestuur van de stichting, waar hij moest opboksen tegen twee andere bestuurders die door ING waren benoemd.

Interim-managers kwamen bij De Ster en interim-managers gingen. De familieleden van Ritman die bij de onderneming werkten werden ontslagen. De nieuwe directievoorzitter die ING bij Pakhoed recruteerde (ir. H. den Ouden) verdween vorig jaar weer nadat de verwachtingen over het resultaat niet werden waar gemaakt. De verwachting voor 1995 van een bedrijfsresultaat van 57 miljoen gulden voor rentebetalingen en belastingen bleek uiteindelijk slechts 37 miljoen te zijn. Met name in Amerika, waar De Ster een paar jaar geleden een produktievestiging neerzette, zouden de verliezen aanzienlijk zijn.

Bemiddelingspogingen uit het Rotterdamse zakelijke en financiële circuit van mr. H. Langman (ex-ABN Amro, commissaris Hal en voormalig adviseur Ritman) en bedrijfsadviseur dr. L. Koopmans liepen op niets uit.

ING nam de zakenbank Deutsche Morgan Grenfell in de arm om gegadigden te vinden voor De Ster. Eentje, de investeringsmaatschappij Investcorp uit Bahrein, die gespecialiseerd is in het opkalefateren van bedrijven met een sterke merkpositie (zoals luxe goederenverkoper Gucci), had eind vorig jaar concrete belangstelling. De prijs van 375 miljoen gulden was akkoord, maar over verschillende voorwaarden bereikten ING en Investcorp geen overeenstemming. De Arabische investeringsgroep wilde bijvoorbeeld een omzetgarantie voor de komende twee jaar, precies de periode waarin conctracten met veel luchtvaartmaatschappijen verlengd moeten worden.

De verkoop die geen koop werd, was voor Ritmans advocaat mr. P. Wakkie een geschenk uit de hemel. Met een beroep op de overeenkomst uit 1993 die Ritman het recht geeft een bod uit te brengen als er een andere concrete bieder is, wil hij volgende week de Amsterdamse rechtbank-president Gisolf overtuigen. Ritman heeft haast: als zijn consortium van financiers uiteen valt, zit hij zonder familiebedrijf, maar met 463 miljoen gulden schuld.