Kabinet akkoord met flexibeler pensioensysteem

DEN HAAG, 2 SEPT. Het kabinet is het in grote lijnen eens over een flexibeler pensioensysteem, waarbij met name werknemers met een hoog inkomen zelf kunnen kiezen of en hoe ze via belastingvrije premies pensioen opbouwen. Dit melden goed ingelichte bronnen in Den Haag.

Tot een jaarinkomen van 75.000 gulden komt er een verplichte collectieve pensioenverzekering, die recht geeft op een pensioenuitkering (inclusief AOW) van maximaal 70 procent van het gemiddelde inkomen dat met werken is verdiend. Werknemers met een hoger inkomen dan 75.000 gulden bruto per jaar kunnen met een pensioenfonds afspraken maken over een hoger pensioen. De pensioenpremies die daarvoor worden betaald zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Onder bepaalde omstandigheden is het mogelijk pensioenpremies af te trekken die recht geven op een maximum van honderd procent van het gedurende 35 dienstjaren verdiende gemiddelde loon. Het nieuwe pensioensysteem zal op zijn vroegst na de huidige kabinetsperiode in werking treden.

De voorstellen voor een nieuw pensioensysteem worden gedaan door staatssecretaris F. de Grave (Sociale Zaken) in een op 28 augustus naar het kabinet gezonden brief, “Verplichtstelling en flexibilisering van pensioenen”. De brief is afgelopen vrijdag door de Ministerraad besproken. Omdat er nog enkele technische problemen waren is besluitvorming over de brief aangehouden tot de volgende vergadering van de Ministerraad, aldus zegslieden in Den Haag. De betrokken ministeries van Sociale Zaken, Financiën en Economische Zaken zouden echter geen politieke bezwaren hebben tegen het nieuwe pensioensysteem.

Op dit moment kunnen pensioenpremies alleen worden afgetrokken voor de belasting als die betrekking hebben op een pensioen dat recht geeft op maximaal 70 procent van het laatst verdiende loon (eindloon). Een pensioen dat gebaseerd is op het gemiddeld tijdens het werkzame leven verdiende inkomen (middelloon) is voor werkgevers goedkoper. Zo'n middelloonsysteem maakt het ook mogelijk dat werknemers op latere leeftijd minder gaan verdienen (zogeheten demotie). Dit gaat dan niet ten koste van het door hen opgebouwde pensioen.

Bij een hoger jaarinkomen dan 75.000 gulden krijgen werknemers in de toekomst meer vrijheid om zelf uit te maken of en hoe ze voor hun oude dag sparen. Ze kunnen met financiële steun van de fiscus een pensioen opbouwen, maar bijvoorbeeld ook een huis kopen.