'Het is wennen tussen al die deftige lui'

Dit seizoen volg ik de verrichtingen van Volendam vanaf de vip-tribune. Ik heb een mooi plekkie ter hoogte van de middenlijn gekregen vanwaar ik alles heel goed kan zien. Zo'n vip-tribune is ook verwarmd. Dat zal in de wintermaanden aangenaam zijn. Maar het is wel wennen, hoor. Ik voel me op m'n nieuwe stekkie namelijk net een kip die z'n eieren niet kwijt kan. Er zit een ander slag mensen, hè. Mensen, vooral sponsors, waar ik niet zoveel mee heb. Van die deftige lui, godverdorie nog an toe.

Ach, het hele voetbal is veranderd, vooral zakelijker geworden. Ik heb er moeite mee dat tegenwoordig alles in het teken staat van die sponsors. Ik weet natuurlijk wel dat de voetbalsport niet zonder ze kan, dat ze een noodzakelijk kwaad zijn. Maar ze zijn en blijven een kwaad.

Zonder voetbal zou ik me rot vervelen. Volendam is natuurlijk mijn cluppie. Dat is altijd zo geweest. M'n vader was al bij de club betrokken, het veld lag ook vlak bij ons huis. Zelf kon ik helemaal niet voetballen. Ik was absoluut geen technicus zoals die twee jongens van m'n broer, Arnold en Gerrie. Het enige wat ik kon was hard rennen.

Min of meer toevallig ben ik stadionspeaker geworden. Ik deed vroeger veel voor het toneel, vandaar dat mijn vader vroeg of ik bij wedstrijden niet wat boodschappen door een microfoon wilde spreken. Dat heb ik 59 jaar vanuit een koude cabine gedaan. In het begin ging dat heel improvisorisch. Het kraakte en piepte alleen maar, niemand verstond wat ik zei.

Vorig seizoen was m'n laatste als stadionspeaker. Bij m'n afscheid kreeg ik van het bestuur die stoel tussen de vips. En de nieuwe tribune die binnenkort wordt gebouwd, krijgt mijn naam. De Pé Mühren-tribune. Dat is toch mooi, hè.