Getto's van de ervaring

Anil Ramdas veronderstelt een desinteresse voor de doden in Bosnië, Afghanistan en Liberia en zegt: zo wordt bewezen dat de gedachte dat mensen evenveel waard zijn allang is verlaten. “Ach, het zijn anonieme doden”. Jos de Beus betwijfelt in een reactie die onverschilligheid en zegt dat de meeste burgers in Nederland eerder gefrustreerd zijn door de afstand die men ervaart tussen een moraal van gelijkheid en de beperkte mogelijkheden in een wereld die steeds chaotischer is (NRC Handelsblad 17 en 31 augustus).

Wat speelt zich af in de hoofden van de burgers die al deze onheilstijdingen ondergaan? Ik geloof niet dat het kijken naar wereldwijd leed de toeschouwer tot duurzame deelgenoot maakt van het lot van anderen. De Journaalbeelden zijn geen uitnodiging om de wereld binnen te treden en de kring van het samenleven te verruimen. De ervaring met de 'no go areas' in vrijwel alle grote steden van het Westen bevestigt die indruk.

Wat zo opviel bij de stille rondgang na de Bijlmerramp was de verbazing op de gezichten van velen die daar liepen. Ze kwamen uit andere delen van Amsterdam en ze liepen door een wijk die op niet meer dan tien minuten afstand ligt en toch bezochten ze een onbekend gebied. Natuurlijk weerhield de vrees voor rampentoerisme velen om onbekommerd rond te kijken, maar ze zullen dezelfde bevreemding hebben ervaren. Zo dichtbij en toch een wereld apart.

Jaren geleden ben ik door iemand meegenomen naar de South Bronx, een van de meest vervallen buurten van New York. Drie kwartier rijden in een metro, en je stapt uit in het landschap van een burgeroorlog. Platgebrande huizenblokken, afvalbergen, kapotte auto's die aan hun lot zijn overgelaten, schimmen van junks en vooral het continue geluid van sirenes van politie, brandweer en ambulance. Deze 'no go area' - waar je zeker s'avonds alleen onder begeleiding rond kunt lopen - ligt vlakbij het welvarende Manhattan.

Zeer ongelijksoortige voorbeelden - de Bijlmer en de Bronx - die toch verwant zijn. Die ervaring van naast elkaar en toch langs elkaar leven zou moeten wapenen tegen al te gemakkelijke verwachtingen omtrent een global village waarin allen met allen communiceren. Het is een ervaringsgegeven dat het dagelijks leven in de directe nabijheid van menselijke rampen of smeulende achterbuurten gewoon wordt geleefd.

En waar binnen handbereik gettovorming plaatsvindt, daar kan niemand verwonderd zijn dat op de schaal van een land of continent hele gebieden kunnen verkommeren. Na alle ontdekkingsreizen is geen gebied op de wereld nog onontgonnen en toch zijn er vele onbetreden gebieden waar zich humanitaire catastrofes afspelen. De nieuwe wereldorde is voorlopig het verhaal van wegversperringen, dronken milities, etnische zuiveraars en uitdijende krottenwijken.

Daarvan worden we tamelijk nauwkeurig op de hoogte gehouden door de vrije nieuwsgaring. Het bombardement van slecht nieuws uit alle delen van de wereld komt dagelijks tot ons en maakt volgens Enzensberger van de kijker een voyeur. Niemand zal willen ontkennen dat het aanschouwen van al die gruwelijkheden een mengeling van afkeer en fascinatie oproept. Was dat niet zo, dan zou zeker in het tijdperk van commerciële televisie, de berichtgeving wel terughoudender zijn.

Dat is geen teken van onverschilligheid, maar ook niet van een betrokkenheid die wordt gedwarsboomd. De emoties die door de beelden van geweld worden opgeroepen zijn niet erg stabiel, ze flikkeren als het televisiescherm zelf. Vandaag is het Saddam Hussein, gisteren Dutroux, eergisteren dat kan ik me al niet meer herinneren. Wie spreekt nog over Somalië? Deze stroom van indrukken veroorzaakt geen onverschilligheid maar eerder een bijna permanente morele onrust. Wat achterblijft is treurigheid en wrok over 'de' wereld, die een steeds wilder aanzien heeft.

Volgens Kaplan in zijn The Ends of the World waren er in 1993 42 landen verstrikt in grootschalige geweldadige conflicten en nog eens 37 die minder omvangrijke vormen van politiek geweld ondergaan. Ontmoedigende cijfers, om het mild te zeggen, die ruimte scheppen voor de gedachte dat de aanvaarding van universele mensenrechten niet dwingt tot een universele plicht tot interventie. Maar zo'n onderscheid zal door Ramdas al gauw een teken van onverschilligheid worden genoemd.

Dat de wereld, ondanks een groeiende wereldmarkt, in menig opzicht minder samenhang heeft dan vóór 1989, kan moeilijk worden bestreden. Hoe men ook oordeelt over kolonialisme, imperialisme en communisme, zeker is wel dat deze vormen van overheersing de wereld aaneen bonden, of althans hele regio's samenhang en betekenis gaven. De 79 landen die volgens Kaplan min of meer in de greep van geweld zijn, zijn vrijwel allemaal in de laatste decennia ontsnapt aan deze vormen van gedwongen integratie. Maar van vrijwillige samenwerking binnen de grenzen van het volkenrecht is nog niet veel zichtbaar.

We weten meer dan ooit over de wereld. Tegelijk vertoont deze minder samenhang dan ooit en lijkt, gelukkig, vanuit de gemiddelde huiskamer in West-Europa ver weg. Nu probeert Kaplan, het kleine en grote geweld op één noemer van uitdijende anarchie te brengen. Daarmee wil hij duidelijk te maken dat onze werkelijkheid niet zomaar vreedzaam genoemd kan worden. We kunnen niet langer meer weg kijken, want nu al speelt het 'kleine' geweld zich af op onze stoep en eerdaags zal dat dwingerder vorm aannemen.

Paradoxaal genoeg zou dat een hoopvolle gedachte kunnen zijn. De wereld is een samenhangend geheel - met CNN als kroongetuige - en door drugsstaten, vele oorlogen, massa-immigratie, epidemieën, milieurampen en woelige wereldmarkten wordt de welvarende wereld gedwongen zich te interesseren voor het lot van degenen die aan de rand verkeren. Kaplan schrijft: “De dronken soldaten in Sierra Leone en het meisje dat doodgaat van tuberculose in Cambodja zijn dichterbij dan we denken”. De ketens van wederkerige afhankelijkheid strekken zich steeds verder uit en daarmee groeien de mogelijkheden van de verliezers om de winnaars te chanteren.

Of dat echt zo is? De verbanden tussen hier en daar blijven tamelijk dun. Kaplan moet erkennen dat er in zijn waarnemingen niet één patroon valt te ontdekken, zoals hij aanvankelijk dacht: de anarchie van Liberia is niet ons voorland. De wereld is veel gefragmenteerder dan alle opvattingen over een werelddorp en een wereldmarkt toelaten. Dat lijkt me een juiste conclusie uit zijn vele reizen, want de ervaring leert nu juist dat extreme sociale verschillen in elkaars nabijheid kunnen voortbestaan, laat staan op een grotere afstand.

Dat gettovorming op den duur afbreuk doet aan een democratische samenleving, is een morele overtuiging en veel meer dan alleen angst voor het eigen hachje. Het aangaan van militaire risico's om volkerenmoord in Burundi te verkomen is niet te herleiden tot eigenbelang en daarom zijn de aarzelingen ook zo groot. De Beus wijst er terecht op dat er vele strategieën tot indamming van immigratie zijn. Heel wat leed kunnen we in West-Europa zonder gevolgen aan ons voorbij laten gaan en dat gebeurt vaak genoeg.

Enkel de erkenning dat de leefwereld van de burger verbrokkeld is - naast ongebreidelde informatie ook de getto's van de ervaring - kan tot een hanteerbare moraal aanzetten. Het is veel moeilijker om de grenzen van verantwoordelijkheid te verruimen dan om kortstondig medeleven op te roepen. Zolang de wereldwijze inwoners van Amsterdam zich niet in de Bijlmer wagen, geloof ik niet dat we ons de moraal van een wereldsamenleving beginnen eigen te maken.