Getergde wijk tegen boot voor junks

Het deelgemeentebestuur in Delfshaven zegt het goed voor te hebben met zijn burgers. Met de junks, die het een boot aan de Coolhaven gaf om even op adem te komen, en met de overige bewoners, voor wie het vorige week een informatieavond organiseerde om uit te leggen dat die boot het beste is voor iedereen.

Maar de burgers zijn niet blij met de boot - en nog minder met hun deelgemeentebestuur. Zij vroegen dat bestuur: “Zijn wij hier voor lul gekomen? Is de beslissing over de komst van de boot al genomen?”

Voorzitter T. Harreman van het deelgemeentebestuur is diep teleurgesteld over zo veel ondankbaarheid. Hij probeerde uit te leggen dat de boot is bedoeld om de junks van de straat te houden en om de overlast voor iedereen te beperken. Bovendien, zei hij, is de voorziening tijdelijk. Na maximaal een jaar zullen de junks naar een huis op een andere plek in de wijk verhuizen.

De in groten getale toegestroomde burgers protesteerden. Rijk en arm, jong en oud sloten de rijen tegen de gemeenschappelijke vijand: de junk. Waarom gaat de boot maar een paar uur per dag open? Waarom kan hij niet een stukje naar links in de Coolhaven? Of naar rechts? En moeten wij burgers accepteren dat junks verslaafd en ziek blijven, terwijl wij ze een doekje voor het bloeden bieden?

“Houdt u nou eens op met uw geschreeuw”, zei Harreman tegen de luidruchtige burgers. “Wij zullen proberen uw vragen te beantwoorden”, schreeuwde de voorzitter van de vergadering, “maar dan moet u wel even stil zijn.” De helft van de zaal stapte toen op. Buurtbewoner H. Dik vertelde waarom hij wegging. “Het lukt niet op deze manier. Vanuit de zaal werd een andere plek voorgesteld voor de boot. Waarom ging Harreman daar niet op in?”

Na afloop zei Harreman dat hij de bezwaren goed begreep. Hij had geprobeerd duidelijk te maken dat de overlast door de boot juist kleiner wordt. Dat alleen de druggebruikers uit de wijk zelf worden toegelaten, mits ze een pasje hebben. “Niemand wil junks in zijn omgeving”, zei hij. “Maar die mensen wonen hier nou eenmaal.”

Uit een pas verschenen studie naar ervaringen met gedoogruimtes in verschillende Europese landen, verricht door het Instituut voor Alcohol en Drugs, blijkt dat de kleinschalige aanpak van opvang de minste overlast veroorzaakt. Met pasjes zijn goede resultaten geboekt. De woordvoerder van het Leger des Heils deed in Delfshaven een poging dat onder de aandacht te brengen, maar hij kreeg geen vat op de zaal.

Voorzitter M. Terwiel van de bewonersorganisatie Boulevard denkt dat de manier waarop de deelgemeente de avond organiseerde extreem-rechts in de kaart speelt. “Deze wijk is al tot het uiterste getergd”, zei ze. “Dertig procent van alle opvangvoorzieningen in Rotterdam liggen binnen de grenzen van deze wijk. De tolerantie van de buurt neemt schrikbarend af.”

Wijkagent P. Boer geeft de bewoners gelijk. “Het is vervelend dat de boot op een plek komt die net wat lucht heeft gekregen”, zei hij. Tien jaar hebben de bewoners van de straten bij de Coolhaven last gehad van een tippelzone en de groeiende stroom zwervende junks. Sinds de tippelzone is verplaatst en de stad is schoongeveegd met operatie Victor, knapte de wijk net weer een beetje op. “Ik verwacht dat ik er straks weer meer bovenop moet gaan zitten”, zei Boer. Na de informatieavond barstte een regenbui los boven Rotterdam. Die was zó hevig, dat de hele stad werd schoongespoeld.