De koning van het werkhokje

Hij hangt in menig Amerikaans kantoor aan deuren en bureaus, hij is de held van miljoenen kantoorslaven, de koning van het beschutte werkhokje of cubicle: Dilbert, de hoofdfiguur uit de strips van de 39-jarige Scott Adams.

Van zijn recente boek 'The Dilbert Principle', waarin de draak wordt gestoken met directeuren en afdelingschefs, zijn inmiddels al 1 miljoen exemplaren verkocht. Maar ook zijn stripboeken 'Shave The Wales', 'Still Pumped From Using The Mouse' en 'Build A Better Life By Stealing Office Supplies', gaan als warme broodjes over de toonbank. En niet alleen in de VS. 'Dilbert' is populair in Australië en - hoewel Adams in zijn strips nauwelijks aan het land refereert - Japan.

“Dilbert is een typisch verschijnsel van de jaren negentig”, constateerde socioloog Dean Wright van Drake University in Des Moines onlangs in USA Today. “Hij is de belichaming van alles wat er in het bedrijfsleven gebeurt.” Met zijn eerder sarcastische dan ironische strips wil Adams vooral duidelijk maken dat werknemers geen enkele macht meer hebben. De man in het grijze pak sterft een zachte dood door fenomenen als 'downsizing' (bezuinigingen), 're-engineering' (saneringen) en 'hoteling', waarbij de vaste werkplek wordt ingeruild voor een satellietkantoor. Ook Dilbert is een ietwat sullige kantoorslaaf die zich voortdurend laat koeioneren en meestal zijn veel slimmere hond Dogbert het woord laat doen. Een andere prominente rol is weggelegd voor Ratbert, een onderkruipsel dat het liefst op telefoondraden kauwt, zich overal mee bemoeit, maar nergens verantwoordelijkheid voor wil nemen. Al deze figuren zitten gevangen in krappe, beschotte werkruimtes of 'cubicles', die na iedere reorganisatie kleiner worden en zelfs als varkensstal worden gebruikt. “Cubicles zouden sneller van de belasting kunnen worden afgetrokken dan kantoormuren”, zo verklaart Adams de populariteit van deze werkruimtes in de VS.

Volgens Adams begon de menselijke evolutie miljoenen jaren geleden met amoeben, die zich aan hun omgeving aanpasten en apen werden. Vervolgens werden ze blootgesteld aan Totaal Kwaliteit Management en is het nooit meer goed gekomen.

Niet alleen domme bazen moeten het in de strip ontgelden, maar ook computerprogrammeurs en technici, wereldvreemde figuren waarmee geen zinnig gesprek is te voeren. In een van Adams strips moet een programmeur die tot manager is benoemd een net pak aantrekken. “Zit hier een handleiding bij?” Aan het tekenen van Dilbert heeft Adams sinds een jaar een dagtaak. Maar zeventien jaar lang was de striptekenaar zelf een kantoorslaaf bij Crocker National Bank en het telecombedrijf Pacific Bell. De tijd werd daar grotendeels in ledigheid doorgebracht. “Ik posteerde me zo achter de computer dat ik ongemerkt in slaap kon vallen”, zegt hij. Dat werk leverde hem, behalve een vast inkomen, ook inspiratie op voor zijn strips.

“Als ik bij een vergadering zat barstte ik vaak in lachen uit om de onzin die er uitgekraamd werd.”In 1986 nam Adams zich voor om voor zijn dood ten minste één Dilbert-strip in een tijdschrift gepubliceerd te krijgen. Zijn eerste strips stuurde hij naar Playboy en de New Yorker, maar die waren niet geïnteresseerd. Uiteindelijk hapte uitgever United Media toe, die de strips nu aan bijna 1.500 Amerikaanse dagbladen en een groot aantal tijdschriften levert. Een jaar geleden werd Adams bij Pacific Bell ontslagen en besloot hij voor zichzelf te beginnen. “Mijn ontslag had niets met Dilbert te maken”, aldus Adams. “Bij Pacific Bell had ik verschillende bazen en ze wisten allemaal van Dilbert. Mijn functie was overbodig geworden.”

Toch moest Adams wel even aan de nieuwe situatie wennen. “Ik maakte thuis van bordkarton mijn eigen kantoortje,” zegt hij. “Anders voelde ik me niet op mijn gemak.” Inmiddels is hij blij dat hij geen statusrapporten meer hoeft te schrijven, werkgroepen hoeft samen te stellen of “kernactiviteiten hoeft te re-engineeren”. Tegenwoordig zijn het zijn lezers die hem via elektronische post op de hoogte houden van de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Adams krijgt zo'n 300 e-mail berichten per dag. Dilbert is inmiddels zelfs zo beroemd geworden dat er een complete merchandisinglijn is ontstaan, van Dilbert poppetjes tot koffiebekers.

Er is een elektronische nieuwsbrief met zo'n 100.000 lezers en een Web-pagina genaamd Dilbert Zone (http://www.unitedmedia. com/comics/dilbert), die 50.000 bezoekers per dag trekt. Adams: “Misschien begin ik wel een themapark genaamd Dilbertland met doolhoven in de vorm van cubicles. En natuurlijk is er een tent waar je op je baas kunt schieten.”

Mocht hij ooit weer eens om werk verlegen zitten dan wil Adams een baan zoeken bij een softwarebedrijfje dat computerspelletjes maakt. “Dan kan ik de hele dag spelletjes spelen, en iedereen wijsmaken dat ik vreselijk hard werk.”