De herintreding van het adeldom

In de Tweede Kamer keert de adel volgende week na een afwezigheid van twee decennia jaar terug. Bij de groep-Nijpels treedt morgen jonkheer Ron Meijer, een gepensioneerde ondernemer uit Nieuwegein, toe tot de fractie. Sinds het vertrek (in '75) van jonkheer Maup de Brauw, eerder minister van onderwijs voor DS'70 in het eerste kabinet-Biesheuvel, ontbeerde de Tweede Kamer blauw bloed onder de leden.

Brengt één jonker de aristocratie terug? Vast niet. De Partij van de Arbeid stond direct na de oorlog onder leiding van jonkheer Marinus van der Goes van Naters en de kring van echte salonsocialisten was na zijn vertrek direct uitgeput. De Christelijk Historische Unie, de partij die het sterkst veradeld was, zag in 1971 met jonkvrouwe Christine Wttewaal van Stoetwegen zijn laatste adellijke vertegenwoordiger uit de Kamer verdwijnen. Het CDA heeft die lacune nooit kunnen opvullen, misschien omdat ze ervoor koos volkspartij te zijn.

De terugkeer van de adel staat lijnrecht tegenover een andere ontwikkeling, die van de proletarisering van de ministerraad. Kabinetten worden in Nederland steeds volkser. Voor de oorlog stonden 35 kabinetten onder leiding van een baron, graaf of jonkheer. Inmiddels weet de timmermanszoon Kok zich omringd door de kapperszoon Ad Melkert, de zoon van een kolenboer (Gerrit Zalm), een telg uit een vissersgeslacht (Jan Pronk), molenaarsdochter Annemarie Jorritsma en arbeiderskind Margaretha de Boer. Ministerszoon Jozias van Aartsen en bankierstelg Hans van Mierlo zorgen voor enig tegenwicht. Als dat verdwijnt en het parlement verder veradellijkt, kan het dualisme tussen Kamer en kabinet trekken krijgen van een echte klassenstrijd.