De Arena heeft geen oog voor dansende voetballers

AMSTERDAM, 2 SEPT. Hij was het ècht, het was Leonardo Nascimento de Araújo. Dat was te zien aan zijn loopje, zijn wervelende bewegingen en zijn onstuitbare drang naar het doel. Zoals hij die keiharde pass aannam en in een vloeiende beweging zijn tegenstander op het verkeerde been zette.

Zoals hij met een flits de bal met de buitenkant van zijn linkervoet kapte en vervolgens haarfijn op het hoofd van een medespeler legde. Dat was Leonardo, de linkerverdediger die tijdens het wereldkampioenschap van 1994 de harten stal van de liefhebber. Het Braziliaanse fenomeen raasde nu als aanvallende middenvelder over het tere gras van de Arena, 27 jaar intussen, sinds deze zomer voetballer in Parijs en altijd nog het toonbeeld van ritmisch voetbal.

Waarom klonk niet een massaal 'Ooooo-lé' bij die magistrale beweging van Leonardo? Waarom werd niet luidkeels gereageerd op voetbal dat recht uit het hart komt? Waarom loeide de Arena niet na Ronaldo's adembenemende solo's? Waarom gierde de Arena niet in extase als Giovanni met zijn lange benen iets onbestemds uitvrat? Waarom was er geen applaus als Cafù de uit de nok van de tempel vallende bal met zijn borst opving alsof het een pluisje was? Waarom viel niemand in katzwijm bij de subtiele voetbeweging waarmee Bergkamp de bal over een glijdend been wipte? Wanneer stopt nou een het gezeur over Bergkamp, Nederlands mooiste voetballer, de enige met Braziliaanse cadans?

Waarom was het in de Arena niet als in 1958 in Mexico-Stad, waar het Braziliaanse Botafogo een oefenwedstrijdje speelde tegen het Argentijnse River Plate? Zoals August Willemsen in De Goddelijke Kanarie een verslag van de Braziliaanse columnist João Saldanha aanhaalde: “Op zeker moment, toen de Argentijnse back Vairo in angstige afwachting tegenover Garrincha stond, speelde een van de trompetten van de mariachi's dat gedeelte uit Carmen dat altijd bij het begin van een stierengevecht wordt gespeeld. Het stadion werd afgebroken.” Als Garrincha aan de bal kwam, klonk trompetgeschal. Vanaf dat moment zou iedereen het in de Braziliaanse stadions roepen: 'Olé!'

Niemand zal Garrincha evenaren. Leonardo, Ronaldo, Romario (hij was er zaterdag helaas niet bij) en Giovanni niet, Bergkamp en Ronald de Boer niet. Maar een 'Olé!' had niet misstaan in het stadion dat men Arena heeft genoemd. Het Amsterdamse theater heeft weliswaar allerminst de uitstraling van Rio's Maracaña, maar een bescheiden eerbetoon zou op z'n minst de indruk hebben gewekt dat het een plaats waar zich liefhebbers van mooi voetbal verzamelen.

Zouden mensen die waardering koesteren voor individuele hoogstandjes, voor impulsieve acties en voor bewegingen die sterven in schoonheid, uitgestorven raken? Misschien blijven ze gewoon weg uit de kille, futuristische stadions. Daar waar alles gekunsteld is, alles gemaakt is, elke beweging geautomatiseerd is, elke pass volgens het draaiboek is en het verstand de boventoon voert, wordt het gevoel uitgeschakeld. Daar waar systemen heersen krijgt de liefhebber het koud en verlangt hij naar witte stranden vol bruine lijven van voetballers die niet denken maar plezier maken.

Toch zie je ook al Brazilianen denken wanneer ze aan de bal zijn. Gelukkig laat het gevoel hen niet altijd in de steek. Want wat wil je met voetballers die in sloppenwijken zijn opgegroeid met een kousebal, die in hun arme jeugd niet beter wisten dat dansend en jonglerend voetballen rijkdom was. Kinderlijk kan een Braziliaan de bal in de voeten van de tegenstander spelen, net nadat hij op toverachtige wijze de bal uit de hemel heeft geplukt. Dan zie je hem hulpeloos de armen spreiden en naar de coach kijken die bij zoveel gebrek aan discipline briesend van zijn bank is opgestaan.

Braziliaanse trainers willen voetballers leren hun verstand te gebruiken. Maar dat kan moeilijk zijn bij jongens wier rechter hersenhelft beter ontwikkeld is dan hun linker. De meeste voetballers komen van de straat en hebben nauwelijks schoolopleiding. Motorische coördinatie, vaardigheid en creativiteit die in de rechter hersenhelft zetelen, hebben zo een grotere kans gehad om te groeien. Creëren is altijd het doel in hun leven geweest, niet beredeneren.

Rekenen en taal, die ontwikkeling van de linker helft vragen, is de meesten tot een bepaalde leeftijd vreemd geweest. Voetballen deden ze op gevoel en intuïtie, niet op basis van denkvermogen. Een systeem of tactiek aanleren roept bij hun weerstanden op. Zijn Maradona, Romario en Ronaldo niet de beste voorbeelden van op straat en in armoede opgegroeide voetballers die slechts bij zichzelf, hun eigen kunstjes en hun eigen plezier zijn betrokken?

Het verschil tussen Bergkamp en Ronald de Boer enerzijds en Leonardo, Ronaldo en Giovanni anderzijds, lijkt op die tussen twee culturen. Bergkamp kan op zijn instinct voetballen, maar zodra zich iemand met hem bemoeit, gaat hij twijfelen - denken. Hem is in de loop van zijn loopbaan te veel gezegd dat hij meer moet denken. Zaterdag had hij magistrale, impulsieve acties, maar als er een mislukte, sprak hij weer zijn verstandelijke vermogens aan en verdween de spontaniteit. Ronald de Boer is een prachtige voetballer. Maar zodra zijn lichaam de beweging die hij in zijn hoofd heeft niet meer kan volgen, raakt hij uit balans, dan valt hij letterlijk om. Jammer, maar hij heeft geen Braziliaans lichaam.

Brazilianen plegen dansend te voetballen, de bewegingen beginnen in hun heupen. Vallen door een ongecontroleerde beweging doen ze nooit. Het lijf is van rubber, overals heerst gevoel. Ze verliezen hun lichaamsbeheersing wanneer ze hun verstand gebruiken. Ze worden gestoord van de aanwijzingen van de trainer, ze willen spelen, aanvallen en scoren. Maar ze mogen niet meer, ze dienen zich te beperken. Ze dienen collectief te denken, omdat voetbal als teamsport meer succes oplevert, ze dienen vooruit te denken als schakers en ze moeten verdedigen. Verschrikkelijk hard spelen kunnen ze natuurlijk ook. Impulsief voetbal is impulsief handelen, dus ook instinctmatig reageren. Zaterdag speelden ze 'op de counter', nog meer dan op het recente wereldkampioenschap, en dat is tegen de natuur van Brazilianen. Want Brazilianen hebben een reputatie als aanvallers. Maar wie zo countert als de Brazilianen soms deden, kan de liefhebber zeker ook bekoren.