Baansport zoekt naar perspectief

“Als er structureel niet snel iets verandert, dan is de baansport in Nederland ten dode opgeschreven”, zei bondscoach Peter Nieuwenhuis dit weekeinde na afloop van het wereldkampioenschap in Manchester. De Nederlandse baanrenners slaagden er daar niet in medailles te veroveren. Het succes op de baan beperkt zich daarmee dit jaar tot een zilveren en een bronzen medaille voor Ingrid Haringa op de Olympische Spelen.

“Maar Haringa is een natuurtalent”, zegt Nieuwenhuis, en niet representatief voor de kwaliteit van de Nederlandse baanrenners. Volgens de coach gaat er te veel aandacht naar het wegwielrennen. Volgens voorzitter Joop Atsma van de wielrenunie (KNWU) is het vooral een kwestie van geld.

Waarom bestaat er bij renners zo weinig belangstelling voor de baan?

Atsma: Het aantal baanrenners is inderdaad op de vingers van één hand te tellen. Het zijn er slechts enkele honderden, ondanks alle initiatieven van de Stichting Baanpromotie Nederland. Als je renner bent, begint het al met de vraag waar je naar toe moet. We hebben in Nederland twee banen. In Alkmaar en in Sloten. Je kan niet van ouders verwachten dat ze elke keer met hun kind van 13, 14, 15 jaar naar Alkmaar of Sloten rijden. Er moet een betere spreiding van banen over het land komen en wil het baanrennen in Nederland perspectief houden, dan dient er een overdekte accommodatie te komen. Sloten heeft overkapping toegezegd, maar een probleem is dat de baan te kort is om in aanmerking te komen voor internationale erkenning. Wij hebben toegezegd dat we van Sloten ons nationale trainingscentrum willen maken.

Is er voldoende geld?

We stoppen als KNWU al veel geld in het baanrennen, maar als je als baanland wil overleven zal er meer moeten gebeuren. Voor EK's en WK's, inclusief die voor de baan, hebben we voor volgend jaar ongeveer acht ton op de begroting. Wat veel geld kost, is bijvoorbeeld deelname aan de wereldbekerwedstrijden, wat een voorwaarde is voor deelname aan een WK. Dus moet je met je baanploeg naar landen als Cuba, Colombia en Australië. Daar komt bij dat je in najaar en winter in het buitenland moet trainen omdat je hier een overdekte accommodatie mist. Eigenlijk zou er ook een full-time coach voor het baanrennen moeten komen. Dat kost dus allemaal gigantisch veel geld. Daarvoor zullen we nadrukkelijk een beroep moeten doen op NOC*NSF en meer mogelijkheden voor sponsoring moeten zoeken.