Amsterdam krijgt gelijk in zaak-Testa

AMSTERDAM, 2 SEPT. De gemeente Amsterdam heeft het recht in individuele gevallen af te wijken van het bestaande arbeidsvoorwaardenbeleid voor ambtenaren. Daarover hoeft ze niet te overleggen met de ambtenarenbonden, die slechts de bevoegdheid hebben met de gemeente te overleggen over de arbeidsvoorwaarden in het algemeen.

Dit heeft de president van de Amsterdamse rechtbank, R. Gisolf, vanochtend bepaald in het kort geding dat de AbvaKabo en de algemene bond gemeentepersoneel tegen de gemeente hadden aangespannen.

Inzet van het kort geding was de speciale constructie waarmee de gemeente de nieuw te benoemen directeur van het Gemeente Vervoerbedrijf (GVB), A. Testa, wil aanstellen. Volgens de bonden heeft de gemeente ten onrechte geen overleg met hen gepleegd.

In de opzet van B en W wordt de directeur via een lege NV aan het GVB uitgeleend. Volgens de gemeente hangt aan de functie een dusdanig prijskaartje dat niet kan worden betaald volgens het gemeentelijk arbeidsvoorwaardenbeleid.

Het jaarsalaris zou ongeveer 3,5 ton bedragen, te betalen door het GVB. Testa krijgt geen pensioen noch wachtgeld wanneer hij voortijdig zou moeten vertrekken. Het gaat om een tijdelijke aanstelling van enige jaren.

Volgens de AbvaKabo moet Testa als directeur vallen onder de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren en mag hij dan ook niet meer verdienen dan in de rechtspositieregeling staat omschreven. Een directeur van het GVB toucheert normaal twee ton per jaar. De gemeente stelt zich op het standpunt dat de bond niets te zeggen over de salariëring.

Testa is als enige kandidaat overgebleven om het noodlijdende GVB uit het dal te trekken. Het bedrijf heeft een schuld van ongeveer 150 miljoen gulden en er moeten zeker 400 banen verdwijnen. Vanmiddag praat de raadscommissie met Testa. Vanavond komen de fracties bijeen en komende woensdag neemt de gemeenteraad een definitief besluit.

Voor de aanvang van het kort geding zei AbvaKabo-bestuurder M. van den Berg dat wanneer Testa komt, er sprake zal zijn van “een permanente staat van oorlog” tussen de nieuwe directeur en het bedrijf.

Van den Berg noemde Testa “ongeschikt en iemand die altijd op ruzie uit is”.