Zwangeren met mazelen hebben kans op kinderen met ziekte van Crohn

Blootstelling aan het mazelenvirus in de baarmoeder vormt volgens een Zweeds onderzoek een belangrijke risicofactor voor de ziekte van Crohn later in het leven (The Lancet, 24 aug). De ziekte van Crohn is een aandoening met een chronische ontsteking van de dunne en soms ook de dikke darm.

Na de eerste beschrijving door de Amerikaanse internist Burrill Crohn in het jaar 1932 is de oorzaak van deze darmziekte altijd een raadsel gebleven. De behandelingsmogelijkheden van de ziekte zijn nog altijd zeer beperkt.

De Zweedse onderzoekers baseren hun conclusie over het verband tussen een prenatale mazeleninfectie en de ziekte van Crohn op een inventarisatie van het bestand van de afdeling verloskunde aan het universiteitsziekenhuis in Uppsala. Daarin staan gegevens over 25.000 bevallingen uit de periode van 1940 tot 1949. In die tijd waren er vier gevallen waarbij de moeder tijdens de zwangerschap de typische uitslag van mazelen had vertoond. Drie van de vier kinderen die uit deze zwangerschappen werden geboren, ontwikkelden op 15-, 23- en 27-jarige leeftijd een ernstige vorm van de ziekte van Crohn. Deze drie kinderen maakten, voorafgaand aan de eerste verschijnselen van de darmziekte, allemaal een longontsteking door die niet op antibiotica reageerde. Daaruit valt te concluderen dat de longontsteking waarschijnlijk door een virus werd veroorzaakt want die zijn niet met antibiotica te bestrijden. Er is overigens geen bewijs dat het mazelenvirus de longinfecties veroorzaakte. Wel bleken in darmbiopten bij alle drie de patiënten antilichamen tegen het mazelenvirus aanwezig.

De Zweden noemen de ontdekking van drie gevallen van de ziekte van Crohn op slechts vier zwangerschappen met mazelen opzienbarend. De gemeenschappelijke kenmerken van deze drie ziektegevallen - een mazeleninfectie tijdens de zwangerschap, een aan de darmziekte voorafgaande antibiotica-resistente longontsteking, een uitgebreide agressieve darmaandoening en de aanwijzingen voor een hardnekkige mazeleninfectie in de darmen - zouden een sterke aanwijzing zijn voor het feit dat een vroege blootstelling aan het mazelenvirus een oorzakelijke rol speelt bij het ontstaan van deze ziekte.

Toch kan blootstelling aan mazelenvirus in de baarmoeder nooit voldoende zijn om de ziekte te krijgen. Het is namelijk uit ander onderzoek bekend dat, als één helft van een twee-eiige tweeling Crohn heeft gekregen, de andere helft geen verhoogd risico op deze ziekte heeft. Het is onwaarschijnlijk dat allebei de helften van een tweeling voor de geboorte niet gelijkelijk getroffen zouden worden door het mazelenvirus. Verder komt de ziekte van Crohn bij de beide helften van eeneiige tweelingparen wel vaker voor. Dat wijst erop dat er voor deze aandoening ook een zekere genetische gevoeligheid noodzakelijk is. Het ziet er dus naar uit dat blootstelling aan het mazelenvirus in de baarmoeder wel een, maar niet de enige oorzaak is van de ziekte van Crohn.

    • Bart Meijer van Putten