Winnie S. zit ernaast

Dit voorjaar leed de Amerikaanse regering bij de federale rechter schipbreuk met een slecht doordachte wet om alles wat vies en voos was van het Internet (en andere communicatiemedia, zoals de telefoon), te weren. De kersverse Communications Decency Act werd bij de eerste de beste gelegenheid door de rechter ongrondwettig verklaard.

Een fikse blamage voor de regering van het land waar het Internet nota bene is uitgevonden. Je zou denken dat dit debâcle andere overheden, de onze bijvoorbeeld, ertoe bewogen had om zich nog eens achter de oren te krabben en eens goed te gaan kijken wat dat geheimzinnige Internet, waar zoveel over te doen was, nu eigenlijk inhield. En niet alleen om zich een beschamende vertoning als die in Amerika te besparen, want uiteindelijk is de regulering van een compleet nieuw medium voor een maatschappij die de mond vol heeft van de vrijheid van meningsuiting en mensenrechten geen geringe zaak. Maar niets daarvan. Het discours, ook op het niveau van de Nederlandse Tweede Kamer en regering, blijft gevoerd worden door mensen die de indruk maken het Internet slechts van horen zeggen te kennen, en daar innig tevreden mee te zijn. Het excuus dat het Internet zo nieuw is, geldt inmiddels niet meer. Elke willekeurige burger kan zich al minstens anderhalf jaar abonneren, zelfs een enkel Kamerlid heeft dat al gedaan.

Deze zomer stelden drie waakzame Kamerleden, de PvdA'ers Witteveen en Van den Burg en SGP-fractielid Van der Vlies, opnieuw Kamervragen aan minister Sorgdrager van justitie, over de vraag wie er nu verantwoordelijke was voor materiaal dat op het Internet te raadplegen is. Aanleiding was de homepage van een Eindhovense student, waarop je kon lezen in het Anarchist's Cookbook, een werkje vol instructies voor het vervaardigen van vals geld, explosieven en ander ongerief. Dat kon uiteraard niet! Dat het Anarchist's Cookbook, evenals het verwante Terrorist's Cookbook, al sinds jaar en dag in de wat meer gespecialiseerde boekhandel circuleert en niet verboden is, deed kennelijk niet ter zake. Afgelopen week kwam minister Sorgdrager met een in al zijn eenvoud en naïviteit verpletterend antwoord: naar haar mening is de provider, degene die de ruimte op het net beschikbaar stelt, aansprakelijk voor wat de bij hem aangesloten abonnees op het net zetten. Zij ziet geen verschil met het traditionele beschikbaar stellen van informatie via drukwerk, radio of televisie: providers zijn gewoon uitgevers. Speciaal voor de minister en haar adviseurs zetten we daarom nog maar even op een rijtje waarom dat onzin is.

1. Uitgevers van boeken, kranten en tijdschriften, evenals radio- en televisiestations, maken een duidelijk herkenbaar soort publicaties, waarvan zij de inhoud volledig zelf bepalen. Zij doen dat door zelf materiaal te produceren, denk bijvoorbeeld aan een krantenredactie, of door naar eigen inzicht materiaal aan te kopen van externe schrijvers, journalisten, of productiemaatschappijen. Het gaat daarbij telkens om materiaal waarvan de inhoud van te voren door de uitgever is geselecteerd, gezien, en goedgekeurd. Essentieel is ook de toegevoegde waarde van het geheel. Een stapel losse artikelen is geen blad, een pak willekeurige teksten geen boek, een doos willekeurige boeken geen fonds. Internetproviders doen niets van dat alles. Ze verhuren schijfruimte en verbindingsfaciliteiten, c'est tout. Planet Internet is geen krant, XS4ALL geen imprint waaronder uitingen verschijnen. Al zet geen enkele van zijn abonnees ook maar een tittel of jota op het Internet, het zal de provider worst wezen. Verhuurd is verhuurd, en daarmee uit. Hij beschouwt het geheel aan beschikbare informatie niet als zijn product, de verzameling beschikbare informatie heeft geen enkele toegevoegde waarde ten opzichte van de som van de individuele onderdelen, en hij heeft helemaal niet de intentie iets te publiceren, terwijl dat nu precies de raison d'être is van een uitgeverij of omroep.

2. Uitgevers en omroepen bezitten een publicatierecht op de door hen gepubliceerde uitingen. Dat hebben ze vanzelf verworven doordat het materiaal door hun eigen personeel als onderdeel van het dienstverband vervaardigd is, of doordat ze die rechten van anderen aankopen. Omdat er geen stilzwijgende of expliciete overeenkomst dienaangaande is tussen de auteur van via een provider op het net beschikbaar materiaal en de provider, en tegelijkertijd degene die het materiaal beschikbaar stelt het auteursrecht op dat materiaal bezit (de wereldwijde praktijk toont dat al sinds jaren duidelijk aan, evenals een aantal precedenten inzake (her)publicatie van journalistieke produkten), bezit de provider uitdrukkelijk geen rechten op het materiaal. Zijn rol kan dan ook niet die van uitgever zijn, of iedere regel informatie op het complete Internet is op slag illegaal. En wie geen rechten heeft, behoort ook niet op de van die rechten afhankelijke plichten te worden aangesproken.

3. Er is een essentieel verschil met andere media waar het gaat om achterliggende informatie. Een voorbeeld: de verkoop van Mein Kampf is in Nederland verboden. Maar met een verwijzing ernaar in een boek of programma over Hitler is niets mis, ook niet als het om een bibliografische verwijzing gaat, die aangeeft waar het boek te verkrijgen is. Op het internet geven zulke verwijzingen, links, rechtstreeks toegang tot de achterliggende informatie. Die informatie is vaak niet aanwezig bij de provider, maar op een andere computer, maar wel toegankelijk. Nu zijn er twee mogelijkheden: ofwel providers zijn uitgevers, en links worden niet opgevat als publicaties waarvoor zij verantwoordelijk zijn, ofwel we houden providers ook voor links naar verderfelijke informatie waar ook ter wereld verantwoordelijk, maar dan zijn ze dus geen uitgevers. Dat justitie zelf meent dat providers geen uitgevers zijn, blijkt uit het feit dat de provider World-Online onlangs bij de politie een abonnee aangaf die op zijn homepage links had staan naar pagina's met kinderporno, en dat die aangifte niet geweigerd is.

Overigens, voor de belangstellenden: de beide Cookbooks zijn nog altijd te vinden op de netsite van de Rutgers universiteit in Amerika.