Waarom iemand volschiet; VREUGDETRANEN ZIJN DE UITZONDERINGEN OP DE REGEL

Huilen is van oorsprong babygedrag. Volwassenen doen het het liefst alleen en vrouwen huilen drie keer zo vaak.

'HUILEN LIJKT een vorm van overstroom-gedrag te zijn. Er is op fysiologisch niveau veel energie gemobiliseerd en de betrokkene is erg emotioneel, maar hij kan geen richting geven aan zijn gedrag. Hij ziet geen oplossingen meer en tranen geven een soort ontlading.“ Aan het woord is de psycholoog Ad Vingerhoets, de organisator van het congres The (non) expression of emotions in health and disease dat deze week in Tilburg wordt gehouden. Hij denkt dat deze omschrijving ook toegepast kan worden op vreugdetranen. De atleet die op de Olympische Spelen een medaille heeft behaald kan het droog houden zolang hij nog ronddanst van vreugde, maar als dat gedrag stilvalt kan hij ineens vol schieten, overmand door de gebeurtenis.

Vreugdetranen zijn de uitzondering op de regel. Bij onderzoek onder vierduizend studenten uit dertig landen blijkt dat 95 procent van de tranen worden vergoten bij verdrietige gelegenheden als begrafenissen, stuk gelopen relaties en trieste films. Bovendien kan men zich afvragen of vreugdetranen niet altijd een donker randje hebben. De psycholoog Nico Frijda schreef in zijn standaardboek De emoties dat iemand pas van vreugde weent “zodra hij zich het besef van het doorstane leed kan permitteren“. Vingerhoets vertelt dat hij zelf de tranen niet kon tegenhouden toen hij zag dat Ruud Gullit zijn beker als voetballer van het jaar aan een jonge kankerpatiënt gaf. Een prachtig gebaar, maar de tranen hadden niet gevloeid als Gullit de beker had weggegeven aan een willekeurige voorbijganger. Misschien huilt de winnende atleet vanwege de opofferingen die hij zich getroost heeft en omdat hij het ongelijk heeft bewezen van allen die hem hadden aangeraden zijn tijd zinniger te besteden. Hij heeft voor niets getwijfeld.

Huilen is van oorsprong babygedrag. De hulpeloze baby laat weten dat hij de hulp van zijn verzorgers nodig heeft. Als het kind eenmaal heeft geleerd zijn wensen op een andere manier kenbaar te maken, neemt het huilen in frequentie af. Het huilen blijft in het volwassen leven bestaan als noodkreet in bijzondere situaties. Hierbij bestaat een opvallend man-vrouwverschil.

Vingerhoets: “De mannelijke studenten uit onze steekproef in dertig landen huilen gemiddeld één keer per maand en de vrouwelijke bijna drie keer. Overigens had de helft van de mannen en eenvijfde deel van de vrouwen de afgelopen maand helemaal niet gehuild.”

Het man-vrouwverschil in het huilen bracht Frijda tot de uitspraak dat mannen niet hoeven te huilen, omdat zij de macht hebben (of dat zij in ieder geval die schijn willen ophouden). Vingerhoets moet lachen om deze uitspraak en haalt een oud spreekwoord aan waarin wordt gesteld dat vrouwentranen de sterkste bron van waterkracht vormen. Ook erkent hij dat een vrouwelijke chef die in tranen uitbarst omdat haar mannelijke ondergeschikten haar blijven tegenwerken, definitief haar laatste restje gezag moet inleveren, maar in het algemeen lijken tranen niet vergoten te worden om de hulp van een machtiger partij in te roepen. Vingerhoets: “Nederlandse vrouwen huilen relatief gemakkelijk en komen in de dertig landen op de zevende plaats terecht, maar Nederlandse mannen zijn terughoudender en blijven op de twintigste plaats steken. Nederland kent het grootste man-vrouwverschil wat betreft het huilen, terwijl het machtsverschil tussen de seksen relatief klein is. Als Frijda gelijk zou hebben dat huilen de toevlucht is voor de machtelozen, dan zou verwacht worden dat de verschillen in huilen vooral groot zijn in landen waar vrouwen meer in de verdrukking zitten.”

UITSTELLEN

Bovendien worden wereldwijd verreweg de meeste tranen vergoten als mensen alleen zijn of in het bijzijn van slechts één goede vriend. Vingerhoets: “Mensen proberen huilen uit te stellen als zij zich in een groot gezelschap bevinden. De tranen komen pas als zij weer in de auto naar huis gaan of als ze 's avonds in bed liggen. Dat is veiliger, maar het is moeilijk verenigbaar met het idee dat het huilen bij volwassenen bedoeld is om de hulp van anderen los te krijgen.”

De man-vrouwverschillen zouden eerder op het conto van hormonale verschillen geschreven kunnen worden. Het huilen van jongens en meisjes begint duidelijk te verschillen als zij de puberteit bereiken en de concentraties van het hormoon prolactine (dat de vorming van borstklierweefsel en de melkproductie stimuleert) uiteen beginnen te lopen. Bovendien kunnen vrouwen enkele dagen na de bevalling, als de prolactine in enorme concentraties wordt aangemaakt, een huildag hebben. Ze huilen dan zonder te weten waarom. Verder is gebleken dat eenden als reactie op een prolactine-injectie een toegenomen zoutafscheiding hebben in een orgaan dat verwant is aan onze traanklier.

Een belangrijke vraag is of huilen gezond is. Vingerhoets vermoedt van wel, maar er bestaat geen onderzoek dat deze intuïtie kan staven. Hij kan slechts in zijn algemeenheid zeggen dat het uiting geven aan emoties de gezondheid bevordert en onlangs is bijvoorbeeld aangetoond dat HIV-positieve homoseksuelen die hun seksuele geaardheid in hun openbare leven verbergen sneller ziek worden en dood gaan. Vingerhoets: “Psychiaters zien vaak dat mensen die niet kunnen huilen belangrijke verliezen slecht verwerken, maar dat zegt nog niets over een oorzakelijk verband. Misschien zijn er genoeg mensen die in dezelfde situatie evenmin huilen, maar die nooit bij een psychiater terecht komen, omdat het wel goed met hen gaat.”

BEGRAFENIS

In de literatuur wordt gemakkelijker een relatie gelegd tussen gezondheid en huilen. De Engelse dichter Alfred Tennyson schreef: Home they brought her warrior dead. / She nor swooned nor uttered cry; / All the maidens, watching, said, / 'She must weep or soon will die'. En de antropologe Catherine Lutz werd op het atol Ifaluk door de plaatselijke bevolking gemaand mee te huilen toen ze de begrafenis van een vijfjarig kind bijwoonde. Ze probeerde aan de voorschriften te voldoen, maar haar wat onechte snikken bleven stijf en harkerig. Verschillende aanwezigen waarschuwden haar dat ze het echt moest uitschreeuwen, omdat ze anders ziek zou worden.

Vingerhoets: “Ik kan geen goede onderzoeksopzet bedenken die de veronderstelde relatie tussen huilen en gezondheid hard kan maken. Dat komt onder meer doordat huilen zo complex is. Als we bijvoorbeeld kijken naar wie regelmatig huilt, dan zien we aan de ene kant mensen die zich inadequaat voelen en aan de andere kant mensen met veel zelfvertrouwen. Huilen kan dus een uiting zijn van het gevoel te kort te schieten, maar het is ook mogelijk dat de persoon zoveel zelfvertrouwen heeft dat hij zijn zwakte durft te laten zien. Een leerkracht die voor de klas huilt omdat hij wordt getreiterd, heeft geen leven meer op school, maar de leraar die zijn tranen durft te tonen als een leerling zelfmoord heeft gepleegd, zal alleen maar respect winnen.”