Uit twee Jan Steens weer één

Museum Bredius, Tentoonstelling Jan Steen Aaneen, van medio september t/m 1/11. Lange Vijverberg 14, Den Haag, di-zo 12-17u.

DEN HAAG, 31 AUG. Het huwelijk van Tobias en Sara van Jan Steen (1625/26-1679) is weer één schilderij. Het doek was in de 19de eeuw verdeeld in twee stukken. Ze vonden elk hun eigen weg in de kunsthandel en lange tijd wist niemand meer dat ze bij elkaar hoorden. Het linkerdeel is eigendom van de Rijksdienst Beeldende Kunst (RBK) en hing tot voor kort in het Centraal Museum in Utrecht, het rechterdeel hoort tot de collectie van Museum Bredius in Den Haag.

De twee delen zijn samengevoegd in het restauratieatelier van het Haags Gemeentemuseum door de restaurateurs Jan Venema en Wietse van den Noort. Het Gemeentemuseum is verantwoordelijk voor conservering en behoud van de collectie-Bredius. De restaurateurs zijn er meer dan een half jaar bezig geweest. Het doek was, vooral in de linkerbovenhoek, beschadigd en het hele oppervlak vertoonde slijtageverschijnselen. De slijtageplekken zijn met tienduizenden kleine stipjes ingevuld, vergeelde vernis is verwijderd en veranderingen door vroegere restaurateurs zijn ongedaan gemaakt.

Vooraf zijn gesprekken gehouden met de RBK en experts onder wie Steen-kenner Albert Blankert en de Amsterdamse kunsthistoricus prof. dr. Ernst van de Wetering. Het grootste probleem vormde de rechterbovenhoek, waar een hele strook ontbrak. Overwogen is het schilderij te laten zoals het was, om de droeve geschiedenis ervan te tonen, maar uiteindelijk is gekozen voor het voorstel om Steens afbeelding op een terughoudende manier te voltooien. Het stuk van de vleugel van de engel dat op de ontbrekende strook moet hebben gestaan, is gereconstrueerd. De deurlijst is iets naar boven doorgetrokken en verder is de ruimte gevuld met de grijze, opkringelende rook, die opstijgt van een brandend reukoffer.

“Dit leek ons de beste benadering voor dit schilderij, waarbij het zo om de optische illusie draait”, zegt Van den Noort. “Door het invullen van de ontbrekende hoek krijg je weer één illusie van een binnenruimte, waarmee Jan Steen zijn hele leven bezig is geweest. We hebben het natuurlijk zo gedaan dat duidelijk is wat authentiek Jan Steen is en wat door ons is toegevoegd. Het hele proces is uitvoerig gefotografeerd en gedocumenteerd. Wij hebben óp de vernislaag geretoucheerd, zodat de toegevoegde verf door toekomstige restaurateurs weer makkelijk kan worden weggehaald.”

Onbekend is waarom men het doek indertijd in tweeën is gesneden. De restaurateurs vermoeden dat het door brand beschadigd is. “Links boven hebben we verstoringen in de verfhuid aangetroffen die kunnen wijzen op oververhitting. Helaas bestaan er van dit schilderij geen gravures of andere reprodukties waaruit je het oorspronkelijke beeld kunt afleiden,” zegt Van den Noort.

Het doek is na restauratie 122 centimeter breed en 81 hoog, maar vermoed wordt dat het oorspronkelijk groter is geweest, waarschijnlijk 170 bij 130 centimeter. Rondom zijn stroken verdwenen en vooral links en boven is veel weg. Dat kan met de brand te maken hebben gehad, maar ook was het in de vorige eeuw niet ongebruikelijk in de kunsthandel om een doek 'op maat' te snijden voor een bepaalde lijst. Vermoed wordt dat het bruidspaar, dat nu enigszins naar links staat, het middelpunt is geweest van het oorspronkelijke doek. Dat zou betekenen dat aan de linkerkant een fikse strook is verdwenen.

Het doek stelt een moment voor uit het apocriefe boek Tobit over de tocht van Tobias met de engel Rafael. Het verhaal inspireerde veel kunstenaars, onder wie Rembrandt en in 1955 werd er zelfs door de Chileen Letelier-Llona een opera-oratorium van gemaakt. Volgens het verhaal ontmoet Tobias Sara, met wie hij trouwt. Sara's zeven vorige echtgenoten waren in de huwelijksnacht gedood door de boze geest Asmodeüs. Om deze geest te verdrijven laat Tobias op aanraden van de engel het hart en de lever van de grote vis die hij heeft gevangen als reukoffer branden in het bruidsvertrek. Steen schilderde Tobias en Sara geknield voor het bruidsbed en de blik naar de hemel gericht om Gods hulp in te roepen. De engel beteugelt de boze geest, een draakachtig dier, op de tafel waar het reukoffer wordt gebracht.

Decennia lang hebben kunsthistorici zich het hoofd gebroken over de betekenis van de doeken, vooral van het rechterdeel, dat sommige experts aanzagen voor een voorstelling van Michael met de gedode draak. In 1928 bracht een kunsthistoricus het voor het eerst in verband met het linkerdeel, Tobias en Sara, dat destijds in de kunsthandel was. Steens doek bleek tot in details overeen te komen met een schilderij uit 1654 van de Utrechtse schilder Nicolaes Knüpfer (1603-55), dat Steen als voorbeeld moet hebben gediend. Maar het duurde tot 1978, toen ze voor een tentoonstelling samen werden gebracht, dat iedereen ervan overtuigd was dat ze bij elkaar hoorden.

Beide schilderijen zijn bedoekt op zwaar linnen met dezelfde schering en inslag als het oorspronkelijke doek. In het midden, waar het doek in tweeën was gesneden, ontbrak een smalle strook. Deze is door het werk van de restaurateurs verdwenen, zodat de planken op de vloer weer naadloos aan elkaar sluiten. Het tafelblad met het reukoffer bleek door een vroegere restaurateur rechthoekig te zijn gemaakt en is teruggebracht tot de schuine vorm die Steen had geschilderd.

De 'nieuwe' Steen komt vanaf medio september te hangen in Museum Bredius, waar tot 1 november op de tentoonstelling Jan Steen aaneen de restauratie wordt toegelicht. RBK en de gemeente Den Haag blijven gezamenlijk eigenaar. Het doek zal niet te zien zijn op de grote tentoonstelling Jan Steen, Schilder en verteller, van 21 september tot en met 12 januari in het Rijksmuseum. Daar worden alleen de topstukken van Steens oeuvre getoond en daartoe hoort dit doek niet, al wordt het wel als 'een mooi werk' beschouwd.