Twist CID'ers doet het OM bakzeil halen

ROTTERDAM, 31 AUG. De rechtbank in Almelo heeft het openbaar ministerie in een “forse” heroïnezaak niet ontvankelijk verklaard. Dat zegt de Almelose persrechter H.J. Inden.

In de zaak tegen een van de hoofdverdachten bleek uit het dossier dat de politie gebruik had gemaakt van een informant. Tijdens de zitting bleek dat de mogelijkheid niet uitgesloten mocht worden dat de informant behoorde tot de groep verdachten in deze zaak. De rechtbank wilde hier duidelijkheid over. Ook wilde de rechtbank weten of de informant zich niet schuldig had gemaakt aan uitlokking van strafbare feiten, of anderszins de rechtbank met zijn verklaringen kon hebben misleid.

Op verzoek van rechtbankvoorzitter G.J. Stoové vond tijdens de zitting overleg plaats tussen de officier van justitie H. Bloembaum en twee rechercheurs van de criminele informatiedienst (CID).

Omdat, in de woorden van de persrechter, “de ene CID-rechercheur iets anders zei dan de andere” kon niet worden uitgesloten dat ook in de verklaringen van de CID'ers sprake was van misleiding van de rechtbank. Daarop sprak de rechtbank de niet-ontvankelijkheid van het OM uit. “Op zich is het natuurlijk te gek voor woorden dat iemand die strafbare feiten heeft gepleegd de dans ontspringt”, aldus Inden. “Maar justitie moet de mogelijkheid hebben om het werk van de politie te checken.”

De advocaat van de verdachte is “buitengewoon tevreden” over de beslissing van de rechtbank. “Het blijkt steeds weer nodig om de ontvankelijkheid van het OM ter discussie te stellen.”