Schlöndorff houdt het te kort

Het filmfestival van Venetië beleefde gisteren de première van de The Ogre, Volker Schlöndorffs bewerking van De elzenkoning van Michel Tournier.

VENETIE, 31 AUG. Nog geen vier dagen oud is de Mostra, en er zijn al meer goede films vertoond dan vorig jaar in een week. Niet alleen in de competitie om de Gouden Leeuw, die gisteravond de nieuwe films van Tom DiCillo en Volker Schlöndorff bracht, maar ook in de Corsia di sorpasso, de 'Inhaalstrook'. In dit belangrijke bijprogramma van negen films (waaronder De jurk van Alex van Warmerdam) maakte de jonge Tsjechische regisseur Jan Sverák indruk met Kolja, het verhaal van een kille, eenzelvige cellist die - tegen de achtergrond van de Fluwelen Revolutie - ontdooit wanneer hij gedwongen wordt de zorg voor een Russisch jongetje op zich te nemen. Hoewel de film traag op gang komt, geef je je snel gewonnen aan het ingetogen spel van Zdenek Sverák (de vader van de regisseur) en het charmante naturel van de vijfjarige Andrej Chalimon.

Het hoofdrolspelertje van Kolja, net uitkomend boven de tafel en aanstekelijk gapend na de zoveelste lange vraag, veroverde gisteren ieders hart op de dagelijkse persconferentie. Maar de meeste aandacht ging uit naar Volker Schlöndorff, die een half uur later de verzamelde journalisten te woord stond over The Ogre, de eerste film die hij regisseerde sinds hij in 1992 directeur van de Babelsberg-studio's werd.

The Ogre ('Der Unhold'/'Le roi des aulnes') is de verfilming van Michel Tourniers magistrale roman De elzenkoning (1970), over een raadselachtige Parijse garagehouder die geobsedeerd is door de onschuld van kinderen, en als krijsgevangene in nazistisch Pruisen eindigt als kinderronselaar voor de SS. Schlöndorff, die graag zijn tanden zet in onverfilmbaar geachte boeken (Die Blechtrommel, Un amour de Swann), maakte van The Ogre een onheilszwangere maar niet loodzware tragedie met gotische decors - een van Germaanse mythologie vervulde pendant van de historische allegorie Die Blechtrommel.

Het is jammer dat Schlöndorff zijn film relatief kort heeft gehouden. Twee uur is te weinig om Tourniers breed opgezette roman recht te doen; vooral het Franse gedeelte, over de jeugd van de hoofdpersoon, doet nu wat fragmentarisch aan. Ook de voertaal van deze Europese coproductie, Engels (!), is hinderlijk. Maar daar staat tegenover dat John Malkovich de ideale hoofdrolspeler is. Met zijn hypnotiserende stem en zijn altijd licht verbaasde hoofd is hij de ideale Abel Tiffauges: angstaanjagend en aandoenlijk, zachtaardig en monomaan.

Van de vier andere films die tot nu toe in het hoofdprogramma vertoond zijn, is die van Tom DiCillo (cultheld sinds Living in Oblivion) de grootste kanshebber voor de Gouden Leeuw - al was het maar omdat DiCillo zijn eigen scenario schreef en de jury van de Mostra doorgaans een voorkeur heeft voor auteurs. DiCillo's derde film, Box of Moonlight, is een komedie in de stijl van Jim Jarmusch, bij wie DiCillo als cameraman het vak leerde. John Turturro, altijd op zijn plaats, speelt een rigide en sociaal onhandige elektrotechnicus die een lost weekend beleeft wanneer hij in een opwelling een auto huurt en op zoek gaat naar een vakantiebestemming uit zijn jeugd. Net als de hoofdpersoon van Kolja wordt hij een ander mens - niet onder invloed van een kind, maar door zijn vriendschap met een Tom Sawyer-achtige vrijbuiter.

Afgezien van de absurdistische humor en de originele cameravoering is de voornaamste attractie van Box of Moonlight de onvoorspelbaarheid. Dat heeft DiCillo ook voor op zijn concurrenten in de competitie. Buddha Bless America van Wu Nien-Jen is een mooi gefilmde maar erg simpele komedie, gesitueerd op het Taiwanese platteland; Carlo Mazzacurati's Vesna va veloce ('Vesna gaat snel'), het verhaal van een Tsjechische prostituée in Rimini, was alleen opmerkelijk door de mooie hoofdrol van Teresa Zajickova. En het bloederige melodrama Profundo carmesi van de Mexicaan Arturo Ripstein mag wegens de neorealistische inslag dan wel gewaardeerd worden door de Italiaanse pers, mij kon het niet boeien. Smaken verschillen. Of zoals Tom DiCillo gisteren zei toen hij op de persconferentie kritiek kreeg van iemand die de humor van zijn film niet vatte: “If you didn't get it, that's okay. Go see another one.”