Ramos legt laatste grote conflict bij

MANILA, 31 AUG. Toen Fidel Ramos in 1992 werd beëdigd als president van de Filippijnen beloofde hij zijn volk overal in het land op zoek te gaan naar vrede.

Als hij maandag in Manila zijn handtekening zet onder het vredesakkoord van de Filippijnse regering met de moslim-rebellen in het zuiden van het land, is de opvolger van Cory Aquino twee jaar voor zijn ambtstermijn eindigt hard op weg die ambitieuze belofte in te lossen.

Ramos kende bij zijn aantreden drie vijanden met wie hij vrienden wilde worden: de communisten, de militaire rebellen en de moslim-separatisten. Door de Filippijnse Communistische Partij te legaliseren en een dialoog op gang te brengen met de communisten, haalde hij de angel uit het 'rode gevaar'. Hoewel er geen officieel vredesakkoord bestaat met de communisten, hoeft Ramos vanuit deze hoek weinig dreiging meer te verwachten, zeker nu er sinds een paar jaar grote verdeeldheid heerst binnen het linkse verzet.

Met de militaire rebellen kwam 'Steady Eddie', zoals de koele oud-generaal wordt genoemd, vorig najaar tot een vredesakkoord. Ramos verleende amnestie aan vijfduizend officieren en militairen, die in de jaren tachtig betrokken waren bij zes staatsgrepen tegen de toenmalige president Aquino. Een groot deel van hen mocht zelfs terugkeren in het Filippijnse leger.

Maar de moeilijkste vredestaak van Ramos lag op Mindanao, het zuidelijkste eiland van de langgerekte archipel die hij bestuurt. Daar voeren moslim-rebellen al 24 jaar lang een oorlog die aan ruim 120.000 mensen het leven heeft gekost. De circa vijf miljoen moslims op Mindanao, die een minderheid vormen ten opzichte van de christenen, beschouwen het eiland als hun erfgoed sinds Arabieren er in 1390 begonnen met de verspreiding van de islam. Een eeuw later vielen de katholieke Spanjaarden, met bijbel en zwaard in de hand, het eiland binnen dat zij vervolgens drie eeuwen lang bezet hielden. Daarna kregen de moslims nog eens een paar decennia lang Amerikaanse overheersing te verduren.

In de jaren zeventig, toen alle koloniale overheersers inmiddels waren vertrokken, voerden de moslims in Mindanao een bloedige strijd voor onafhankelijkheid. Met het nieuwe vredesakkoord waarvan gisteren tijdens de slotbesprekingen in Jakarta de laatste meningsverschillen uit de weg werden geruimd, moet die strijd definitief ten einde zijn.

Het vredesverdrag tussen de Filippijnse regering en de moslim-separatisten voorziet in de oprichting van een overgangsbestuur, geleid door het islamitische Moro Nationaal Bevrijdingsfront (MNLF), voor de omstreden zuidelijke regio. Dit bestuur, de Zuid-Filippijnse Raad voor Vrede en Ontwikkeling genoemd, moet de weg plaveien voor het oprichten van een autonome regio in de zuidelijke Filippijnen.

De raad zal onder meer de supervisie krijgen over de economische ontwikkeling in de regio Mindanao en de omliggende eilanden, waar het grootste deel van de moslim-minderheid in de Filippijnen woont. Voorzitter van de raad wordt de leider van het MNLF, Nur Misuari. De bedoeling is dat de raad in 1999, na een referendum, wordt opgevolgd door een bestuur van een autonome regio, bestaande uit veertien provincies en negen steden.

Ramos heeft vriend en vijand verrast met de snelheid waarmee hij dit akkoord met de moslim-rebellen heeft bereikt. Maar dat wil nog niet zeggen dat zijn volk staat nu te springen van enthousiasme. Integendeel, Ramos heeft tot het laatste moment massaal de wind van voren gekregen en volgens velen is het allesbehalve zeker dat het akkoord in praktijk een succes zal blijken.

Voornaamste bron voor de scepsis en kritiek zijn de vijftien miljoen christenen in het zuiden van de Filippijnen. Zij voelen zich verraden door hun president die de moslims in hun ogen voortrekt. Bij veel christenen leeft nu de angst voor een overheersing door de moslims op Mindanao. “Het is allemaal veel te snel gegaan. Veel mensen missen nu het gevoel dat er goed is nagedacht over de inhoud van het akkoord. Het akkoord is er, dat is het succes van Ramos. Maar of het een succes wordt, is allerminst zeker”, zegt Neal Cruz, commentator bij de Philippine Daily Inquirer.

Voor een succesvolle uitvoering van het vredesverdrag ligt veel, zo niet alles, in de handen van MNLF-voorman Nur Misuari. Allereerst zal hij de naar schatting dertigduizend moslim-extremisten moeten overtuigen van de noodzaak hun strijd voor een autonome islamitische staat te staken. Circa 7.500 van deze guerillastrijders is een functie in het Filippijnse leger en de politie in het vooruitzicht gesteld. De rest zal zijn wapens moeten neerleggen en meewerken aan een nieuwe toekomst.

Maar het is zeer de vraag of dat zal gebeuren. Als uiting van de angst dat een deel van de moslim-extremisten wil blijven vechten, heeft de door christenen overheerste gemeenteraad van Zamboanga City, de hoofdstad van Mindanao, een fonds vrijgemaakt van 192.000 dollar voor de aanschaf van wapens om zich te kunnen verdedigen tegen een mogelijke moslim-aanval.

De angst onder de christenen op Mindanao kan omslaan in hoop als de economische ontwikkeling in het gebied succesvol verloopt. Het akkoord gaat uit van een hausse aan investeringen in een van de armste regio's van de Filippijnen waardoor veel nieuwe banen worden gecreëerd.

Zo is economische groei in feite de voornaamste pijler onder het vredesakkoord van Misuari en Ramos die er vanuit gaan dat groeiende welvaart de beste manier is om moslims en christenen op Mindanao in vrede te laten leven.

    • Max Christern