Pijn om vergeefse offers

Pas geleden zond de BRT een mooi gesprek uit met de Spaanse schrijver en ex-minister Jorge Semprun. Semprun leidde de interviewer rond in Buchenwald, het kamp waar hij als jong communist gevangen zat: hier de keuken, daar het crematorium. Hoewel Semprun allang geen communist meer is, riep het gesprek bij mij de vraag op hoe het gaat met de Nederlandse communisten van de generatie die de oorlog en de Koude Oorlog meemaakte.

Het communisme was niet louter een politieke stroming of ideologie. Het was een totalitair levensbeschouwelijk regime dat, net als de religies waaruit het de mens wilde bevrijden, voorschreef hoe te leven en te beleven, wat te doen en wat te voelen. Een eigen cultuur met bladen, clubs, boeken, muziek en film. En een opslorpende beweging die interne onderdanigheid paarde aan extern superioriteitsgevoel en derhalve grote saamhorigheid bood. Al leverde hun overtuiging de gestaalde kaders in de Zaanstreek, Oost-Groningen, de Rotterdamse haven en de Amsterdamse arbeidersbuurten in het dagelijks leven armoede en inspanningen op, het is een ingrijpend verlies als zo'n complete leefwereld met zo'n hoopvol toekomstperspectief in het niets oplost. Of zou juist de opluchting overheersen - om de vrijheid en omdat men nu eindelijk niet langer in een relatie van vijandschap staat tot de samenleving?

Het meest nieuwsgierig ben ik naar de voormalige deelnemers aan het communistisch verzet. Want voor hen telt het verlies van de Parti des Fusillés extra. Het is, zo leert de wetenschap, bevorderlijk voor het herstel van traumatische ervaringen als slachtoffers een verklaring weten te construeren van hetgeen hun is overkomen. Het communisme leende zich daartoe. Communisten die in een kamp hadden gezeten of voortvluchtig waren geweest, en vrienden hadden verloren, putten uit hun world view de kracht om met die gruwelen voort te leven. Men wist daar de zin aan te geven van het eigen historisch en moreel gelijk en zag zichzelf niet als willoze slachtoffers. Doordat men greep hield (of: dacht te houden) op het leven - op heden, verleden en toekomst - leek de schade aan essentiële gevoelens van veiligheid, macht en competentie relatief beperkt. Ik was vrij, zegt Semprun over zichzelf als gevangene; het waren mijn bewakers en folteraars die opgesloten zaten, namelijk in hun foute ideologie.

Wij hebben in Nederland helaas geen auteurs die, als Semprun, het eigen communistisch verleden echt tot op het bot analyseren, met alle pijn en schaamte van dien. Indrukwekkend is hoe Semprun toont wat het voor zijn verwerking van de oorlog betekende dat hij zijn misleidend geloof verloor. Hij stond, schrijft hij, te trillen op zijn grondvesten toen, ergens rond 1960, de waarheid van de Goelag tot hem doordrong. Want daarmee viel zijn interpretatie van de Duitse concentratiekampen en dus van zijn eigen verleden in duigen: het communisme bleek niet de absolute ontkenning van die hel - integendeel.

In het huidige Rusland is suïcide een epidemie, ook onder communisten. Dat zegt veel, want zelfmoord is een communistische zonde, haaks als dit staat op het model van strijdbaarheid. In de gereconstrueerde levensverhalen van de Russische zelfdoders speelt onvermogen om te leven zonder een oriëntatiepunt als het marxisme een grote rol. Maar het zwaarst wegen de pijn om alle vergeefse offers, de verminderde belangstelling voor de Grote Vaderlandse Oorlog en het geslonken respect voor veteranen.

Bagatellisering van hun verzetsrol maakten de Nederlandse partijgenoten al veertig jaar eerder mee - met de Koude Oorlog. Dat was een klap, maar wel een die te counteren viel met een variant op het verhaal waarmee de voorafgaande oorlog was begrepen: ging het niet allemaal tegen dezelfde vijand? Was het fascisme niet slechts de uiterste vorm van het kapitalisme? De klap van de laatste jaren moet harder aankomen, lijkt mij, want nu is het allemaal voorbij. De marxistisch-leninistische verklaring van de Tweede Wereldoorlog bleek een zeepbel, de koude-oorlogsellende zonder zin. De CPN, de Sovjetunie en de communistische wereldbeweging - ze zijn zo volkomen in rook opgegaan, dat het lijkt of ze nooit echt hebben bestaan.

Als mijn redenering klopt moeten veel (hoog)bejaarde oud-strijders er slecht aan toe zijn. Eenzaam en in verwarring. Hoe het met de ziekte- en zelfmoordcijfers van ex-CPN'ers staat, weet ik niet; nu het Volksdagblad De Waarheid is opgeheven staan de communistische overlijdensadvertenties niet meer overzichtelijk bij elkaar. De bevolkingsstatistieken waaruit een verhoogde morbiditeit zou kunnen blijken, registreren deze geloofsgemeenschap niet. Maar een van de hoofdfiguren uit het communistisch verzet, Annie Averink - instructeur van de groep van Hannie Schaft, vertrouweling van Paul de Groot, Eerste en Tweede-Kamerlid - kreeg na de val van de Berlijnse muur een maagbloeding waarvan zij niet meer herstelde. Rie Lips-Odinot, eveneens voormalig kamerlid, werd na haar gedwongen vertrek uit de CPN, eind jaren vijftig, ernstig ziek; haar vier jaren Ravensbrück eisten pas toen hun volle tol. Publicaties mijnerzijds over seksueel wangedrag van Sovjet-soldaten jegens voormalige kampgevangenen, brachten onlangs onder die vrouwen voor wie het Rode Leger nog immer heilig is, consternatie, woede en ziekte teweeg. Anderen echter waren opgelucht dat dit feit eindelijk werd onthuld. En weer anderen maken het zo te zien zelfs opperbest in de nieuwe wereldorde. Maar het moet de rank and file toch vreemd te moede zijn als ze de opzichtig-amicale omgang aanschouwen van ex-Tweede-Kamerlid Joop Wolff met de ooit zo gehate Prins Bernhard - als verzetshelden onder elkaar.

Het communisme was de grote waan van onze eeuw, en een inspiratiebron van velen. Dat er in de Nederlandse media en wetenschap aan de oude kameraden maar zelden aandacht wordt besteed komt mijns inziens behalve door begrijpelijke weerzin, door een eng-politieke bias. Voor de politieke journalistiek, die zich toch vaak beperkt tot het parlementaire hier en nu, zijn ze irrelevant; aan de universiteiten is politiek-historische psychodynamica geen erkende discipline. Maar voor wie wil begrijpen hoe mensen collectieve rampen verwerken en wat de betekenis daarbij is van culturen, groepsidentiteiten en geloofssystemen (hoe bedriegelijk ook), is dit een case van belang.