Palestijnen blijven weg van Aqsa-moskee

JERUZALEM, 31 AUG. “De oorlog om Jeruzalem is begonnen”, kondigde Yasser Arafat woensdag aan. “Want zonder Jeruzalem is er geen leven en geen (Palestijnse) staat.” Gistermiddag bleek Arafat de eerste slag te hebben verloren. Tegen de verwachtingen in waren niet honderdduizend gelovigen aanwezig bij de Aqsa-moskee in Jeruzalem, maar naar schatting slechts 15.000 - de helft van het 'normale' aantal.

Volgens de Palestijnse autoriteiten konden de mensen niet langs de talloze Israelische controleposten in de bezette gebieden en Jeruzalem komen. De door Arafat aangestelde mufti van Jeruzalem, sjeik Akrami Sabri, zei dat de veel lagere opkomst dan op andere vrijdagen een gevolg van “de Israelische terreur” was. “Het Israelische leger heeft Jeruzalem in een kazerne veranderd.”

De werkelijkheid was wat genuanceerder. Weliswaar werden de inwoners van Hebron door de Israelische militairen tegengehouden, maar elders gaven vele Palestijnen domweg geen gehoor aan Arafats oproep om naar de Aqsa-moskee te gaan.

Bij de controlepost in Al-Ram bij voorbeeld, op de weg vanuit de door Arafat bestuurde stad Ramallah, verschenen slechts heel weinig auto's. En in Beit Haninah, waar men via een kleine omweg te voet langs de Israelische controleposten kan glippen, bleek geen sterveling daartoe bereid te zijn. In diverse straten in Oost-Jeruzalem werd men teruggestuurd door jonge militairen die zich aan ijsjes tegoed deden. Een straat verderop echter kon men dan toch weer richting Al Aqsa gaan.

In principe was het dus mogelijk geweest vele tienduizenden naar Al Aqsa te krijgen. De politieke wil om dat daadwerkelijk te doen ontbrak echter, zowel bij vele gelovigen als bij het Palestijnse Gezag. Ook de 'Arabieren van 1948', zoals de Israelische Arabieren worden genoemd, hadden al van tevoren aangekondigd dat zij geen gehoor zouden geven aan Arafats oproep.

Anwar, veertig jaar oud, was een van degenen die wél in de Aqsa-moskee aan het vrijdaggebed deelnam - zoals bijna elke vrijdag. “Want vrijdag is voor ons een speciale dag.” Na afloop van de dienst ontkende hij met grote felheid dat hij naar de Aqsa-moskee was gegaan omdat president Arafat daartoe had opgeroepen. “De president vroeg honderdduizend moslims naar Jeruzalem te komen, of bij de Israelische controleposten te demonstreren, als zij daar werden tegengehouden. Maar zo werkt dat niet. Voor mij zijn Arafat en Israel één en hetzelfde. Niet alleen hebben zij onze problemen niet opgelost, zij hebben ze ook nog verergerd. Voordat zij met hun vredesonderhandelingen begonnen, werkten er meer dan 200.000 mensen in Israel, nu nog maar 35.000. Ongeveer een jaar geleden besefte ik dat Arafat niets voor elkaar krijgt”, aldus Anwar.

Pag.5: Tweederde van Palestijnen staat niet achter Arafat

“Je vindt het raar dat ik dat zeg? In onze plaats zou je net zo praten! Ons probleem gaat toch om werk? Maar daarover hebben ze het niet. Ze kletsen maar wat over betere communicatie en zo. Wat moet ik daarmee? Het maakt mij niets uit of Rabin of Arafat op de stoel zit van de grote leider. Het enige wat mij interesseert, is of ik brood op de plank heb. Ik heb een vrouw en vier dochters die moeten leven, en andere familieleden die ik moet onderhouden. Geloof me: dat is het belangrijkste probleem dat moet worden opgelost. Anders komt er een nieuwe intifadah, een volksopstand - en ditmaal zowel tegen Israel, als tegen Arafat. Wat we daarmee bereiken? Dat weet ík niet en niemand. Maar zo is het nu eenmaal als je kwaad bent. En geloof me: we zijn allen heel erg kwaad.”

Anwar is bepaald niet de enige Palestijn die volledig op Arafat is afgeknapt. Volgens een dinsdag gepubliceerd opinie-onderzoek van het JMCC, een Palestijns media-agentschap in Jeruzalem, vindt nog maar 35 procent van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook dat het Palestijnse Gezag “goed werk” verricht. De overige 65 procent zijn bepaald geen aanhangers van de extremistische moslim-groeperingen Hamas en Islamitische Jihad, die het afgelopen jaar eveneens enorm in aanzien zijn geduikeld, omdat zij met hun bloedige terreur-aanslagen de doorsnee Palestijnen het werken in Israel onmogelijk hebben gemaakt.

Hoe diep het Palestijnse Gezag is weggezakt in een poel van machteloosheid, werd de afgelopen dagen nog eens duidelijk. De staking van vier uur op donderdag, door Arafat uitgeroepen om aan zijn boze onderdanen te laten zien dat hij geen Israelische meeloper of ja-knikker is, werd door de Palestijnen op grote schaal gevolgd. “Natuurlijk!”, zegt Anwar. “Dacht je heus dat ik zou durven te werken, als ik weet dat iedereen op me let, inclusief de mannen van Jebril Rahjoub (het hoofd van één van Arafats inmiddels tot tien uitgegroeide veiligheidsdiensten)?”

Nergens in de autonome gebieden was gisteren ook maar iets te bekennen van georganiseerd verzet tegen Israel. Al Fatah bij voorbeeld, de belangrijkste groepering van de PLO onder leiding van Arafat, zorgde niet voor vervoer naar de Aqsa-moskee en evenmin voor demonstraties bij de Israelische controleposten. Ook de andere politieke groeperingen en vakbonden, die in het verleden zo actief aan de intifadah hadden deelgenmomen, blonken uit door afwezigheid.

Volgens Palestijnse insiders komt dat door een veelvoud van redenen. De Westerse landen die, in ruil voor Arafats steun aan het vredesproces, de Palestijnse economie tegen een voortdurend dreigend bankroet moeten beschermen, zouden zeer waarschijnlijk afhaken, als Arafat Israel opnieuw de oorlog verklaart. En andere financieel draagkrachtige landen zijn niet bereid hen als donor te vervangen.

Niet minder belangrijk zijn de binnenlandse overwegingen. Arafat beseft dat een hervatting van de intifadah ernstige consequenties voor hem kan hebben. Weliswaar dreigde hij gisteren in het vluchtelingenkamp Balata: “Zij (de Israeliërs) hebben vliegtuigen, maar ik heb de Palestijnse kinderen. Ik heb geen toverstok, maar wel de kinderenn van de intifadah (...) Ieder van jullie moet twaalf kinderen hebben: twee voor jullie en tien voor mij.” Arafat beseft echter ook dat zijn eigen bevolking zich in een nieuwe intifadah tegen hem zou kunnen keren, zoals de ervaringen van enkele jaren geleden hebben geleerd, toen 'de straat' en 'de jeugd' het gezag overnamen van de traditionele autoriteiten. Bovendien is er niets meer over van het vroegere leiderschap van de intifadah. Sommigen van deze mensen zijn opgenomen in het Palestijnse Gezag. Anderen zijn, zwaar gedesillusioneerd, in de oppositie gegaan of niet langer politiek actief.

Daarnaast wordt er in Palestina wél veel gesproken over hervatting van de intifadah, maar zijn de Palestijnen, financieel gezien, in zo'n wanhopige situatie dat zij geen tijd of aandacht meer hebben voor de politiek. Het zou nu vele malen moeilijker zijn in opstand te komen dan in de jaren 1988-'90, toen de intifadah bloeide. In tegenstelling tot toen hebben de mensen nu veel te weinig financiële reserves om zich een opstand te kunnen veroorloven.

Dat wil niet zeggen dat er geen explosie dreigt. Zeëv Schiff, de bekende defensie-specialist van de krant Haäretz en bepaald geen bewonderaar van Yasser Arafat, bericht dat de veiligheidsdiensten van Israel en de VS tot dezelfde conclusie zijn gekomen: dat er elk moment zo'n explosie dreigt. Palestijnse waarnemers melden hetzelfde. Ook zij zeggen dat de gevolgen totaal onvoorspelbaar zijn. Want binnen en tussen Arafats politie- en veiligheidsdiensten bestaan er zulke ernstige conflicten over geld, macht en invloed, dat niemand weet wie in welk troebel water gaat vissen als het tot een gewapende confrontatie komt tussen het Israelische leger en één van deze groepen.

De conclusie is uiterst somber. Israels premier Netanyahu moge denken dat hij de zaak onder controle heeft en dat het Palestijnse Gezag onder Arafat alleen maar de keuze heeft tussen heel diep voor Israel buigen of barsten, de werkelijkheid is een andere. Netanyahu heeft gisteren een kleine overwinning behaald op Arafat. Maar het zou best eens een Pyrrhus-zege kunnen zijn, als Arafat te zeer onder druk komt.

Faisal Husseini, die een ministerspost vervult in het Palestijnse Gezag en het vermaarde Orient House in Oost-Jeruzalem beheert, waarschuwde een paar dagen geleden: “Allen die het vredesproces hebben verdedigd, zijn thans in gevaar - zowel de leiders als de vredesactivisten. Wij zijn in een positie beland waarin wij het vredesproces niet langer tegenover ons volk kunnen verdedigen. Het hele idee om vrede te sluiten en met elkaar samen te leven, is in gevaar.”

    • Michael Stein