NIEUWE LICHTING BRUGGERTJES

BEDREMMELD stromen de 275 eersteklassers binnen op het Cobbenhagencollege in Tilburg, een scholengemeenschap voor MAVO, HAVO, VWO en gymnasium. Ruimschoots op tijd voor hun eerste schooldag en allemaal met een lege schooltas op de rug of in de hand. De conciërge van het 'seniorcollege', het gebouw waar alleen leerlingen uit de hogere klassen zitten, wordt overspoeld met vragen.

Waar de aula is en hoe ze aan een kluisje kunnen komen. Behulpzaam en met een blik van 'wat zijn ze weer klein dit jaar' wijst de conciërge de weg naar het 'juniorcollege', een aparte, kleinschalige afdeling voor eerste- en tweedeklassers die achter de sportvelden ligt.

Maar het nieuwe leven van de kersverse Cobbenhagers begint met een viering in de aula. De gordijnen houden het daglicht buiten en snerpende guitaarklanken verwelkomen de nieuwelingen. Ze gaan een swingende tijd tegemoet, zoveel is duidelijk. De viering staat in het teken van 'nieuw, spannend en eng' en alle gevoelens van onzekerheid die daar bij horen. De een zal praatjes krijgen, de ander wordt misschien wat stilletjes, voorspelt conrector Thea Prinsen haar jeugdige gehoor, “want ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is”. Tussen de begripvolle en geruststellende woorden van leraren door lezen brugklassers zelfgeschreven gedichten voor. Aan alle kinderen is tijdens de kennismakingsmiddag in juni gevraagd een gedicht te schrijven over de grote stap van basisschool naar voortgezet onderwijs. André, gekleed in korte broek en glimmend trainingsjasje, vindt die gedichtenvoordragerij maar niks. “Het was al erg genoeg dat ik er zelf een moest maken”, verzucht hij. Ook tekenen, muziek en handenarbeid lijken hem niks. Maar hij is blij dat de vakantie voorbij is en hij kan bijna niet stilzitten van ongeduld. “Wiskunde da's leuk”, laat hij nog weten. Ondertussen stoot hij z'n vriendje Mark aan. “Kijk”, zichtbaar opgetogen dat hij een baken heeft gevonden in deze onbekende massa wijst hij naar het podium, “dat is onze meester, meneer de Kock! Die hebben we in juni gehad!” Als de viering gevierd is perst de opgewonden kindermeute zich de gang op, om daar verbijsterd tot stilstand te komen. Waar is lokaal 128, waar moet ik zijn voor klas 1G, waar zit juf hoe heet ze ook al weer?

Langzaam druppelen de 27 leerlingen van docente Nederlands en begeleidster van klas 1E, Marjon van Dijck, binnen. Voordat ze nog maar iets heeft kunnen zeggen gaat de vinger van de twaalfjarige Jorieke omhoog. “Hadden we voor vandaag brood mee moeten nemen?” vraagt ze ongerust, “blijven we vandaag op school eten?” Het programma voor de dag, dat ruimschoots voor lunchtijd is afgelopen, wordt doorgenomen: boeken en lesrooster uitdelen, het klasseboek inwijden, de codes van 'het scherm' met verhinderde docenten en veranderde lesuren uitleggen en een korte bespreking van het tweedaagse kamp aan het eind van de week.

“Vandaag is het een wat technische dag”, legt conrector Prinsen in de koffiekamer van de leraren uit. “Morgen doen de leerlingen met hun eigen klas kennismakingsactiviteiten. In duo's gaan ze elkaar interviewen en de antwoorden komen in een 'klassekrant', die de kinderen mee naar huis krijgen. Ook worden er spelletjes gedaan en zullen de leraren nog wat 'ludieks' presenteren.” De twee dagen erna gaan alle tien eerste klassen met de fiets op kamp. Bedoeling is dat ze elkaar beter leren kennen, en dat de klasseleraar een band met ze krijgt. “Waar je anders een maand over doet, kun je met zo'n kamp in twee dagen voor elkaar krijgen”, aldus Prinsen. “De groepsindeling gaat even dwars door bestaande vriendschappen heen en dat levert altijd wel een paar kleine dramaatjes op.”

Na een korte pauze brengt mevrouw Van Dijck haar leerlingen meteen op de hoogte van twee schoolregels: geen kauwgom en tijdens de les geen petten op het hoofd. Faby loopt gewillig naar de prullenbak en Patrick ontbloot met een brede grijns het hoofd. Zo zijn ze alleen de eerste dag, lijkt de docente te denken.

Op de voorste tafels zijn de schoolboeken in hoge stapels opgetast. “Het uitdelen van deze boeken is een precies en saai werkje”, laat Van Dijck haar klas weten, “maar het moet nu eenmaal gebeuren.” De kinderen beschouwen het vooral als een moment van initiatie. Plechtig lopen ze naar voren als hun naam wordt afgeroepen en met een haast gewijde blik in de ogen nemen ze de enorme stapel boeken in ontvangst. Het middelbare schoolleven is nu werkelijk begonnen. Ze bladeren er wat in en Tessa (12) ontdekt al meteen een “dood mummiekind” met gaten in haar zij waar darmen uitsteken. Ze gruwt. Waar ze zich het komende jaar het meest op verheugt? “Op de uren die uitvallen”, zegt ze met een hinnekje. “Dat je eerder weg kan of later mag beginnen.” Dat weet ze allemaal van haar oudere broer, die ook op het Cobbenhagen zit. Huiswerk, daar ziet ze niet zo tegenop en later wil ze reisbureaumedewerker of dolfijnentrainer worden.

Jorieke, naast haar zit intussen hevig te gapen, want, zo vertelt ze, ze heeft de afgelopen nacht niet zo goed geslapen. De eerste schooldag leek haar “best wel eng”.

Het rooster is na de boeken het tweede pièce de résistance van deze morgen: een velletje waar onder tien eerste klassen slechts onbegrijpelijke cijfers en afkortingen staan. Een zucht van vertwijfeling gaat door de klas wanneer de kinderen het papier bekijken. Stap voor stap en met veel geduld legt docente Van Dijck haar leerlingen uit wat er achter dit mysterieuze schema schuilgaat en, belangrijk, hoe ze het in hun agenda moeten noteren. In volle concentratie en gebogen over hun glimmende full-colour agenda's schrijven de kinderen met hun mooiste handschrift: fa: RF: 153, ne: DC: 318, tn: BB: 303, lo: AM: 330.

Als Gianni de taak op zich heeft genomen de eerstkomende tijd het klassenboek te dragen, het kamp ter sprake is geweest en mevrouw Van Dijck nog een poging heeft gedaan om 'het scherm' uit te leggen, duizelt het de bruggertjes. “Het scherm is heel ingewikkeld”, laat de docente weten, “ik heb er zelf ook een half jaar over gedaan.” Ze krijgt veel bijval uit de klas ten teken dat het wel genoeg is geweest voor vandaag. Er gaat een zoemer, de kinderen zakken door hun knieën om hun tas van de grond te krijgen. Ongeveer achttien kilo zwaarder dan ze gekomen zijn verlaten ze hun nieuwe school. “Ik vind het gewoon kindermishandeling”, laat Tessa weten als ze zwaarbelast het lokaal verlaat.