Mogelijke bronnen van 'antarctica-meteoriet' aangewezen op Mars

Een Amerikaanse astronome heeft op Mars twee kraters gevonden die in aanmerking komen als plaats van herkomst van de beroemde Marsmeteoriet ALH 84001, waarin onlangs mogelijke sporen van voorbij leven op Mars zijn gevonden. De twee kraters zijn getraceerd door Nadine Barlow, een astronome die verbonden is aan de universiteit van centraal Florida in Orlando.

De ontdekking is het resultaat van een systematische speurtocht in de catalogus van inslagkraters die zij in de jaren tachtig samenstelde met behulp van de opnamen die de twee Amerikaanse Vikings-Orbiters vanuit hun banen om Mars hadden gemaakt.

Barlow's catalogus bevat ruim 42.000 inslagkraters. Verschillende kenmerken van de meteoriet hielpen Barlow bij het reduceren van dit aantal tot 2. De meteoriet moest afkomstig zijn van een 4,5 miljard jaar oud gebied, maar de inslagkrater die na het 'lanceren' van de meteoriet achterbleef mocht niet ouder zijn dan 16 miljoen jaar. Ook de vorm en diameter van inslagkrater waren belangrijke kriteria. Sporen van scholgolven in de meteoriet wijzen er op dat 4,0 en wellicht ook 3,6 miljard jaar geleden in de buurt van de meteoriet zware inslagen plaatsvonden, die dus óók kraters hadden achtergelaten. En de aanwezigheid van carbonaten in de meteoriet suggereerde dat het gebied van herkomst sporen van vroeger water moest vertonen.

Het eliminatieproces leverde uiteindelijk twee elliptische kraters op die aan alle eisen voldeden, beide rond 15ß8 zuiderbreedte in de zuidelijke hooglanden op Mars. De eerste kandidaat is een inslagkrater van 23 bij 15 kilometer in het Sinus Sabaeus gebied (10ß8 ZB, 345ß8 0L), de tweede een krater van 11 bij 9 kilometer in de buurt van het Hesperia Planitia-gebied (20ß8 ZB, 240ß8 OL). Beide kraters hebben een scherpe (dus jonge) rand en zijn omringd door een jonge 'deken' van uitgeworpen materiaal. De eerste krater bevindt zich op de rand van een veel oudere, sterk verweerde krater van 50 km diameter en de tweede ligt bijna aan tegen een oudere krater van 25 km diameter. Rond beide kraters zijn sporen van oude, droge stroombeddingen te zien.

Een verslag van deze ontdekking zal in oktober worden gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de American Astronomical Society in Tucson en later worden gepubliceerd in Journal of Geophysical Research. De identificatie van de kraters zou de NASA er toe kunnen brengen bij toekomstige landingen op Mars met robotvoertuigen ook aan deze gebieden te denken.