'Mensen zijn geneigd constructies steeds ingewikkelder te maken.

Dit najaar verschijnt 'Hedendaagse Uitvinders' van Lex Veldhoen. In dit boek, gebaseerd op deze uitvindersportretten, is tevens een hoofdstuk te vinden over octrooien en over 'De Nederlandse Uitvinder'. Uitgeverij Ad Donker bv. Prijs ƒ 24,50, ISBN 90 6100 429 2.

'IK VIND het hier niet om uit te houden. In september ga ik terug naar de VS, naar Atlanta. Daar heb ik een hoogleraarschap aangeboden gekregen'', verzucht dr.ir. Walt de Heer (46), een magere, enigszins gejaagde man die eruit ziet als Einstein op jonge leeftijd. De Heer werkt bij het Institute de Physique Expérimentale van de Ecole Polytechnique Fédérale in Lausanne.

Het nieuwe gebouwencomplex kijkt uit op het Meer van Genève. Op de achtergrond liggen besneeuwde bergtoppen. “Zwitserland is een mooi land, maar de Zwitsers zijn onvriendelijk en stug tegenover buitenlanders. Oorspronkelijk wilde ik vier jaar in Zwitserland werken, maar dat zijn er inmiddels toch negen geworden. Dat heeft te maken met de hoogleraarsfunctie die me vijf jaar geleden vanuit Amerika werd aangeboden. Meteen beloofden ze me hier hetzelfde, dus besloot ik te blijven. Maar die belofte hebben ze nooit waargemaakt.”

De frustratie bij De Heer is groot. Ook wat betreft zijn vinding, die kan leiden tot platte beeldschermen en een zeer rustig, scherp beeld. Daarbij maakt De Heer gebruik van staafvormige koolstofstructuren van 10 nanometer (10 miljardste meter) dik en een micrometer (een miljoenste meter) lang. Door de staafjes op te lossen in ethanol en ze vervolgens onder druk op teflon te persen, ontstaat een dunne film waarin de staafjes rechtop staan. De groep van De Heer deed vervolgens een belangrijke ontdekking: zodra er een spanning tussen een rooster (bijvoorbeeld een beeldscherm) en de film wordt gecreëerd, ontstaat er een elektronenstroom. De elektronenbron ligt hierbij slechts één millimeter van het beeldscherm af in plaats van een halve meter zoals bij de huidige televisies. Het nieuwe beeldscherm is in zijn geheel slechts een centimeter dik. Volgens De Heer is het nu zaak om de elektronenstroom zodanig met voltages te beïnvloeden dat er beeld ontstaat.

“Toen ik de vinding aan de directie presenteerde, dacht ik dat ze het fantastisch zou vinden. Maar niemand heeft me zelfs maar gefeliciteerd. Ook mijn baas reageerde niet toen ik hem vertelde hoe belangrijk deze vinding is. Zijn naam staat nu wel op het octrooi. Hij heeft er amper aan bijgedragen, maar wil wel de eer. Het octrooi is trouwens van de universiteit. Of ik iets van de opbrengst krijg weet ik niet. In de reglementen staat dat de uitvinder beloond zal worden, maar er staat niet bij hoe. Op grote universiteiten als Stanford krijgt hij 30 procent van de opbrengst. Ik wilde 1 of 2 procent. De universiteit heeft slechts een vage belofte gedaan.”

Over de Heers vinding verschenen artikelen. Bedrijven raakten geïnteresseerd. De Heer: “Het geeft een rustig beeld door de grote dichtheid van pixels, de groene, rode en blauwe puntjes. Bovendien schijnt het goedkoop te zijn qua grondstoffen en productiemethode. LCD-schermen zijn niet zo helder, plasma-schermen hebben een korte levensduur”.

De Heer kreeg bezoek van onder andere Motorola, Texas Instruments, NEC, Nokia en Bosch. Hij is inmiddels in onderhandeling met een wereldmerk; niet Philips overigens. Volgens de fysicus kan het produkt theoretisch gezien over vier jaar op de markt verschijnen, àls die industrie het geld wil inzetten. “Het gaat toch om investeringen van miljarden”, zegt de Heer. “En soms gaat zoiets vanwege de vreemdste belangen niet door. Mensen van een Amerikaans bedrijf vroegen me naar het nut van een plat scherm. Amerikanen sjouwen veel met hun TV. Een plat toestel is alleen maar lastig, want het valt om. Bovendien is het in de VS niet erg als de televisie relatief veel ruimte in een kamer in beslag neemt. In Europa en Japan denken ze daar heel anders over,” zegt de Heer die opgroeide in Nederland.

Na de oorlog werd zijn vader als arts bij Esso uitgezonden naar Saoedi-Arabië, later werd dat Aruba. De jonge Walt las veel over natuurkunde. Op zijn dertiende werd hij geïntrigeerd door de relativiteitstheorie. Hij speelde basgitaar in een rock en roll-bandje en bouwde versterkers in de garage. “Toen ik vijftien was, stond de hele wereld op zijn kop door al dat hippie-gedoe. Ik ging in Nederland studeren en kwam in Groningen bij het corps terecht, want daar moest je bij horen. Op mijn vijfde dag liep ik kaal rond. Ik dacht: Dit kan niet goed zijn. Het was allemaal zo anti-creatief. Ik ging op een huisboot wonen en was er een van de eerste krakers.”

De manier van lesgeven op de universiteit sprak hem niet aan. Hij stopte zijn studie en speelde een paar jaar met zijn broer in een bandje. Nadat de instrumenten werden gestolen besloot hij in Berkeley te gaan studeren.Het was de universiteit die als beste stond aangeschreven. Bovendien was de stad het centrum van de rock-cultuur: Grateful Dead, Jefferson Airplane, Height Ashbury.

Hij dacht er een groot theoretisch natuurkundige te worden, maar merkte dat hij veel beter was met zijn handen. Hij promoveerde in 1985 en kreeg aanbiedingen van Bell en IBM. Maar Lausanne bood hem van alles in het vooruitzicht en hij toog naar Zwitserland. In een bescheiden appartement in een voorstadje van Lausanne woont hij samen met zijn Amerikaanse vrouw Paddy en hun 16-jarige dochter Wendy. “Mijn eigen werk richt zich op magnetische ijzerdeeltjes. Die zitten bijvoorbeeld op harddiscs en tapes; een enorme industrie. We zouden morgen een beter opname-medium kunnen vinden, waardoor de prijs van banden halveert of de snelheid van harddiscs verdubbelt, maar geen haan die naar dat onderzoek kraait.”

Zijn laboratorium staat vol met meetapparaatuur, hier en daar is een experimentele opstelling in gebruik. Opvallend zijn de vacuümpompen met dikke pijpen, onderbroken door koppelstukken met zware bouten. Er is een pulserend, ijl, hoog geluid hoorbaar, een student bestudeert de voortdurend op een monitor veranderende grafieken, een groene laserstraal flikkert aan en uit. “Door met een laserstraal op een schijfje ijzer te schieten, ontstaat een wolkje ijzerdeeltjes. Ze zijn zo klein dat je ze met het oog niet kunt zien. In deze hoog-vacuüm gezogen buis kunnen we ze met een zware magneet afbuigen en meten. Een tweede, ultra-violette laserstraal ioniseert ze, zodat ze positief geladen worden en we ze kunnen wegen.”

De meetapparatuur is allemaal door De Heer zelf ontworpen. “Mensen zijn geneigd constructies steeds ingewikkelder te maken. Als mij dat overkomt, gooi ik de hele zaak, soms het resultaat van weken werk, in de vuilinisbak en begin ik opnieuw. Een goed ontwerp doet altijd iets meer dan je verwacht. Soms ben je gefocust op één bepaald aspect. Maar als je even opzij kijkt, gebeurt daar soms iets dat veel interessanter is. Invallen komen vaak plotseling op. Dat idee van het beeldscherm heb ik op één avond samen met nog vijf projecten in een hotelkamer uitgewerkt”, aldus de Heer die zichzelf nogal disorganised noemt. “Ik ben slecht in het uitwerken van ideeën op papier, ik haat administratieve toestanden en heb weinig geduld. Ik heb mezelf geleerd wiskundig werk, hele formules en opstellingen in mijn hoofd uit te werken. Ik heb geen werkkamer en lig graag op de bank of op bed met mensen en gepraat om me heen. Als ik mijn ogen sluit, zie ik het dan zo voor me”.