Lichaamstaal van Harris Huizingh

Wie bij voetbal zijn hoofd gebruikt, is al gauw een kopspecialist. Maar niet alle voetballers die hun hoofd gebruiken, zijn in staat de bal in de gewenste richting te koppen. Talent, oefening en moed worden gevraagd. Hoog op te kunnen springen, precies op tijd met het voorhoofd gevoelvol de bal te raken en liefst eerder dan de tegenstander - dat is een kunst.

Wie de bal domweg op zijn hoofd laat vallen, wacht een hersenschuddinkje en hoofdpijn. Een knik of kordate slag met het voorhoofd gestuurd door de nekspieren geniet de voorkeur. Bovendien is dan de kans groot dat de bal op de gewenste plaats neerkomt. Alle voetballers die koppen lopen gevaar. Hersenletsel als gevolg van veelvuldig kopwerk wordt niet uitgesloten. Maar hoeveel voetballers lopen na een kopduel niet door, verdwaasd en verblind door de jacht, zonder dat trainer of ploegarts de ernst inzien? De natte spons biedt geen herstel, alleen troost. Krassen en butsen krijgen meer aandacht. Een voetballer die kopt, moet zich wapenen. Stevige schouders verdienen aanbeveling. Maar nog meer en in toenemende mate wordt bij de sprong naar de bal de elleboogstoot als afweermethode gebruikt. Voetballers die met grote regelmaat koppen, verdienen respect. Omdat ze het zo lang volhouden.