Julian Joseph blinkt uit bij eigen werk

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Jurre Haanstra met het Julian Joseph Trio. Werken van Gershwin, Bernstein, Joseph en Ellington. Gehoord: 30/8 Anton Philipszaal Den Haag. Herhaling: 31/8 Uitfestival op het Spui, Den Haag (openluchtconcert).

Zowel de Haagse Anton Philipszaal als het Concertgebouw in Amsterdam programmeren komend seizoen jazz. Gisteravond opende men in Den Haag al meteen met een verrassend combinatieconcert: de Britse pianist Julian Joseph trad op met het Residentie Orkest onder leiding van Jurre Haanstra. De gekozen composities had Joseph eerder met succes uitgeprobeerd op het London Symphony Orchestra in de Royal Albert Hall.

De voordelen van jazz in een heuse concertzaal zijn evident - behalve de stipte aanvang en uitgebreide programma-informatie zijn er aangename zetels. Punt van discussie blijft echter de grootte van de ruimte, waardoor er misschien, bij een kleine bezetting, zoals Josephs trio, intimiteit verloren gaat. Van minder gewicht zijn de afwijkende rituelen die de jazz kent - zoals klappen na een solo, of meebegewegen op de maat - die soms niet door een klassiek opgevoed publiek worden opgepikt.

Nadat het orkest was ingespeeld met de Cuban Overture van Gershwin, schoof Joseph achter de vleugel. Hijzelf leek evenwel nog lang niet ingespeeld. Wat hij deed klonk rommelig en ongeïnspireerd. Pas toen zijn eigen stukken aan de beurt kwamen liet hij horen waarom hij door sommigen als de beste Britse pianist wordt gezien. Maar toen deed het orkest weer niet mee. Het is nogal zot om zijn trio te zien spelen, omringd door een werkeloos symfonie-orkest.

Josephs pianistische kwaliteiten stijgen uit boven die van de gemiddelde Amerikaanse neo-bebopper. Snel op en neer lopen tijdens solo's kan hij ook, maar hij moet het vooral hebben van slimme klankclusters en passages in de hoge registers die vaak een repeterend karakter hebben. Hij neemt een belangrijke toets en bewerkt die een tijdje.

Een van zijn sterkste stukken, het minimale, polyritmische My desire,afkomstig van zijn voorlaatste cd Reality, werd weer wel voorzien van een enigszins voorspelbaar, orkestraal arrangement. Het werkte, hoewel de geluidsbalans niet helemaal in evenwicht was. Hierdoor bleven de strijkers grotendeels onhoorbaar.

Joseph toonde desondanks aan dat hij spannende stukken kan schrijven, die net zo goed van een klassiek componist afkomstig hadden kunnen zijn. Alleen is er, juist voor een modern jazzmuzikant, veel meer te halen uit een orkest. Zijn landgenoot Django Bates bewijst dat.

Als uitsmijter stond het welbekende Caravan op het programma, in een schitterend arrangement van John Dankworth. Nu werd pas aan iedereen duidelijk dat een jazz-arrangement voor symfonie-orkest niet hoeft te verzanden in overrijpe showmuziek, zonder meteen 'heavy' te worden. Omdat het met een gelegenheidscombinatie als deze in Den Haag lastig improviseren is, werd het stuk daarna nogmaals uitgevoerd, nu als toegift.