ING Global Fund zoekt slagroom op de taart

Zijn favoriete belegging? “Een Fins bedrijf dat margarine maakt, Raision Tehtaat”, zegt Sasker de Boer, sectordirecteur aandelen bij ING Investment Management en medeverantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van het ING Global Fund. Niet voor lang meer overigens: per 1 januari stapt hij over naar de directie van beursmakelaar AOT. In het eerste halfjaar behaalde het ING Global Fund het beste resultaat (20,1 procent) van de dertien beleggingsfondsen in internationale aandelen die het adviesbureau Iris volgt.

“Raision claimt dat hun margarine cholesterolverlagend is. Zij is inmiddels in gesprek met een aantal grote partijen, zoals Unilever. Wij hebben er fantastisch veel geld mee verdiend, het bedrijf heeft een half jaar geleden of zo een aandelenemissie gedaan. Wij werden er opmerkzaam op gemaakt via een effectenkantoor. Maar of het nog steeds een beleggingstip is, dat durf ik niet te zeggen.”

De belegging in het Finse margarinebedrijf valt in de categorie slagroom op het taartje. Ongeveer 70 procent van het vermogen van ruim 110 miljoen gulden van het Global Fund wordt belegd in zogeheten kwaliteitsfondsen, dat zijn bekende, goed renderende bedrijven, zoals Unilever, Koninklijke Olie en ING.

Het fonds mag dan Global Fund heten, 25 procent van het vermogen wordt in Nederlandse aandelen belegd. Dat doet het fonds omdat de Nederlandse beurs de laatste jaren een superieure performance liet zien, al speelt ook een rol dat andere beleggingsfondsen in internationale aandelen, zoals Robeco en Delta Lloyd Investment Fund ook grote Nederlandse aandeleninvesteringen hebben. De vaste portefeuille kwaliteitsnamen moet tevens de kosten drukken, zo stelt De Boer. Het fonds koopt en verkoopt minder aandelen; dat scheelt provisies.

Tegenover deze kernbeleggingen staan de 'slagroom' investeringen, zoals de aandelen van de Finse Raision, die samen ongeveer een kwart van het vermogen vormen. In deze beleggingen neemt het fonds wat meer risico en wordt geprobeerd in te spelen op de waan van de dag op de financiële markten. “Toen op Wall Street de technologiefondsen opeens razend populair waren, zijn wij direct gaan kijken of bedrijven elders ter wereld daarvan konden profiteren, en hebben wij bijvoorbeeld in Nederland Getronics gekocht.” Dat levert volgens De Boer geld op omdat de meeste professionele en particuliere beleggers nog altijd bij uitstek geöriënteerd zijn op hun thuismarkt.

De selectie van individuele beleggingen blijkt in de praktijk het afgelopen jaar de belangrijkste factor te zijn geweest in het succes van het Global Fund. “De meeste performance is gekomen uit het kiezen van de goeie aandelen binnen de regio's waarin wij beleggen.” Het Fund profiteert mee van de 25 aandelenspecialisten die bij ING Investment Management werken voor zijn eigen beleggingsportefeuille en het vermogen dat voor derden, zoals fondsen en professionele beleggers, wordt beheerd. Dat betekent dat in principe voor alle beleggingsfondsen en professionele portefeuilles dezelfde aandelen worden gekocht als ING Investment Mangement die effecten kooprijp vindt. De aankopen moeten uiteraard wel passen in de beleggingsdoelstelling van de klant.

De team-inzet weerhoudt ING ervan om bij het Fund een aparte fondsmanager aan te stellen die uiteindelijk verantwoordelijk is, zoals dat bij Angelsaksiche fondsen gebruikelijk is. Het Fund wordt formeel bestuurd door twee BV's. “Dat is standaard bij alle fondsen”, zegt De Boer. “Een man zo'n fonds laten beheren, lijkt mij een lastige taak. Maar laat er geen misverstand over bestaan, de verantwoordelijkheden liggen hier wel duidelijk. Als de performance slecht is, mogen aandeelhouders mij daarop aanspreken.”

Al die beleggingsresearch (“ik krijg dagelijks een meter post van andere banken en effectenhuizen”) leidt tot een ruim gespreide effectenportefeuille. Het fonds belegde per eind maart in maar liefst 21 landen, zo blijkt uit het halfjaarbericht, waaronder enkele landen met maar een of twee beleggingen. En hoe zinvol is het om de portefeuille te versnipperen over tientallen bedrijven in Japan of Duitsland? De Boer vindt dat niet zo'n probleem. Spreiding is juist de kracht van het Fund. “Het is zonde om een bedrijf niet in Global Fund op te nemen als je zoveel mooie bedrijven in een bepaalde regio ziet.”

Het Global Fund heeft zich in het eerste halfjaar kunnen onttrekken aan de matige belangstelling onder beleggers voor investeringen in beleggingsfondsen. Het sterke rendement heeft geleid tot een verdubbeling van het aantal geplaatste aandelen. “Het is een buy the winner effect. Robeco is heel dominant op deze markt. Als hun resultaat achterblijft, gaan mensen elders kijken.”

Ten opzichte van het zusterfonds ING Dutch Fund (omvang ruim een miljard gulden), dat louter in Nederlandse aandelen belegt, en marktleider Robeco (9 miljard gulden omvang) is het Global Fund overigens maar klein. Het overgrote deel van de beleggers in het fonds zijn particulieren.

Al scoorde het Global Fund in het eerste halfjaar het beste, ook De Boer en zijn team zitten er wel eens naast. Zijn grootste flop? “Na het bericht in mei van BolsWessanen waarin de winstprognose omlaag werd geschroefd, dachten wij dat alle pijn nu wel in de beurskoers was verdisconteerd en dat het niet dieper kon zakken. Dat bleek een misrekening. Het is verder gezakt en elders op de beurs hadden wij veel meer kunnen verdienen. Het bericht van afgelopen woensdag (halfjaar prognose wel gehaald, maar nieuwe bijzondere lasten in het tweede halfjaar; red.) heeft de zaak niet verbeterd.”

Gaat het fonds nu actie ondernemen op de volgende aandeelhoudersvergadering?

De Boer:“Wij hebben al eens een gesprek gehad en kritische vragen gesteld, maar over het algemeen stemmen wij met de voeten, niet met de handen.”