In Saksen kookt de woede tegen Brussel

ZWICKAU, 31 AUG. Eenzaam staat de oude man midden op het marktplein van Zwickau, de autostad in het oosten van Duitsland waar vroeger de Trabi werd gemaakt. “We koken van binnen van woede”, zegt hij en legt een vuist op de borst. “Ze zijn uit het westen hierheen gekomen, hebben alles gesloten, grote panden gekocht en zijn weer weggegaan. Wat hebben ze bij ons in Saksen achtergelaten? Lege fabrieken en lege huizen. De meeste mensen hebben helemaal geen werk meer.”

Otto Jahn (70) heeft een blauwe stofjas aan. Gebroeders Heitmann staat op zijn rechterzak, in gele letters. Hij werkt al vijftig jaar bij het bouwbedrijf van de Heitmanns. Jahn is een zeldzame verschijning in Zwickau, want van de mensen boven de 45 jaar heeft bijna niemand nog een baan. De rest staat allang op straat.

Toen de Westduitse autofabrikant Volkswagen na de Wende in 1989 besloot om in Mosel, even ten noorden van Zwickau, zijn Polo's te bouwen, veerde iedereen in Saksen, de nieuwe deelstaat, op. Tenslotte had Zwickau, geboortestad van de componist Robert Schumann, een grote naam op het gebied van de autobouw, vergelijkbaar met die van Stuttgart of München. In de DDR-tijd rolden drie miljoen Trabants van de band. Sinds de eenwording hebben Volkswagen en de deelstaat Saksen zeker 2,5 miljard mark geïnvesteerd in Zwickau en omgeving, en zeker 23.000 banen geschapen. Het leken wel de bloeiende landschappen die bondskanselier Helmut Kohl had beloofd.

Deze zomer gooide de Europese Commissie in Brussel roet in het eten. Een voorgenomen subsidie van bijna 800 miljoen D-mark werd met een derde beknot. Zwickau hield de adem in. “We waren bang dat Volkswagen al het werk zou stilleggen”, zegt Harald Schmid, elektromonteur en lid van de ondernemingsraad in de nieuwe fabriek van VW in Mosel.

De subsidies uit de potten van de Europese Unie zijn van groot belang voor de produktie van de nieuwe Passat, die in Mosel wordt gebouwd en eind oktober op de markt moet komen. VW-topman Ferdinand Piëch dreigde onmiddellijk de produktie naar het nabij gelegen Slowakije of de Tsjechische republiek te verplaatsen als hij niet alle subsidie kreeg uitbetaald. Daar zijn de lonen een tiende van wat in het oosten van Duitsland moet worden betaald.

Volkswagen weg uit Saksen? Dat liet Kurt Biedenkopf, de christendemocratische minister-president, niet op zich zitten. Als een vorst besteeg King Kurt zijn paard en trok tegen Brussel ten strijde. Saksen betaalde VW uit eigen zak een deel van de subsidie, zodat de bouw van de fabriek kan doorgaan. “Het is voor mij volstrekt ondenkbaar, dat in Brussel wordt beslist hoe de wederopbouw van Oost-Duitsland moet verlopen”, zei Biedenkopf tegen Der Spiegel. Het strookte niet met de afspraak tussen de EU-landen en Bonn over extra steun om de voormalige DDR economisch op de been te helpen.

De Saksische regent wil de strijd tot het bittere eind uitvechten. Nadat een poging van Helmut Kohl - Biedenkopfs gezworen rivaal - om zijn minister van economische zaken in Brussel te laten bemiddelen was mislukt, zocht Biedenkopf het hogerop. Vorige week diende hij bij het Europees Gerechtshof een klacht in tegen de Commissie. Hij wil wel eens zien wie het in zijn land voor het zeggen heeft, en weet alle 4,6 miljoen Saksen achter zich verenigd.

In Zwickau wordt Biedenkopf vergeleken met 'August de Sterke'. Deze vorst van 120 kilo zwaar kon hoefijzers met zijn handen breken. In de zeventiende eeuw maakte hij van Saksen een bloeiende staat die tot de belangrijkste in Europa hoorde. Voor Biedenkopf staat de toekomst van Saksen op het spel. De vrijstaat vervult een voortrekkersrol in het oosten. Al in de negentiende eeuw vormde Saksen 't industriële hart van Duitsland en ten tijde van de voormalige DDR bevond zich hier 42 procent van alle industriële bedrijven. Als geen andere van de zes nieuwe Duitse deelstaten is Saksen afhankelijk van het wel en wee van de industrie.

“Na de Wende is de hele economische en maatschappelijke structuur in Saksen in elkaar gestort”, zegt Paul Lieber, directeur van het arbeidsbureau in Zwickau. Lieber is drie jaar geleden uit Neurenberg in West-Duitsland naar Zwickau gekomen om te helpen met de opbouw van het land. Hij bracht een jarenlange ervaring bij de arbeidsbemiddeling in Saarland met zich mee. Wat hij aantrof? “Nood en ellende”, zucht hij.

Saksen had voorheen allerlei industrieën: textiel, machinebouw, elektrotechiek en auto's. Elk dorp had zijn eigen Textilkombinat waar duizenden werk hadden. In tweeënhalf jaar heeft de Treuhand, die de Oostduitse industrie moest saneren, een belangrijk deel van alle bedrijven gesloten. Niet rendabel meer. Alle markten, in Rusland en Oost-Europa, waren weggevallen.

De werkloosheid was enorm. Bijna tweederde van alle arbeidsplaatsen was in één klap weggevaagd. In een stadje als Zwickau met honderdduizend zielen kwam dat hard aan.

Zo slecht als in 1992 is het niet meer, zegt Lieber. De eerste drie jaar is er een Gründerboom geweest. Huizen werden gerenoveerd, wegen aangelegd, nieuwe bedrijven opgezet. Alles, dankzij de subsidies uit het Westen. Maar de nieuwe ondernemingen leveren niet die massale hoeveelheid banen op als de vroegere Kombinate. Alleen al bij Trabant in Zwickau werkten 12.000 mensen.

In Zwickau en omgeving komt Lieber zo'n 60.000 banen tekort, heeft hij becijferd. Officieel heeft 17 procent van de beroepsbevolking geen werk. In de praktijk zijn het er veel meer, omdat nog eens vele duizenden mensen zijn ondergebracht in omscholingsregelingen en werklozenprojecten, een soort Melkertbanen, waarbij uitkeringsgerechtigden nuttige klussen aanpakken zoals het aanleggen van wandelwegen en schoonmaken van monumenten.

Pag.18: 'Zonder VW was het hier een catastrofe'

“Één ding is zeker: als we Volkswagen niet hadden gehad, was het beslist tot een catastrofe gekomen”, zegt Lieber. In de fabriek in Mosel werken 2400 arbeiders die dagelijks 450 Golfs maken. In de directe omgeving zijn minstens acht toeleveranciers gevestigd en in heel Saksen zijn zo'n 170 toeleveranciers van VW actief. Geen wonder dat de autoproducent door velen de Hoffnungsträger van de vrijstaat wordt genoemd. Er zijn wel nieuwe bedrijven bijgekomen zoals Isis Pharma en de gebroeders Rittinghausen die auto-onderdelen maken, maar in omvang zijn ze niet met VW te vergelijken.

In het bedrijf in Mosel heeft het arbeidsbureau nog een aantal vroegere werknemers van Trabant kunnen plaatsen. Maar de rest van de 12.000 man die er ooit werkten? Directeur Lieber haalt de schouders op. Wist hij maar waar hij de banen vandaan moest halen. Dagelijks trekken ze aan zijn bureau voorbij, de werklozen. Wat moet hij zeggen tegen een echtpaar waarvan de man 60 jaar is, de vrouw 55? In de DDR hadden ze het gevoel nog een zinvol bestaan te hebben. Nu moet hij uitleggen dat ze in de markteconomie allebei niet meer welkom zijn. Ongewenst op de arbeidsmarkt.

“Voor deze groep zijn de perspectieven uiterst somber”, zegt Lieber. “Dat doet de mensen pijn.” En hemzelf ook. We hadden niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn, bekent hij. “Het gaat om een volledige verbouwing van de samenleving. In 1990 was het 'Stunde Null' voor Zwickau. De economie, de hele maatschappij, moest van de grond af worden opgebouwd. Dat is een reusachtige opgave. Er zijn ook beloften gedaan. Na enkele jaren zou het beter gaan. Dat beweren de experts nog steeds, alleen velen gaat het te langzaam.”

En langzaam gaat het. 'Creatieve destructie' noemde de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter het proces waarbij oude industrieën aan het eind van hun levenscyclus van hun plaats worden gestoten door nieuwe. Alleen is in Oost-Duitsland de vernietiging van oude bedrijven in zo'n weergaloos tempo verlopen, dat nieuwe initiatieven de verliezen niet kunnen compenseren. De economische groei is sterk teruggelopen, de bouw die de locomotief van de economie was, ligt bijna stil. Zes jaar na de eenwording wacht Oost-Duitsland nog steeds op de Aufschwung.

Kolossale lege fabrieken van ouderwetse rode bakstenen en eindeloze straten met kapotte, afgebladderde huizen bieden een haveloze aanblik. Een enkel pas geverfd pastelkleurig gebouw verraadt bedrijvigheid van de nieuwe dienstverleners die zich aanbieden: een bankier, een advocaat, notaris. Zelfs een Steuerberater dient zich hier in Zwickau aan; belastingadviseur is een nieuw beroep in dit deel van de Bondsrepubliek.

In de lobby van een van de nieuwe hotels aan de rand van Zwickau wenkt Simon Dongowski. Hij komt uit Stuttgart. “Mensen kunnen niets meer betalen”, weet hij. Dongowski reist als handelaar door Saksen, langs klanten. Hij handelt in elektronica, telecommunicatie (“onderdelen voor video's, draagbare telefoons, dat spul”) en wil het wel onomwonden zeggen. “De problemen zijn veel groter dan iedereen denkt.” De werkloosheid noemt hij rampzalig, officiële cijfers zijn veel te rooskleurig. Dongowski merkt het toch zelf. Dagelijks ontmoet hij klanten die vechten om te kunnen overleven. Sommigen kunnen de salarissen niet eens meer uitbetalen. “De mensen kopen niet, hoor ik van mijn klanten in de stad. Er is volop gebouwd, maar veel staat leeg omdat niemand initiatieven durft te nemen. Bedrijven kampen met een tekort aan eigen vermogen. Er zijn er al heel wat failliet gegaan.”

Voor jongeren geen aanlokkelijk perspectief. “Verschillende van mijn vrienden zijn naar Beieren vertrokken. Mijn neef is zelfs naar Dublin verhuisd”, zegt de kapster. Ze is jong en een beetje punk, met rood kort haar en veel ringetjes in oren en neus. “Da ist nicht's loss in Zwickau”, meent ze. Café Neue Welle trekt alleen maar ouderwetse popgroepen aan en van de jeugdclub Roter Oktober houdt ook niet iedereen.

Zo veilig als mensen zich voorheen voelden omdat De Staat voor een ieder zorgde, zo onveilig voelen sommigen zich nu. Thuis en op straat. Er is meer ongemak, dat merken we, zegt de politieman. Hij kan het vergelijken want lang voor de Wende was hij al agent in Zwickau. Meer overvallen, diefstallen en dronken in de auto rijden. Geen grote zaken hoor, verzekert hij. “Vervalsingen van betaalkaarten kennen we hier gelukkig niet. Dat zie je in de grote steden.” Maar de overvallen zijn zorgelijk. Zo heeft de politie deze week een grote bende opgerold. Veertig jongeren die in totaal 170 inbraken en overvallen hadden gepleegd. “Dat is een nieuw verschijnsel in Zwickau.”

Dat de stemming in de stad terneergeslagen is, is ook de Oberbürgermeister niet ontgaan. “Het is duidelijk dat de mensen nog niet tevreden zijn, zegt burgemeester Rainer Eichhorn. Met zoveel werklozen is dat ook moeilijk “We zijn met zijn allen in het water gegooid en moesten niet alleen kunnen zwemmen maar ook meteen reddingzwemmen.” Joviaal zwaait de deur van zijn kamer open. In gekke tijden moet de burgemeester ook een beetje gek zijn, grinnikt hij kort. De burgemeester kwam van meet af aan handen tekort. “We moesten alles leren, democratie, sociale markteconomie.”

Toen Eichhold, een CDU-er, als burgemeester was gekozen, nodigde Lothar de Maizière, de eerste Oostduitse minister-president na de vrije verkiezingen, hem uit naar Berlijn te komen. Nu zal ik wel te horen krijgen wat het belangrijkste is om aan te pakken, dacht Eichhold. Maar nee. Wat wij hier tot stand moeten brengen staat niet in leerboekjes, liet de premier weten. Jetzt geht's los, was de boodschap. Iedereen moet naar eigen inzicht opereren want in iedere stad is de situatie anders. En hij wenste Eichhold veel succes.

“We moesten aan alles tegelijk denken: arbeidsplaatsen, huisvesting, kinderen, ouderen, nieuwe straten. Natuurlijk, het gaat langzaam. Maar er is wel iets gebeurd.” De burgemeester is blij met elke nieuwe arbeidsplaats die hij kan behouden, ook al zijn het er weinig. Hij is blij met de schone lucht, het zuivere water van de rivier de Mülde en met de duizenden woningen die zijn gerenoveerd. En Kurt Biedenkopf is hij diep dankbaar. Als Saksen de subsidie niet aan Volkswagen had betaald, had de nabije toekomst er voor Zwickau slecht uitgezien. Dat wil de burgemeester niet verdoezelen.

Eichold: “De economie is nog lang niet in staat zelf een duurzame bloei te creëren. Dat geldt niet alleen voor Zwickau of voor Saksen, maar voor alle nieuwe deelstaten in het oosten van Duitsland. De eerste vijf jaar kregen we grote kapitaalinjecties. Banken leenden gemakkelijker en er waren allerlei belastingvoordelen voor investeerders. Dat houdt dit jaar op. En nu stagneert het. Het lukt de lokale economie niet om de geringe groei die er is vast te houden. Daarom zullen we nog heel lang steun nodig hebben van West-Duitsland en Brussel.”