Het kinderlijf een wereldhandel; Een labyrint van bordelen rond Manila

Opgesloten in bordkartonnen peeshokjes, gefilmd door kinderpornomakers of voor weinig geld een half uurtje op een station: seks met minderjarigen heeft overal plaats. Max Christern volgde de ontruiming van een kinderbordeel bij Manila. Peter ter Horst ziet hoe Praag zich ontwikkelt tot de nieuwe kindersekshoofdstad tussen oost en west. Bernard Bouwman inventariseerde het Europese schuldgevoel in Stockholm. Wij leveren de klanten, zij het produkt: kinderen als lustbron.

Het is druk in de straten van Caloocan City. Voor een van de stoplichten van de schaars verlichte hoofdweg in deze noordelijke voorstad van Manila wandelen tientallen jongens en meisjes met plateaus vol sigaretten, kauwgom, pinda's en toffees die ze proberen te slijten aan de lange rij wachtende automobilisten.

Vanuit een donker zijstraatje kijkt Mamerto Espartero naar de wolken van stof en uitlaatgas die het voorbijrazende verkeer als een dikke, bruingrijze deken over de weg legt wanneer het stoplicht op groen is gesprongen. Het is kwart over tien, zaterdagavond. De 45-jarige Filippijn, hoofd van de divisie 'Child Abuse, Discrimination and Exploitation' van het Filippijnse 'National Bureau of Investigation' (NBI) trekt aan zijn sigaret en kijkt op zijn horloge. “We moeten hier weg”, zegt hij, wat bezorgd om zich heen kijkend. “We staan hier te lang, we zijn verdacht. Als we niet oppassen verraadt iemand ons straks.”

Over een paar minuten zal hij met twaalf NBI-agenten, die in burger zitten te wachten in een busje langs de weg, een inval doen in een kinderbordeel dat twee straten verderop ligt. De politie wil de uitbaters van het pand arresteren en de twintig jonge meisjes uit hun handen halen. “De vorige keer dat we dit pand wilden binnenvallen, zijn we verlinkt en was iedereen voortijdig gevlucht. De eigenaren van dat bordeel hebben overal hun informanten zitten”, zegt Espartero. “Zelfs bij de politie.”

Vanavond hanteert hij een nieuwe tactiek. Twee leden van de Filippijnse hulporganisatie Kamalayan, die samen met de NBI de inval heeft voorbereid, zullen zich als klant bij het bordeel melden. Ze zullen naar de jongste meisjes vragen, met wie ze vervolgens naar een van de kamertjes gaan. Tien minuten nadat zij zijn binnengegaan, zal de groep van Espartero volgen met in haar kielzog de overige mensen van Kamalayan die zich over de meisjes zullen ontfermen.

Caloocan City is volgens Espartero 'een probleemwijk vol kinderprostitutie'. Het is een van de districten rondom Manila waar de afgelopen jaren steeds meer bordelen zijn geopend. Toen de burgemeester van de Filippijnse hoofdstad in 1992 Manila's beruchte 'red light district' sloot en president Fidel Ramos kort daarna een wet uitvaardigde waarmee het makkelijker werd mannen te straffen die kinderen seksueel misbruikt hadden, trok de kinderprostitutie weg uit de drukke stad. Districten als Caloocan City en Quezon City werden de nieuwe plek voor de kinderbordelen en de cliëntèle, in Manila een mix van toeristen en Filippijnen, bestaat nu grotendeels uit lokale bewoners.

Naar schatting 60.000 Filippijnse kinderen onder de achttien jaar werken in de prostitutie. Volgens cijfers van Unicef is alleen in Thailand (100.000) en India (450.000) de Aziatische kinderprostitutie nog omvangrijker. Vietnam en met name de laatste tijd ook Cambodja gelden als de nieuwste markten in Azië waar steeds meer kinderen in de prostitutie belanden.

Industrie

Sinds 1990 worden de ontwikkelingen in de kinderprostitutie in Azië gevolgd door de hulporganisatie ECPAT (End Child Abuse and Prostitution), dat samen met Unicef, initiator is van de conferentie die deze week in Stockholm werd georganiseerd. ECPAT-studies hebben de wereld achter de kinderseks-industrie blootgelegd. Armoede drijft de meisjes naar in de prostitutie, legt Chris Beddoe, hoofd van het ECPAT-hoofdkantoor in Bangkok uit. “In veel families zijn de meisjes, als ze eenmaal tieners zijn, verantwoordelijk voor de inkomsten. Op het platteland is gebrek aan scholing en gebrek aan werk. Daarom trekken ze naar de grote stad, op zoek naar werk”, vertelt Beddoe.

Criminele organisaties spelen in op die ontwikkeling en recruteren de kinderen vanuit de armste dorpen in het land. De jonge meisjes krijgen een baan als dienstmeisje in het vooruitzicht gesteld, maar als ze eenmaal in de grote stad arriveren blijkt dat ze in een bordeel moeten werken.

“De omstandigheden waaronder in dit soort bordelen wordt gewerkt, zijn miserabel”, zegt Dany Lorgon. Hij is in het dagelijks leven professor sociologie aan de universiteit van Manila, maar vanavond vooral vrijwilliger voor Kamalayan. Hij was al eerder betrokken bij invalacties van de politie en wacht nu in zijn blauwe Honda Civic op het sein van Espartero om achter de bus met agenten aan te rijden.

Van de meisjes die hij de afgelopen jaren opving, hoorde hij trieste verhalen. “Ze zijn vaak niet ouder dan veertien, vijftien jaar. Maar ze worden gedrild om tegen iedereen te zeggen dat ze 21 zijn.” In het bordeel zitten ze in kleine hokken naast elkaar. De eerste tijd mogen ze alleen onder begeleiding naar buiten, anders zouden ze er wel eens vandoor kunnen gaan.

“De klant krijgt alle meisjes te zien en maakt zijn keuze. Hij mag een kwartier in zo'n kamertje blijven voor 250 peso's (zestien gulden)”, vertelt Lorgon. “Meestal hebben de meisjes zo'n zes of zeven klanten per dag. Ze houden per klant niet meer dan 30 peso's over.”

Een paar minuten later rijden we samen met Lorgon achter de Jeepney met NBI-agenten aan. Via twee kleine, donkere straatjes belanden we voor de deur van het bordeel. 'Click Health Place' staat boven de ingang. De deur staat open, de ranzige bar op de begane grond is verlaten. Op een tafel staan half volle flesjes San Miquel bier en uit een krakerige luidspreker schalt More than words, de romantische ballade van Extreme. Het lijkt er op dat hier een paar minuten geleden nog leven was, maar dat men hals over kop vertrokken is.

De NBI-agenten zijn inmiddels boven, waar een doolhof van gangen, kamertjes en trappen ontdekt wordt. “Verdomme. Ze zijn gevlucht”, bromt Espartero. “Waar zijn onze twee mensen”, vraagt Lorgon zich ongerust af. Alle sporen lopen dood op lege kamers en de agenten besluiten weer naar buiten te gaan. Daar wordt een glazen deur ingetrapt van het belendende pand en begint een nieuwe speurtocht. Ook hier verdwalen de agenten in een aan elkaar getimmerd labyrint van kamertjes.

De straat is inmiddels volgelopen met nieuwsgierige buurtbewoners. Een van hen vertelt dat hij kort voor de politie-inval een blauwe auto heeft zien stoppen voor het bordeel. De bestuurder zou 'NBI! NBI!' hebben geroepen. “Zie je wel, er is weer iemand geweest die ons heeft verraden”, zegt een NBI-agent als hij dat hoort.

Toch vinden zijn collega's een paar minuten later in het pand naast Click Health Place op een broeierige zolderverdieping de twee Kamalayan-medewerkers met in hun bijzijn vier jonge meisjes en twee Filippijnse klanten. De meisjes zijn op het eerste gezicht niet ouder dan veertien of vijftien jaar. Ze staan bibberend van de schrik in een hoekje te snikken, de kleine lijven gewikkeld in een smoezelige handdoek. Een paar meter verderop staan de twee klanten die op heterdaad werden betrapt. Ze lachen wat onzeker en steken een sigaretje op. Het zijn Filippijnse mannen van een jaar of vijfentwintig die naar drank stinken. Zolang de meisjes zeggen dat ze 21 jaar oud zijn en bewijzen als een paspoort of een identificatiekaart ontbreken, zijn deze mannen niet strafbaar. Maar de NBI heeft ze straks wel nodig om getuigenissen af te leggen, die later als bewijs kunnen dienen in de aanklacht tegen de eigenaren van dit bordeel.

De zolderruimte waar de meisjes hun klanten ontvangen bestaat uit vijftien met bordkartonnen platen van elkaar gescheiden hokjes van amper één bij twee meter. In elk kamertje ligt een schuimrubberen matras op een houten vlonder. De muren van de peeshokjes zijn van rood karton en behangen met familieportretten van de meisjes, posters van Playboy-vrouwen en de op de katholieke Filippijnen onmisbare prent van Onze Lieve Heer. In een hoek bij het gordijn, dat dienst doet als deur, hangt een klokje dat klanten op de tijd moet wijzen. Op een plankje boven het bed staat een fles massage-olie en een rol wc-papier. Boven het bed wappert een ventilator die een lucht van goedkope parfum door de kamer verspreidt.

Volgens de twee Kamalayan-medewerkers die als klant hier naar binnen waren gegaan, zaten alle kamertjes vol toen zij bovenkwamen. Driekwart van de meisjes en hun klanten is gevlucht, hun kleren, schoenen en tasjes achterlatend in de lege hokjes. “Wat wil je”, zegt Lorgon. “Je kunt hier niemand vertrouwen. Misschien heeft zelfs een van de NBI-mensen zelf een tip gegeven aan de bordeeleigenaar omdat hij een neef of een oom voor hem heeft werken.”

Netwerk

Door een wijd vertakt netwerk van belanghebbenden, blijkt het buitengewoon lastig de ware schuldigen op te pakken. De bordeelhouder, de pooier, de wijkagent, de ouders van de jonge hoertjes, allemaal verdienen zij aan de kinderprostitutie. Als een kind wordt gered uit de armen van deze exploitanten, blijkt het bovendien moeilijk voldoende bewijzen in handen te krijgen om de schuldigen te straffen. Betrokkenen bedreigen de kinderen met de dood als zij ooit een bekentenis afleggen.

Om die redenen kwam het de afgelopen jaren in de meer dan 260 zaken die in de Filippijnen werden aangespannen tegen pedofielen nooit tot een veroordeling.

Het duurde tot dit voorjaar voordat Ramos' 'Special Protection of Children Act' uit 1992 iets opleverde. Een 66-jarige Australiër was in mei de eerste die veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van zeventien jaar wegens seksueel misbruik van een dertienjarig meisje.

Dat vonnis doorbrak een vicieuze crikel en gaf de aanzet tot een harder optreden door de Filippijnse autoriteiten tegen kindermisbruik door sekstoeristen en de eigen bevolking. Deze zomer volgde de veroordeling van een 44-jarige Brit tot veertien jaar gevangenisstraf wegens het seksueel molesteren van twee jongetjes, van vier en acht jaar oud. En vorige week werd een 63-jarige Duitser aangehouden. De man, die een hotel heeft in de buurt van Manila, zou jongens van dertien tot en met zeventien jaar onder valse voorwendsels naar zijn huis hebben gelokt en hen daar seksueel misbruikt hebben.

Sekstoeristen en pedofielen die deze kant opkwamen, hebben een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van de seksindustrie, vertelt Chris Beddoe. Door aids is de vraag naar jonge meisjes de afgelopen jaren enorm gestegen. “Veel mannen geloven ten onrechte nog steeds dat de kans op aids kleiner is als ze naar bed gaan met een jong meisje. Ze hebben veel geld over voor een maagd en betalen extra als ze zonder condoom met ze naar bed mogen.”

Beddoe haalt een oude Chinese denkwijze aan die zegt dat een man zich door seks met een jonge vrouw weer jong gaat voelen. “Mao geloofde daar ook sterk in en veel Aziaten met hem. Daarom vrees ik dat dit probleem maar heel moeilijk te bestrijden is.”

De vier meisjes die Click Health Place in Caloocan City zijn opgepakt, zitten inmiddels buiten in een busje van de politie waar ze worden verhoord door mensen van Kamalayan. Ze zijn afkomstig uit Visayas, een eilandengroep ten zuiden van het Filippijnse hoofdeiland Luzon, die jaarlijks wordt geteisterd door typhoons en permanent door armoede. Tijdens hun verhoor laten ze niet veel los. Ze blijven volhouden dat ze 21 zijn.

Esperanze Abellana, een 38-jarige Filippijnse sociologe die werkt voor Kamalayan, schudt haar hoofd als de meisjes ziet zitten. “De enige manier om echt een einde te maken aan dit probleem is door naar de dorpen te gaan waar deze meisjes vandaan komen. We doen dat al wel op kleine schaal door informatiecentra op te richten in de armste gebieden van het land om zo de illegale recrutering van meisjes tegen te gaan”, vertelt ze. “Maar we moeten meer doen. Er moeten alternatieve inkomstenbronnen komen, anders vervalt een deel van deze meisjes straks weer in dit vak”, waarschuwt ze.

Als we later die avond met Abellana in de auto terugrijden naar ons hotel in Manila, filosofeert ze verder over een oplossing. “De autoriteiten moeten één vuist maken, anders lukt het niet. Ik hoorde van de NBI dat het pand dat we vanavond binnenvielen nota bene eigendom is van een oud politie-officier”, zegt ze. Bij een van de drukke kruispunten op Roxas Boulevard staan we stil in het drukke verkeer. Het is middernacht geweest en links van de weg flikkeren de lichten van de vele nachtclubs van Manila. 'Club Brunette' nodigt met neon-reclame bezoekers uit tot 'dance with beautiful girls'. Abellana zucht. “Je ziet, overal kun je hier terecht.”