Gewonden Hercules nog in ziekenhuis

ROTTERDAM, 31 AUG. In drie Nederlandse ziekenhuizen liggen nog zes zwaargewonden die het ongeluk met het militaire Hercules-vliegtuig op 15 juli op het vliegveld van Eindhoven overleefden. Twee van de zes zijn volgens de behandelende artsen nog niet buiten levensgevaar en worden permanent beademd. De andere vier zijn niet stabiel, maar in de afgelopen weken is hun situatie wel verbeterd.

Het transportvliegtuig van de Belgische luchtmacht verongelukte tijdens de landing in de vooravond op het vliegveld Eindhoven, na een vlucht uit Villafranca in Noord-Italië. Een vleugel brak af en het toestel vloog onmiddellijk in brand. De 4-koppige bemanning en 28 passagiers kwamen om het leven. Van de negen zwaargewonden zijn er drie in de afgelopen weken overleden.

In het vliegtuig zaten 28 leden van de fanfare van de Nederlandse landmacht en negen andere passagiers. De muzikanten hadden in Italië deelgenomen aan een muziekfestival. Na de ramp bleek dat de hulpverleners op Eindhoven meer dan een half uur niet hebben geweten dat er zoveel passagiers aan boord waren. Het onderzoek naar de toedracht staat onder leiding van de Belgische luchtmacht.

De artsen van het traumateam noemden het “een medisch wonder” dat er - gelet op de ernst van het inwendig letsel - nog mensen levend uit de Hercules waren gekomen. In het Zuiderziekenhuis in Rotterdam liggen twee slachtoffers met zware verbrandingen. “Het gaat nog steeds niet goed met ze”, deelt een woordvoerder mee. Vorige week is geprobeerd een patiënt van de beademingsapparatuur te halen. Dat bleek te optimistisch. Het Martini-ziekenhuis in Groningen en het Rode-Kruisziekenhuis in Beverwijk (brandwondencentrum) geven geen informatie over de toestand van de patienten. Een woordvoerder wil alleen in algemene bewoordingen duidelijk maken wat er aan de hand is: “Bij ernstige verbrandingen hebben we te maken met een sterk wisselend beeld. Vandaag noemen we iemand stabiel en morgen lijkt het allemaal weer hopeloos. Ook met het oog op de familie moeten we daar rekening mee houden.”