Zandruiters

Heb jij springruiter Franke Sloothaak van zijn paard zien vallen tijdens de Olympische Spelen? Dan weet je sindsdien dat het geen teken van rijkunstig talent is als je nog nooit van je paard bent afgevallen. Iedereen kan blijven zitten op het sloomste paard van stal. Maar klim maar eens op een jong, bokkend paard, op een frisse pony, of een onwillige merrie wier favoriete bezigheid steigeren is.

Vallen is eng, kan pijn doen en heel soms tot grote ongelukken leiden. De vroegere Batman bijvoorbeeld, Christopher Reeves, brak bij een val van zijn paard z'n nek en is nu bijna helemaal verlamd. Franke Sloothaak scheurde in Atlanta een botje in z'n pols, wat niet zo dramatisch is maar wel zeer doet. Toch is dat voor hem geen reden om met rijden te stoppen. Nee, afgelopen zondag galoppeerde hij alweer op het CHIO in Rotterdam rond, en hij won nog ook.

Het is raar dat je de grootste angsthazen vindt onder ruiters die nog nooit van hun paard zijn gevallen. Ze willen alleen op het braafste paard van stal, gillen dat hun paard al 'wild' doet als hij alleen maar een stapje opzij zet. Ze willen niet draven of galopperen tijdens een bosrit, en niet met andere paarden samen in de manege, want dan 'schrikt' hun paard. Ze zijn zo bang om te vallen dat ze eigenlijk niet meer echt paardrijden, ook al zitten ze op paardenrug.

Wil je niet zo'n bangebroek worden, dan zul je je, doodnormale, angst om te vallen moeten overwinnen. En daarvoor zul je zo nu en dan eens een valpartij moeten meemaken. Dat wil niet zeggen dat je als een idioot door het bos moet gaan scheuren of altijd op het onhandelbaarste paard van stal moet klimmen. Het betekent dat je moet leren hoe het voelt als je paard bokt, steigert of andere fratsen uithaalt.

De meeste kinderen vallen als hun pony's er ineens vandoor stuiven of vanuit galop plotseling halthouden. Deze kinderen vallen niet omdat ze hun paard niet goed bij zich kunnen houden, maar omdat ze het basisprincipe van het paardrijden niet onder de knie hebben: ze zitten niet goed. Het lijkt wel alsof ze niet rijden, maar zich als een zak aardappels laten vervoeren. Hun benen wapperen maar wat rond de buik van het paard en bij iedere bocht zie je ze een tikje uit evenwicht raken. Goed en zwaar zitten kun je leren door bijvoorbeeld veel zonder beugels te rijden, ook als je licht rijdt in draf, door veel tempowisselingen en bochten te rijden, en door veel gymnastiekoefeningen op je paard te doen. Zo krijg je op den duur bovenbenen die je naar believen als een schroef om je paard kunt leggen.

Zo'n schroef is ook handig als je een bokkend paard te rijden krijgt. Je hebt het 'boksalvo' waarbij je paard als bij een rodeo een hele rits van bokken achter elkaar maakt, en de enkele bokkensprong. Zo'n lange bokpartij ziet er spectaculair uit, maar hij is meestal makkelijk uit te zitten. Laat de teugels niet te kort, want dan trekt je paard je uit het zadel, en blijf hem tijdens het bokken aandrijven. Dat klinkt tegenstrijdig want je paard gaat al hard, en eigenlijk hoort hij net als de andere paarden braaf in de colonne te stappen. Maar hoe sneller jij je paard laat lopen, hoe zwaarder het voor hem is om hoge ingewikkelde sprongen te maken. Hij zal z'n energie 'voorwaarts' moeten richten in plaats van 'opwaarts'. En je zult zien: die kleine bokjes zijn zo moeilijk niet om uit te zitten.

Anders is dat bij de enkele bok. Die ziet er minder wild uit maar is wel het lastigst te rijden, omdat je paard al z'n energie samenperst in één sprong. Die kan metershoog zijn, opzij, naar voren en met een onmogelijke kronkel in z'n ruggengraat. Voorbereiden op zo'n sprong is moeilijk want hij komt vaak onverwacht. Toch zijn er dingen in het gedrag van je paard waar je op kunt letten. Eén oor naar voren en één naar achteren betekent dat hij z'n aandacht op jou heeft gericht. Twee oren naar voren en het hoofd gewend naar iets wat zich buiten de manege afspeelt, moet voor jou als ruiter onraad betekenen. Je paard is niet bij de les, en zoekt aanleiding om iets uit te halen. Zeg wat tegen hem, spoor hem aan zodat hij wat sneller gaat lopen of houd hem juist in: alles kan, zolang je z'n aandacht maar weer vangt.

Dan nog zul je soms verrast worden door zo'n kolossale sprong, en tussen de oren van je paard belanden of uit het zadel vliegen. Iedere ruiter bijt weleens in het zand. De meesten wel honderd keer in hun leven. Zij schudden het stof van zich af in de wetenschap dat het meeste vallen glijwerk is.