Vrijwillig vertrek

Vorige week maakte de Amsterdamse wethouder van Cultuur, Ernst Bakker, bekend het plan te hebben opgevat om Toneelgroep Amsterdam (TGA) en de Stadsschouwburg op te laten gaan in één organisatie. Directe aanleiding is het vertrek van schouwburgdirecteur Cox Habbema, met wie de toneelgroep altijd een zeer slechte verhouding heeft gehad. Maar om die veelal in de krant uitgevochten ruzies verliet TGA twee seizoenen geleden de schouwburg.

Het gezelschap vertrok uit onvrede met de architectonische belemmeringen van het gebouw, en vestigde zich, in afwachting van een structurele oplossing, voorlopig op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam-west. De structurele oplossing werd tot nu toe slechts in luchtkastelen gevonden, de huisvesting van TGA is nog altijd een groot probleem.

Het tweede probleem van de gemeente is de schouwburg zelf. Het eerbiedwaardige gebouw in het centrum van de stad heeft, met het vertrek naar Het Muziektheater van vaste bespelers De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet (in 1986) zijn functie goeddeels verloren. Het vertrek van TGA was slechts de genadeslag. Geschiedenis en lokatie van het gebouw maken die, overigens voorspelbare, situatie intussen moeilijk verteerbaar; er is vindingrijkheid voor nodig om andere oplossingen te bedenken dan het gebouw als zaalverhuurbedrijf uit te baten.

Die legt de gemeente nu eindelijk aan de dag. Zoals te verwachten en te voorzien was, kiest men er voor twee vliegen in één klap te slaan. Of dat lukken gaat, is nog zeer de vraag. Er komt een 'onderzoek naar de haalbaarheid van het plan', dat zich vooral zal richten op de architectonische en financiële aspecten. In de grote zaal van de schouwburg moet 'een variabele vloer- en stoelenvoorziening' komen, terwijl tegelijkertijd 'het lijsttoneel' (bedoeld is: de toneellijst) en de balkons behouden moeten blijven. Er zou op die manier een 'vlakke-vloertheater' ontstaan, 'tegen aanzienlijk geringere kosten' dan nieuwbouw zou vergen. Die laatste veronderstelling, zo leert navraag bij architecten die het weten kunnen, lijkt op wishful thinking. 'Oud-verbouw' - en zeker op deze plek en van dit gebouw - is altijd veel duurder dan nieuwbouw.

Iets anders is het moment waarop de gemeente Amsterdam een plan uitdoktert voor een al jaren slepende kwestie. Het aantal onderzoeken dat verricht is naar bestemming en mogelijk gebruik van de schouwburg, zou het onderwerp kunnen zijn van het proefschrift van een politicoloog: al voordat twee van de drie vaste bespelers vertrokken, tien jaar geleden, werd er ruimschoots gesteggeld, gediscussieerd, vergaderd en onderzocht hoe het verder moest. Nu wordt er dan een piepklein knoopje doorgehakt (er komt een onderzoek), maar de grap is, dat zelfs dat afhankelijk is geweest van toeval. Er is, zoals gezegd, een direct verband tussen de mogelijke oplossing van een groot probleem dat ons allemaal aangaat (de bespeling van 's lands eerste podium door 's lands eerste toneelgezelschap) en het vrijwillige vertrek van Cox Habbema. Pas nu dat zij weggaat, durft men te bedenken dat TGA de al dan niet ingrijpend verbouwde Stadsschouwburg hoort te bespelen. Kennelijk hebben we met zijn allen tien jaar moeten wachten op het afscheid van een mevrouw.