Turkije stelt Westen gerust via Israel

Voor de tweede maal dit jaar heeft Turkije deze week een defensie-akkoord met Israel gesloten. Daarmee negeerde Ankara de protesten die de Arabische landen en de Islamitische Republiek Iran tegen de Turkse militaire samenwerking met de joodse staat hebben aangetekend. Dat is des te interessanter omdat het nieuwe akkoord - een kaderovereenkomst op het gebied van militaire technologie - is gesloten onder een moslim-fundamentalistische premier in Turkije.

De nieuwe premier zelf, Necmettin Erbakan, maakte voor hij begin juli aan de macht kwam, luidruchtig bezwaar tegen de nieuwe militaire banden met Israel. Hij verdoemde de toenmalige conservatieve regeringscoalitie, die een akkoord had gesloten met “de joden die onze islamitische broeders in Libanon bombarderen”, in een verwijzing naar de toenmalige Israelische strafexpeditie tegen de pro-Iraanse guerrillabeweging Hezbollah. “Diezelfde mensen (in Ankara) vormen een alliantie met de joden, ze stellen Turkije voor hun vliegtuigen open”, zei premier Erbakan in mei tijdens een bijeenkomst van zijn partij. “Gegeven deze feiten is een stem op een andere dan de Welvaartspartij een stem voor de joden. De martelaren en heiligen zullen dergelijke mensen neerslaan.”

Nu was van het begin af aan duidelijk dat de overeenkomst met Israel in de eerste plaats een idee is van de strijdkrachten. Voor het Turkse leger is samenwerking met de joodse staat een logische zaak. Beide beschouwen Syrië en Iran als belangrijke tegenstanders. En bij de levering van geavanceerd militair materieel - voor de grensbewaking bij voorbeeld - stelt Israel minder lastige voorwaarden dan de Verenigde Staten.

Erbakan is lang niet sterk genoeg om de wensen van het traditioneel invloedrijke Turkse leger, de waakhond van het secularisme in Turkije, te negeren. Uiteindelijk kreeg zijn Welvaartspartij bij de laatste verkiezingen nog geen kwart van de stemmen, en moet hij rekening houden met zijn seculiere coalitiepartner, ex-premier Tansu Çiller. Als hij daadwerkelijk tegen de wil van de strijdkrachten zou ingaan, zou dat vermoedelijk zijn val betekenen. Maar het is tegelijk de vraag of hij, als hij daartoe in staat was, die wensen wel zou willen negeren.

Erbakan is weliswaar een fundamentalist, maar ook een Turk, en als zodanig heeft hij met de Turkse realiteit te maken. Die werkelijkheid is bij voorbeeld de zeer slechte relatie met Syrië, over het water van de Eufraat dat Turkije afknijpt, en over de oorlog in het zuidoosten tegen Koerdische separatisten, die van de weeromstuit vanuit Damascus steun krijgen. De houding van de fundamentalisten ten aanzien van het Koerdische probleem is niet wezenlijk anders dan die van voorgaande regeringen: een toenadering tot de radicale Koerdische Arbeiderspartij, de PKK, ligt niet in het verschiet. Een fundamentele verbetering van de relatie met Syrië - dat overigens een seculier bewind heeft - evenmin.

Ten slotte lijkt het niet toevallig dat de bekendmaking van het nieuwe akkoord volgt op Erbakans recente reis naar Iran en diverse andere islamitische landen. Tijdens die reis sloot hij verscheidene handelsovereenkomsten, en met name een omvangrijk energieakkoord met Iran. De VS, die hun eenzijdige handelsembargo tegen Iran (op beschuldiging van steun voor internationaal terrorisme) juist hebben aangescherpt, reageerden woedend. De afgesproken gaslevering versterkte bovendien Washingtons argwaan tegen de fundamentalist Erbakan: ging een oude, betrouwbare bondgenoot van het Westen het Iraanse pad op? Tekende zich hier een nachtmerriescenario, een fundamentalistische as, af?

Het nieuwe akkoord met Israel, dat een bevestiging van de jonge militaire relatie met de joodse staat vormt, is te interpreteren als een geruststellend gebaar naar het Westen. Turkije moge dan onder Erbakan de banden met de islamitische landen proberen aan te halen, die met het Westen blijven toch het belangrijkst. Ook Erbakan weet dat de Turkse economie vooral op het Westen is gericht. En wat betreft Iran: de shi'itische Perzen blijven toch in de eerste plaats de grote rivalen in de regio van de overwegend sunnitische Turken.