Taai als leder, hard als Kruppstaal

Annette Simon, Versuch, mir und anderen die ostdeutsche Moral zu erklären. Psychosozial-Verlag, Giessen, 112 blz. ƒ 22,80.

Dat zij de dochter is van Christa Wolf, daarover rept ze met geen woord. Annette Simon wil alleen namens zichzelf spreken, in haar boek Versuch, mir und anderen die ostdeutsche Moral zu erklären. Ze dwingt zichzelf antwoord te geven op een paar pijnlijke vragen en de eerste vraag luidt als volgt: 'Hoe heb ik het in deze verstikkende doodsheid (...) in godsnaam uitgehouden?'

Waarmee ze niet zozeer het ouderlijk huis bedoelt, maar eerder de DDR als geheel: daar werd ze in 1952 geboren, kort na de oorlog dus. Om het spook van de holocaust te verdrijven voedden de volwassenen Annette Simon net als de rest van de DDR-jeugd 'antifastistisch' op. Sommige van die volwassenen hadden in concentratiekampen gezeten en zagen zichzelf, schrijft Simon, het liefst als martelaren. Annettes ouders hadden nìet gevangen gezeten en zij beleden hun antifascisme nog wat intenser dan de communisten van het eerste uur, omdat ze zich schuldig voelden over het enthousiasme dat ze als jongeren voor de Führer aan de dag hadden gelegd. Ze leerden dochter Annette dat je die communisten, de leiders van de DDR, wegens het door hen geleden leed nooit in de steek mocht laten.

Simon vertelt hoe moeilijk het voor haar was om loyaal te blijven aan deze leiders en deze staat. Haar eerste schokkende ervaring deed ze op bij de Pioniers, een militante kinderclub. Geheel onvoorbereid werden de pioniertjes, tijdens een zomerkamp nog wel, naar Ravensbrück gebracht, waar Annette flauwviel toen ze de foto's van de lijkenbergen zag. Nu noemt Simon dat gedwongen concentratiekampbezoek een 'sadistische daad'. De zedenleer van de antifascisten, concludeert ze, was een 'onder gewelddadige omstandigheden en in het verzet tegen onmenselijkheid ontstane moraal, die op zijn beurt zelf gewelddadig was.'

Wat hield dat nou precies in, die antifascistische moraal? Volgens Simon waren de pijlers: standvastigheid, ook onder de meest barre omstandigheden, trouw aan de zaak en ontwikkeling van de persoonlijkheid in dienst van die zaak. 'Klinkt dat niet een beetje als: 'taai als leder, hard als Kruppstaal?' 'vraagt de schrijfster retorisch. Ze meent dat dit 'morele rigorisme met zijn vermenging van ingeplante schuldgevoelens (...) en hoogmoedige betweterij' op een gegeven moment wel móest botsen met de werkelijkheid. Ter illustratie dist ze een incident op uit haar herinnering dat uitgroeide tot een psychisch conflict: in de derde klas van de lagere school moesten de kinderen een verklaring ondertekenen waarin ze beloofden nooit meer naar de Westduitse televisie te zullen kijken. 'Alle kinderen krabbelden hun handtekening neer - en keken rustig verder. (...) Mijn ouders zeiden: als je ondertekend hebt, moet je je daar ook aan houden. Later verwaterde dit gebod, maar lange tijd kon ik alleen met onderdrukte schuldgevoelens naar mijn favoriete kinderprogramma's kijken.'

Annettes opvoeders lijken hun doel te hebben bereikt: ze hebben van het kind een braaf, oppassend meisje gemaakt dat met hoge cijfers voor haar eindexamen slaagt. Als beloning krijgt de vlijtige leerlinge van haar moeder een dichtbundel van Boris Pasternak waarin moeder de volgende regels heeft onderstreept: Du weiche nicht um Haaresbreite/ von Deinem Ich im Herzen ab... Genoeg voor de dochter om diep vertwijfeld te raken. Hoe kan ze nou trouw zijn aan zichzelf als ze tegelijkertijd trouw moet blijven aan een regime dat haar constant dwingt tot slinkse behoedzaamheid?

De ouders van Annette zien de Muur, die op 13 augustus 1961 zomaar wordt neergezet, als 'een kans om nu, binnen de DDR, meer zelfbewustzijn te ontwikkelen en een liberalere omgang met innerlijke tegenstrijdigheden te bevorderen'. 'Alsof', zo becommentarieert Simon nijdig, 'een systeem dat deze afscherming naar buiten toe nodig heeft naar binnen toe ooit openheid, elasticiteit en flexibiliteit kan ontwikkelen.' Nee, op dit punt komen moeder Christa en vader Gerhard er ondanks al het begrip van de dochter toch niet zo goed vanaf: 'Als je opgroeit temidden van monsterlijkheden die de meeste mensen die voor jou belangrijk zijn niet monstrueus vinden, dan richt je daar je leven argeloos en ondoordacht naar in.'

Simons boek bestaat voor het grootste deel uit lezingen die zij de afgelopen jaren hield. Die vorm heeft als nadeel dat er soms twee of meer keer hetzelfde beweerd wordt, omdat elke lezing nu eenmaal voor een nieuw publiek geschreven werd. Het voordeel is de toegankelijkheid. Simons Versuch zal vast ook te volgen zijn voor degenen die niets op hebben met de voornaamste inspiratiebron van de schrijfster: de psychoanalyse. De dochter van Christa Wolf is klinisch psycholoog en psychotherapeute; jarenlang werkte zij in een Oostduits gesticht. De meest intieme gesprekken met patiënten werden daar door de Stasi afgeluisterd en het ergste was, vindt Simon nu, dat zij die praktijken steeds heeft gebagatelliseerd. Ze had naar haar angst moeten luisteren, 'dat nuttige signaal dat je haarfijn vertelt wie je vrienden en wie je vijanden zijn.'

Een dergelijk vurig pleidooi voor de angst hoort men zelden uit de mond van een professionele zielzorger. Je verwacht zoiets eerder van literaire auteurs, die, als we het dan toch over de psychiatrie hebben, vaker in het kamp van de patiënten vertoeven dan in dat van de behandelaars. Ook de literaire auteur Christa Wolf nam het dikwijls voor de patiënten op. Haar roman Nachdenken über Christa T. bijvoorbeeld gaat over een vrouw die lijdt aan het land waarin zij leeft: de DDR. Wolf heeft de neiging om die zieke vrouwen te verheerlijken. Simon is nuchterder en daardoor komt zij met haar analyse van de trauma's en neurosen die men in de DDR zoal opliep verder dan haar moeder tot nu toe is gekomen. De essaybundel Auf dem Weg nach Tabou (1994) van de moeder stelde nogal teleur omdat Christa Wolf, die toch zo graag voor het geweten van de DDR doorging, geen antwoord op haar eigen vragen gaf.

Annette Simon beantwoordt alle door haarzelf gestelde vragen wèl - zonder zelfrechtvaardigingen maar ook zonder martelarenpathos of kruiperige mea culpa's. En dat is, literatuur of geen literatuur, een knappe prestatie.