Soms wil je té graag iets vinden; De verzameling van architecten Aldo en Hannie van Eyck

“Als ik in de woestijn ben dan praat ik graag over de toendra, loop ik in Alaska dan begin ik over Polynesië”, zegt Aldo van Eyck (1916). Van jongsaf aan verzamelen Van Eyck en zijn vrouw Hannie, eveneens architect, etnografica: het huis is vol beelden, maskers, keramiek, weefsels en objecten uit alle windstreken.

Primitieve kunst is een term die Van Eyck liever niet gebruikt. Hij spreekt over de kunst van 'tribal people', mensen die in een hecht stamverband leven met een eigen religie en sociaal systeem, dus in hoofdzaak voordat zij met het Westen in aanraking kwamen en hun cultuur verviel. “Wat de zending in de vroegere koloniën heeft aangericht en nog aanricht beschouw ik als culturele moord - sociocide. Ontelbare kunstvoorwerpen werden moedwillig vernietigd, de vervaardiging ervan, met de eigen muziek en dans mee, verboden.”

De Van Eycks leggen in hun verzameling geen voorkeur voor een bepaald werelddeel aan de dag. Op de twee bovenste planken van een vier meter lange boekenkast zijn beeldjes, de meeste niet groter dan een vinger, uit de hele wereld samengebracht. Van een cycladisch vrouwtje uit Griekenland tot een duimbeschermer uit de Beringstraat, van een swingende schildpad-god met vissenhoofd uit de Stille Zuidzee tot een turquoise sjabti uit Egypte. Het oudste beeldje dateert van 3000 voor Christus, het jongste werd misschien vijftig jaar geleden gemaakt. “Ik wil de hele aardbol thuis om mij heen hebben”, zegt Van Eyck.

De Van Eyck's laten zich bij hun aankopen niet adviseren: “ Wij gaan op onze eigen ogen en kennis af. Een miskoop hebben ze maar een of twee keer gedaan. “Soms wil je té graag iets vinden”, zegt Hannie van Eyck. “Dan kijk je niet meer zo goed.”

De Van Eyck's zijn er voorstander van dat een deel van het in Europa en Noord-Amerika verzamelde culturele erfgoed terugkeert naar het land waar het werd weggehaald - vaak domweg gestolen. Maar die teruggave kan pas in de toekomst plaatsvinden. “Nu is er nog te veel gesjoemel, het werk zou hier zo weer terug zijn.”

Aldo en Hannie van Eyck worden bij het ontwerpen van gebouwen niet direct door stukken uit hun verzameling beïnvloed. Wel laten ze zich inspireren door de inventieve oplossingen die ze er gewaarworden, zoals de indeling van een ruimte of een vlak.

De Van Eycks zijn niet alleen geïnteresseerd in de beeldhouwkunst en gebruiksvoorwerpen, ook de architectuur heeft hun belangstelling. “Architecten hebben bitter weinig belangstelling opgebracht voor andere tradities. Over de kunst van zwart Afrika bestaan honderden boeken, maar over architectuur uit die wereld misschien een of twee. Alsof hun bouwkunst minder boeiend zou zijn. Je kunt het alleen niet verzamelen, maar gelukkig wel fotograferen.”