Sjors-en-Sjimmie-romantiek ken ik niet

Schilder Reinier Lucassen: “Ik ben de niet-westerse kunst gaan verzamelen toen ik in mijn schilderijen afstapte van de Nieuwe Figuratie. De beelden naar de zichtbare werkelijkheid voldeden niet meer.

Tot die tijd kocht ik alleen westerse kunst aan. Pas toen ik op zoek ging naar de abstractie, naar symbolisering van de dingen en naar de wereld van de ideeën over de werkelijkheid, ben ik de expressie in de etnografica beter gaan herkennen. Die is magisch en associatief. Er is onderliggende structuur waar een ander tijdsbesef heerst, waar niets op zichzelf staat, waar alles nog met alles is verbonden. Men heeft er nog ontzag voor de natuur, en met name voor het dier dat in sculpturaal opzicht vaak de mens de baas is.

“Bij de niet-westerse sculpturen gaat het mij vooral om de mate van expressionistische en kubistische deformatie. De surrealistische, meer abstracte beelden van Melanesië hebben me meteen al meer aangesproken dan het veel aardsere Afrika. Het is niet voor niets dat surrealisten als André Breton en Max Ernst zich tot Melanesië voelden aangetrokken, en Picasso, Braque en Matisse tot de expressionistische Afrikaanse kunst.

“Ik verzamel wat me raakt en wat dankzij het ontbreken van een kunsthistorische status nog betaalbaar is. Waar iets gebruikt is kan me niet schelen. Die 'Sjors-en-Sjimmie-romantiek' om uit sensationele belangstelling voor kannibalisme peniskokers en neusschotten aan te schaffen, ken ik niet.

“Ziet u die lange, kromme armen van dit beeld? Het is een oermoeder uit het Hunstein-gebergte in Nieuw-Guinea, versierd in streepjes-patronen. Ze heeft niets geforceerds. De kunstenaar liet zich bij het hakken van de ledematen volledig leiden door de vorm van de tak. Dat is toch prachtig!

“Dat andere hoge beeld heb ik van de schrijver Tijs Goldschmidt in eeuwige bruikleen gekregen. Ik stond aan de grond genageld toen ik het voor het eerst zag. Hij nam het mee uit Tanzania. Er is aan deze vrouwfiguur geschuurd, er zijn stukjes zwarte verf vanaf gekrabt, waarschijnlijk vanwege de geneeskrachtige werking die men zo'n heilig beeld toedicht.

“Ik houd ook zeer van dit Lobi-stuk uit Mali, gemaakt in opdracht van een man die maar geen vrouw kon vinden. Je ziet hem hier vrijen met zijn toekomstige geliefde. Ze is veel groter dan hij, omdat de wens om een vrouw te bezitten zulke grote proporties had aangenomen. Datzelfde zie je terug in beelden van een moeder-met-kind, gemaakt voor vrouwen die alsmaar niet zwanger raken. Dat kind lijkt soms wel op een vent.

“Wat me steeds weer aantrekt is dat er altijd iets in deze beelden huist dat zich ondanks alle kennis niet laat verklaren. En van dat verborgene, die andere werkelijkheid, waar ik ook in mijn eigen schilderijen iets van probeer weer te geven, begrijp ik zelf nog steeds voor het grootste deel helemaal niets.

“Ook deze sculpturen komen voort uit een complex concept waarbij eeuwenlang over vormoplossingen is nagedacht. Ze maken vaak deel uit van een geheim verbond dat alleen die ene stam kent. Vandaar dat vermoedens van westerlingen over de betekenis van zo'n beeld vaak meteen door stamleden worden bevestigd. Dan kan dat geheim verder rustig voortbestaan.”