Politieteam tegen Haagse gabbers

DEN HAAG, 30 AUG. Bewoners en winkeliers van het Haagse Goudenregenplein willen wel praten over de overlast die een grote groep tieners sinds een half jaar veroorzaakt, maar hun naam willen ze uit vrees voor represailles niet in de krant. “Ik heb geen zin om morgen weer mijn gevel te moeten verven”, zegt een winkelier. Nu al, zegt hij, moet hij iedere twee weken de verfkwast ter hand nemen om de grafitti te verwijderen die de jongeren 's avonds laat of 's nachts aanbrengen.

De jongeren staan volgens omwonenden vrijwel dagelijks met scooters voorzien van luidruchtige muziekinstallaties op het verhoogde plein. “Een ideale ontmoetingsplaats”, aldus een bewoner. Hij moet zich regelmatig een weg naar zijn voordeur banen tussen de gabbers die zijn portiek hebben ingenomen, bier drinkend, joints rokend en de muren bekladdend.

De kern van de groep bestaat uit tien tot vijftien tieners, maar de groep groeit volgens betrokkenen vaak uit tot een man of vijftig. De gabbers danken hun naam aan hun favoriete house-muziek. Authentieke gabbers dragen bomberjacks, trainingsbroeken, merkschoenen en op het kaalgeschoren hoofd een omgekeerd petje.

De jongeren maken zich schuldig aan openlijke geweldpleging, het bekladden van gevels, bedreigingen en vandalisme. Regelmatig moet de politie in actie komen om de groep uiteen te drijven, soms worden er jongeren aangehouden. De politie van het Haagse stadsdeel Segbroek heeft, mede naar aanleiding van klachten van omwonenden en winkeliers, een vier man sterk overlastteam opgericht dat de overlast van de gabbers en de samenstelling van de groep gaat inventariseren. Ook wordt er extra gesurveilleerd.

Er gaat van de groep een mengeling van hinder en dreiging uit. “Veel mensen durven geen geld meer op te nemen”, zegt een bewoner, verwijzend naar een groepje gabbers dat zich volgens hem dikwijls met dreigende blikken voor een bankfiliaal ophoudt. Een andere bewoner weet te vertellen dat de gabbers hebben gevoetbald met de betonnen ballen die de grens tussen plein en straat markeren. Ook heeft hij wel eens gezien dat een vol bierblikje naar voorbijgangers werd gegooid. En een paar dagen geleden hoorde hij vanuit zijn huiskamer het hout kraken van een zitbankje dat werd gesloopt. “Afzonderlijk zijn het aardige jongens. Maar zodra er één iets in zijn kop krijgt, doen ze die allemaal na”, weet een andere pleinbewoner.

De winkeliers klagen over gedaalde inkomsten. “Onze omzet is met de helft gedaald. De vaste klanten gaan weg, ze lopen liever een straatje om naar een andere winkel”, zegt een middenstander. Hij zelf, niet bang uitgevallen, heeft de jongeren al vaak met zachte drang uit zijn winkel verwijderd. Een enkeling omdat die coke zat te snuiven op de wc. “Ach, eigenlijk is heel Den Haag de laatste dertig jaar in mentaliteit achteruit gegaan”, meent een collega.

Het plein zelf maakt overigens geen grimmige indruk. Weliswaar zijn enkele winkelgevels en portieken met grafitti beklad en is de vernielde zitbank op het plein nog niet gerepareerd. Maar de etalages van de winkels zijn 's avonds uitnodigend verlicht, van rolluiken is geen sprake. Waarschuwende taal van de middenstand beperkt zich tot een sticker op de condoomautomaat 'geldbak wordt dagelijks geleegd' en een sticker op de ingangsdeur van een slijterij 'Pas op! Meneer inbreker, moenie probeer om in hierdie winkel in te breek nie. Ons uitsonderlike suid-afrikaanse wyne word baie streng bewaak'. Af en toe draait er een politieauto het plein op. De laatste dagen zijn er weinig gabbers gesignaleerd. “Misschien omdat het zo hard regent”, suggereert een winkelier.