Opmerkelijk politiek herstel Clinton

CHICAGO, 30 AUG. De politieke toekomst van Bill Clinton zag er anderhalf jaar geleden somber uit. Zijn eerste twee jaar in het Witte Huis waren chaotisch verlopen en hadden weinig opgeleverd. De ambitieuze hervorming van de gezondheidszorg was onder leiding van zijn vrouw Hillary uitgelopen op een fiasco.

En bij tussentijdse Congres-verkiezingen in november 1994 hadden de Republikeinen, voor het eerst in een halve eeuw, de meerderheid behaald in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden. Newt Gingrich, de nieuwe Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, kon de politieke agenda bepalen - met het 'Contract met Amerika' en met zijn “Republikeinse revolutie”. Clinton moest de vernedering ondergaan om op een persconferentie uit te leggen waarom hij er eigenlijk nog toe deed.

Maar Clinton is een survivor. En politieke kansen kunnen in het huidige wisselvallige klimaat snel keren - getuige ook de marginale rol die Gingrich speelde op de Republikeinse conventie in San Diego, eerder deze maand.

Toen gisteren aan het eind van de Democratische conventie massa's confetti en ballonnen neerdaalden op de gedelegeerden, om te vieren dat Clinton de nominatie had geaccepteerd die hem zonder één tegenstem was toegekend, stond op het podium een man die zijn zelfvertrouwen had hervonden. Door het basketballstadion van de Chicago Bulls, waar de conventie werd gehouden, dreunde de jaren-zeventig-hit Only the beginning, van de groep Chicago. En alle opiniepeilingen geven aan dat er inderdaad een goede kans bestaat dat Clintons eerste termijn nog maar het begin is van zijn presidentschap.

Een smet op de feestelijke bevestiging, gisteren, van zijn opmerkelijke politieke herstel, was het schandaal waarin de adviseur ten onder ging die het brein was achter de hele come back. Maar de nieuwe, succesvolle politieke lijn van Clinton is inmiddels genoeg uitgekristalliseerd om het ook zonder haar geestelijke vader wel te kunnen redden. Een ernstiger bedreiging voor zijn politieke kansen is echter dat Clinton, die al door zoveel schandalen is geplaagd, nu opnieuw met een affaire te maken krijgt die een dubieus licht werpt op een vriend en naaste politieke medewerker.

Op het dieptepunt van zijn presidentschap had Clinton de politieke strateeg Dick Morris aangetrokken. En Morris herinnerde hem eraan dat verkiezingen gewonnen worden in het politieke centrum. Aan de hand van talloze opiniepeilingen overtuigde hij de president ervan zich een aantal Republikeinse thema's toe te eigenen, zoals het in evenwicht brengen van de begroting, inkrimpen van het overheidsapparaat, meer politie op straat, minder geweld op televisie en uniformen voor schoolkinderen. Ingrijpende plannen voor maatschappelijke hervormingen en andere Democratische stokpaardjes werden ingeruild voor praktische voorstellen die de middenklasse, en in het bijzonder gezinnen, zouden aanspreken.

Clinton vervreemdde zich zo wel van een deel van zijn eigen partij. Maar hij loste tegelijk zijn verkiezingsbelofte uit 1992 in, dat hij een nieuw soort Democraat zou zijn, die geen boodschap meer had aan de linkse orthodoxie van de vorige generatie. Hij had beloofd de bijstand te hervormen, maar dat in zijn eerste twee jaar nog niet gedaan. In zijn conservatievere gedaante echter stemde hij niet alleen in met het drastische voorstel van de Republikeinen, hij lijkt er ook succes bij de kiezers mee te gaan boeken.

Velen spraken op de Democratische conventie hun ernstige bezwaren uit tegen de bijstandshervorming, onder meer dominee Jesse Jackson en voormalig gouverneur Mario Cuomo van New York. Maar niemand maakte het Clinton echt lastig, niemand viel er hard over. Het leek of de Democraten zich door hun president als makke schapen naar het gematigde of zelfs conservatieve kamp hadden laten drijven. En wie gisteren hoorde hoe de gedelegeerden klapten en juichten bij Clintons belofte van een evenwichtige begroting en bij zijn pleidooi voor verruiming van de bevoegdheden van de politie om af te luisteren, kon makkelijk de indruk krijgen dat Clinton zijn partij evenzeer heeft veranderd als zichzelf.

Maar het is niet zo dat de Democratische partij heeft gekozen voor een nieuwe politieke richting. Na de bittere nederlaag van 1994 in het Congres hadden de Democraten geen keuze meer. Ze moesten zich wel aansluiten bij de president, die gesteund door een goed draaiende economie en enkele successen in de buitenlandse politiek volgens opiniepeilingen steeds meer gewaardeerd wordt. Ook Democraten die zich nog altijd met opgeheven hoofd links noemen, zien in dat Clinton hun enige hoop is - ook al klinkt hij af en toe als Dan Quayle. Als Clinton in november op een forse overwinning afstevent, kunnen de Democraten op het enthousiasme misschien hun meerderheid in het Congres terugwinnen. Maar of ze zich daarna nog steeds gebonden achten aan zijn centrumpositie kan betwijfeld worden.

Maar Clinton is niet alleen opgeschoven naar rechts. Tegelijk heeft hij er ook voor gezorgd zich te onderscheiden van de Republikeinen. Vooral zijn weigering om afgelopen winter twee keer een Republikeins begrotingsvoorstel te tekenen, wat leidde tot sluiting van allerlei overheidsdiensten, is een wapenfeit waar hij in zijn campagne mee pronkt. Door zich af te schilderen als beste garantie dat Gingrich en de zijnen hun “extreme agenda” niet kunnen uitvoeren, door zich te presenteren als de anti-Gingrich, geeft hij linkse Amerikanen toch een reden om voor hem te stemmen - ook al heeft hij een belangrijk deel van die “extreme agenda” inmiddels toch getekend.